JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4421Laag28/100

Wijzigingsplan Papenweg 6 Lievelde vernietigd door Raad van State

ECLI:NL:RVS:2026:4421, Raad van State, 29-07-2026, 202401438/1/R4

Raad van StateUitspraak: 29 juli 2026Publicatie: 29 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:202401438/1/R4
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Wijzigingsplan
Omgevingswet Overgangsrecht
Bestemmingsplan
Bedrijfswoning
Wijzigingsbevoegdheid

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 16 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oost Gelre het wijzigingsplan "Wijzigingsplan Papenweg 6 Lievelde" vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in een verandering van de bestemming van de woning aan de Papenweg 6 in Lievelde. De bestemming van die woning was "Bedrijf" en is nu "Wonen". Hierdoor wordt de woning niet meer als een bedrijfswoning aangemerkt, maar als een reguliere burgerwoning. De bevoegdheid om de bestemming te wijzigen staat in artikel 3.7 van het bestemmingsplan "Kern Lievelde 2015" (het bestemmingsplan). [appellante] is de eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Lievelde met daarop bedrijfsgebouwen en biedt dat aan voor verhuur aan derden. In het verleden zijn de huurders steeds aannemers of bouwbedrijven geweest. [appellante] vreest dat de aanwezigheid van een burgerwoning vlakbij haar perceel de bedrijfsvoering van bouwbedrijven ernstig zal beperken en het perceel daardoor minder aantrekkelijk maakt voor de verhuur.

Kern van de zaak

Appellante, eigenaar van een bedrijfsperceel aan de Papenweg in Lievelde, tekende beroep aan tegen een wijzigingsplan van gemeente Oost Gelre dat de bestemming van een nabijgelegen woning wijzigt van 'Bedrijf' (bedrijfswoning) naar 'Wonen' (reguliere burgerwoning). Zij vreest dat de aanwezigheid van een burgerwoning haar bedrijfsperceel minder aantrekkelijk maakt voor verhuur aan aannemers en bouwbedrijven.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Oost Gelre van 16 januari 2024 tot vaststelling van het wijzigingsplan. De doorslaggevende reden is (op basis van de beschikbare tekst) dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat de planologische aanvaardbaarheid van de bestemmingswijziging is gewaarborgd, ondanks de aanwezige wijzigingsbevoegdheid.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een casuïstische uitspraak over een specifiek wijzigingsplan in een kleine kern, zonder nieuwe rechtsnormen te stellen. De toepassing van het overgangsrecht en het toetsingskader voor wijzigingsbevoegdheden zijn bestaand recht.

Belangrijkste punten

  • 1Op grond van overgangsrecht (art. 4.6 lid 3 Invoeringswet Omgevingswet) blijft de Wet ruimtelijke ordening van toepassing, omdat het ontwerpwijzigingsplan vóór 1 januari 2024 (op 11 augustus 2023) ter inzage is gelegd.
  • 2Het wijzigingsplan wijzigt de bestemming van de woning aan de Papenweg 6 van 'Bedrijf' naar 'Wonen', waardoor een bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere burgerwoning.
  • 3Het enkele feit dat is voldaan aan de wijzigingsvoorwaarden van het bestemmingsplan betekent niet dat het college verplicht is het wijzigingsplan vast te stellen; het gaat om een bevoegdheid, niet een plicht.
  • 4Appellante stelt belang te hebben als eigenaar van een nabijgelegen bedrijfsperceel: een burgerwoning kan bedrijfsactiviteiten van bouwbedrijven beperken en de verhuurbaarheid negatief beïnvloeden.
  • 5Het college van Oost Gelre wordt opgedragen het wijzigingsplan binnen vier weken na de uitspraak te verwerken in de landelijke voorziening en de proceskosten te vergoeden.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat het voldoen aan wijzigingsvoorwaarden in een bestemmingsplan niet automatisch leidt tot een rechtmatig wijzigingsplan; het college dient de planologische aanvaardbaarheid zelfstandig te motiveren. Het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet wordt correct toegepast voor procedures over plannen waarvan het ontwerp vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd.

Praktische impact

Het wijzigingsplan is vernietigd, waardoor de woning aan de Papenweg 6 vooralsnog de bestemming 'Bedrijf' (bedrijfswoning) behoudt en niet als reguliere burgerwoning kan worden bestemd. Het college van Oost Gelre zal een nieuw besluit moeten nemen met een deugdelijkere motivering.

Onderwerp-impact

De uitspraak is relevant voor eigenaren van bedrijfspercelen nabij woningen in bestemmingsplangebieden: zij kunnen met succes opkomen tegen bestemmingswijzigingen die hun bedrijfsvoering of verhuurbaarheid kunnen beperken.

Samenvatting

Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betreft het beroep van een eigenaar van een bedrijfsperceel in Lievelde (gemeente Oost Gelre) tegen een wijzigingsplan dat de bestemming van een naburige woning aan de Papenweg 6 wijzigt van 'Bedrijf' naar 'Wonen'. Door die wijziging wordt een voormalige bedrijfswoning omgezet naar een reguliere burgerwoning. Appellante vreest dat de aanwezigheid van een burgerwoning haar bedrijfsperceel minder aantrekkelijk maakt voor verhuur aan aannemers en bouwbedrijven, vanwege de mogelijke beperking van bedrijfsactiviteiten. Vooraf stelt de Afdeling vast dat op grond van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet (art. 4.6 lid 3) de Wet ruimtelijke ordening van toepassing blijft, omdat het ontwerpwijzigingsplan reeds op 11 augustus 2023 ter inzage was gelegd, dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Juridisch centraal staat de vraag of het college van burgemeester en wethouders van Oost Gelre het wijzigingsplan rechtsgeldig heeft vastgesteld. De Afdeling herhaalt het vaste toetsingskader: hoewel de planologische aanvaardbaarheid van een bestemmingswijziging in beginsel als gegeven mag worden beschouwd indien aan de wijzigingsvoorwaarden is voldaan, betreft het uitoefenen van een wijzigingsbevoegdheid een discretionaire bevoegdheid en geen plicht. Het college dient de keuze om die bevoegdheid te gebruiken zelfstandig te motiveren. De Afdeling oordeelt dat het beroep gegrond is en vernietigt het besluit van 16 januari 2024. Het college wordt opgedragen de uitspraak binnen vier weken te verwerken in de landelijke voorziening en dient de proceskosten te vergoeden. De uitspraak illustreert dat omwonende bedrijfseigenaren belang kunnen hebben bij het aanvechten van bestemmingswijzigingen die hun bedrijfsvoering indirect kunnen schaden, en dat gemeenten bestemmingswijzigingen ook bij aanwezige wijzigingsbevoegdheid steeds deugdelijk dienen te motiveren.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 29 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4410Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4410, Raad van State, 29-07-2026, 202501680/1/A2

Raad van State29 jul 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4406Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4406, Raad van State, 29-07-2026, 202402336/1/R3

Raad van State29 jul 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4419Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4419, Raad van State, 29-07-2026, 202402095/1/R3

Raad van State29 jul 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4404Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4404, Raad van State, 29-07-2026, 202407843/1/R3 en 202407846/1/R3

Raad van State29 jul 2026VergunningenMilieu
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied