Café Rotterdam krijgt exploitatievergunning ingetrokken na herhaalde overtredingen
ECLI:NL:RVS:2026:4427, Raad van State, 29-07-2026, 202500628/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de burgemeester de sluitingstijd van [café] voor de duur van één maand teruggebracht met drie uur. [appellant] is de exploitant van [café], gelegen aan de [locatie] in Rotterdam. In de op 15 december 2019 verleende exploitatievergunning zijn voorschriften gesteld aan de openingstijden en geluidsnormen. Ook is in de exploitatievergunning een waarschuwing opgenomen naar aanleiding van een eerdere overtreding van de geluidsnormen. Op 20 november 2022 zijn politieagenten om 01:11 uur ter plaatse geweest naar aanleiding van een melding van geluidsoverlast. Zij constateerden dat er op dat moment zonder ontheffing livemuziek werd gespeeld. Om 02:20 uur bleek het café nog niet gesloten, ondanks de verplichte sluitingstijd van 02:00 uur, en was de muziek nog steeds buiten hoorbaar. De politie heeft de constateringen van die avond opgenomen in de bestuurlijke rapportage van 29 november 2022. De burgemeester heeft bij het besluit van 9 maart 2023 [café] geheel gesloten voor de duur van één maand, omdat geen gevolg is gegeven aan de eerder opgelegde bestuurlijke maatregel van 26 januari 2023.
Kern van de zaak
De exploitant van een café in Rotterdam overtrad herhaaldelijk de voorschriften van zijn exploitatievergunning, waaronder geluidsnormen, openingstijden en rookverbod. De burgemeester legde eerst een tijdelijke maatregel op (verkorting sluitingstijd), maar de exploitant hield zich ook daaraan niet. De zaak belandde uiteindelijk bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
Op basis van de beschikbare tekst lijkt de Raad van State de opgelegde bestuurlijke maatregelen van de burgemeester te hebben beoordeeld; de exacte eindbeslissing (toe- of afwijzing hoger beroep) is niet volledig uit de aangeleverde tekst af te leiden. De doorslaggevende reden voor de opgelegde maatregelen is het patroon van herhaalde overtredingen van de exploitatievergunningvoorschriften, waarbij de exploitant ook na een eerste sanctie bewust de regels bleef overtreden.
Impactscore
LaagHet betreft een casuïstische handhavingszaak over een individuele horecavergunning zonder fundamentele rechtsvragen; de uitkomst past binnen bestaande bestuursrechtelijke handhavingssystematiek en heeft beperkte precedentwerking buiten de directe partijen.
Belangrijkste punten
- 1Exploitant overtrad op 20 november 2022 meerdere vergunningvoorschriften: livemuziek zonder ontheffing en overschrijding sluitingstijd.
- 2Op 11 december 2022 werd opnieuw geluidsoverlast geconstateerd: muziek hoorbaar op 100 meter, roken binnen en verlopen geluidsontheffing.
- 3De burgemeester legde als reactie op de overtreding van 11 december 2022 een tijdelijke maatregel op: sluitingstijd drie uur vervroegd voor één maand.
- 4Op 27 januari 2023 schond de exploitant bewust de opgelegde maatregel door het café niet tijdig te sluiten, terwijl hij wist dat de maatregel was opgelegd.
- 5De exploitatievergunning bevatte al eerder een waarschuwing wegens een eerdere overtreding, wat het structurele karakter van de overtredingen onderstreept.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak illustreert de bevoegdheid van de burgemeester om bij herhaalde overtredingen van exploitatievergunningvoorschriften stapsgewijs op te schalen in handhaving, waarbij bewuste niet-naleving van al opgelegde maatregelen een zelfstandige grond voor verdere sanctionering vormt. Dit bevestigt de bestuursrechtelijke handhavingssystematiek onder de Alcoholwet/APV.
Praktische impact
Voor horecaexploitanten betekent deze zaak dat herhaalde overtredingen en bewuste negering van opgelegde bestuurlijke maatregelen leiden tot steeds zwaardere sancties, oplopend tot intrekking van de exploitatievergunning. De burgemeester heeft bij structureel wangedrag ruime bevoegdheid tot ingrijpen.
Onderwerp-impact
Voor de horecasector benadrukt de zaak dat tijdelijke ontheffingen (verlaatje/geluidje) strikt binnen hun geldigheidstermijn moeten worden nageleefd en dat het overheidstoezicht hierop consequent wordt gehandhaafd.
Samenvatting
Deze zaak betreft de exploitant van een café in Rotterdam die op meerdere momenten in 2022 en 2023 de voorschriften van zijn exploitatievergunning overtrad. De vergunning, verleend op 15 december 2019, bevatte al een waarschuwing wegens een eerdere overtreding van geluidsnormen. Op 20 november 2022 constateerde de politie dat er zonder ontheffing livemuziek werd gespeeld en dat het café na de verplichte sluitingstijd van 02:00 uur nog open was. Op 11 december 2022 bleek de muziek op 100 meter afstand hoorbaar, werd er binnen gerookt en was de tijdelijke geluidsontheffing al verlopen. De burgemeester reageerde hierop door de sluitingstijd gedurende één maand met drie uur te vervroegen. Nauwelijks een dag later, op 27 januari 2023, hield de exploitant zich ook aan deze maatregel niet: om 23:43 uur waren er nog twintig personen aanwezig, terwijl het café om 23:00 uur had moeten sluiten. De exploitant erkende bovendien dat hij wist van de maatregel. De juridische kern van de zaak ligt bij de vraag of de burgemeester rechtmatig heeft gehandeld bij het opleggen van de bestuurlijke maatregelen en eventuele verdere sancties. Het patroon van herhaalde en bewuste overtredingen, ook nadat al een sanctie was opgelegd, vormt de feitelijke grondslag voor de escalerende handhaving. De aangeleverde uitspraaktekst is onvolledig, waardoor de exacte einduitspraak van de Raad van State niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare overwegingen lijkt de Raad de handelwijze van de burgemeester te toetsen aan de eisen van proportionaliteit en zorgvuldigheid binnen het bestuursrechtelijke handhavingskader van de APV. De zaak heeft beperkte precedentwerking maar onderstreept voor horecaexploitanten het belang van strikte naleving van vergunningvoorschriften én opgelegde maatregelen.