JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4415Middel38/100

Bezwaar tegen AVG-inzageverzoek ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard

ECLI:NL:RVS:2026:4415, Raad van State, 29-07-2026, 202500724/1/A3

Raad van StateUitspraak: 29 juli 2026Publicatie: 29 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202500724/1/A3
Bestuursrecht
Privacyrecht / AVG
Bestuursprocesrecht
Overheid
Databescherming
Avg Inzageverzoek
Awb Besluit
Brp Uitschrijving
Adresonderzoek
Bezwaar Ontvankelijkheid

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij brief van 24 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg op verzoek van [wederpartij] een dossier toegestuurd dat het college heeft opgesteld in het kader van de Wet basisregistratie personen. Bij brief van 20 januari 2023 heeft het college aan [wederpartij] laten weten dat het op grond van een adresonderzoek voornemens is om haar uit te schrijven uit de basisregistratie persoonsgegevens. Daarop heeft [wederpartij] verzocht om inzage in dat adresonderzoek. Omdat het college volgens [wederpartij] niet alle informatie over dat adresonderzoek naar haar heeft opgestuurd in de brief van 24 maart 2023, heeft zij tegen die brief bezwaar gemaakt. Bij besluit van 21 augustus 2023 heeft het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het volgens het college in het bezwaarschrift niet duidelijk is omschreven waartegen het bezwaar is gericht. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat het bezwaarschrift een voldoende omschrijving bevat van het besluit waartegen het is gericht.

Kern van de zaak

Een gemeente (college) schreef een inwoner voor uit de BRP op basis van een adresonderzoek. De inwoner vroeg inzage in dat onderzoek op grond van artikel 15 AVG, maar het college stuurde niet alle informatie mee. Hierop maakte zij bezwaar tegen de brief van 24 maart 2023, welk bezwaar het college niet-ontvankelijk verklaarde wegens een te vage omschrijving.

Beslissing van de rechter

De Raad van State verklaart het hoger beroep gedeeltelijk gegrond: uitsluitend de proceskostenveroordeling door de rechtbank wordt vernietigd en verlaagd van €1.750,00 naar €875,00. Voor het overige wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd, wat betekent dat het college het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard en alsnog een nieuw besluit op bezwaar moet nemen.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak is relevant voor de praktijk van gemeenten bij BRP-adresonderzoeken en AVG-verzoeken, maar betreft een bevestiging van bestaande rechtspraaklijnen zonder fundamenteel nieuwe rechtsnorm.

Belangrijkste punten

  • 1Een bezwaarschrift hoeft het bestreden besluit niet exact te omschrijven; een voldoende identificeerbare omschrijving volstaat voor ontvankelijkheid.
  • 2Een verzoek om inzage in een adresonderzoek in het kader van een BRP-uitschrijving kwalificeert als een inzageverzoek in de zin van artikel 15 AVG.
  • 3De gemeentelijke reactie op een AVG-inzageverzoek (brief van 24 maart 2023) is een besluit in de zin van artikel 1:3 lid 1 Awb, waartegen bezwaar openstaat.
  • 4Het college heeft in strijd met de opdracht van de rechtbank nagelaten een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
  • 5De proceskostenveroordeling wordt door de Raad van State gecorrigeerd van €1.750,00 naar €875,00 (enkel zittingskosten).

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat reacties van overheidsorganen op AVG-inzageverzoeken als Awb-besluiten kunnen kwalificeren en dus bezwaarplichtig zijn, en dat de ontvankelijkheidsdrempel voor bezwaarschriften laag wordt gehouden.

Praktische impact

Gemeenten dienen AVG-inzageverzoeken in BRP-procedures zorgvuldig als Awb-besluiten te behandelen en volledige informatie te verstrekken; burgers kunnen effectief bezwaar maken wanneer informatie wordt achtergehouden.

Onderwerp-impact

Voor overheidsorganen die persoonsgegevens verwerken in de BRP wordt verduidelijkt dat de combinatie van AVG-rechten en Awb-rechtsbescherming cumulatief van toepassing is.

Samenvatting

In deze zaak stond centraal of een gemeente (het college) terecht het bezwaar van een inwoner niet-ontvankelijk had verklaard in het kader van een inzageverzoek op grond van de AVG. De inwoner was op de hoogte gesteld van een voorgenomen uitschrijving uit de BRP wegens een adresonderzoek en had vervolgens om inzage in dat onderzoek gevraagd. Toen de gemeente naar haar oordeel niet alle relevante informatie had verstrekt in de brief van 24 maart 2023, maakte zij daartegen bezwaar. Het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift onvoldoende duidelijk zou omschrijven waartegen het was gericht, en betoogde bovendien dat de brief geen besluit in de zin van de Awb was en het verzoek niet als een AVG-inzageverzoek gekwalificeerd kon worden. De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard: het bezwaarschrift bevatte een voldoende omschrijving van het bestreden besluit. Tevens kwalificeerde de rechtbank het verzoek als een AVG-inzageverzoek en de brief van 24 maart 2023 als een Awb-besluit, en droeg het college op een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Aan die opdracht gaf het college echter geen gehoor. In hoger beroep bevestigt de Raad van State de kernbeslissing van de rechtbank: het bezwaar was ontvankelijk, het verzoek kwalificeert als een artikel 15 AVG-verzoek en de gemeentelijke reactie daarop is een appellabel Awb-besluit. Het hoger beroep slaagt uitsluitend op het punt van de proceskostenveroordeling: de rechtbank had €1.750,00 toegewezen, maar de Raad van State corrigeert dit naar €875,00, uitsluitend toe te rekenen aan de kosten voor het verschijnen ter zitting. De overige oordelen van de rechtbank blijven in stand, waarmee het college gehouden blijft opnieuw op het bezwaar te beslissen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 31 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5123Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5123, Raad van State, 09-09-2026, 202203505/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5312Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5312, Raad van State, 09-09-2026, 202500668/1/A2

Raad van State9 sep 2026OverheidHandhaving
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied