Staat vergoedt schade wegens overschrijding redelijke termijn handhavingszaak
ECLI:NL:RVS:2026:4412, Raad van State, 29-07-2026, 202300680/1/R4
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 15 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan ProRail B.V. een last onder dwangsom opgelegd, wegens overschrijding van de geluidgrenswaarden voor het maximaal geluidsniveau die op grond van de omgevingsvergunning van 24 mei 2011 gelden voor haar inrichting aan de Atoomweg in Utrecht. ProRail heeft een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een spoorwegemplacement aan de Atoomweg op het industrieterrein Lage Weide in Utrecht. Het emplacement heeft een laad- en loskade aan de Uraniumweg. In deze procedure is van belang dat [bedrijf]. gebruik maakt van het emplacement voor de overslag van stenen. [appellant] woont aan de [locatie], tegenover de laad- en loskade, en exploiteert daar een autogarage. Hij heeft last van geluid- en stofhinder als gevolg van de overslag van stenen van treinstellen op vrachtwagens. Op 27 juli 2021 heeft hij het college verzocht om daartegen handhavend op te treden.
Kern van de zaak
Een bewoner en garagebedrijf aan de Uraniumweg in Utrecht klaagt over geluid- en stofhinder door steenoverslag op het ProRail-emplacement Lage Weide. Na een handhavingsverzoek in 2021 en opgelegde last onder dwangsom, procedeert appellant tot aan de Raad van State, mede met een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Beslissing van de rechter
De Raad van State bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toe. De Staat der Nederlanden wordt veroordeeld tot betaling van € 1.000,00 aan appellant, plus € 467,00 aan proceskosten.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaande jurisprudentie toe (redelijke termijn, overgangsrecht Omgevingswet) zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden; de feitelijke reikwijdte is beperkt tot één specifiek emplacement en één appellant.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de last onder dwangsom vóór 1 januari 2024 is opgelegd, blijft de Wabo van toepassing op de gehele procedure.
- 2ProRail overtrad al vanaf september 2020 de geluidgrenswaarde (voorschrift 1.2 omgevingsvergunning 24 mei 2011); een waarschuwing in oktober 2020 had geen effect.
- 3Na herhaalde overtredingsconstatering op 25 juli 2021 legde het college op 15 oktober 2021 een last onder dwangsom op.
- 4De Raad van State bevestigt de aangevallen rechterlijke uitspraak volledig op inhoudelijke gronden.
- 5Wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuursrechtelijke procedure wordt een immateriële schadevergoeding van € 1.000,00 toegekend ten laste van de Staat.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet (artikel 4.23 lid 1) en de verplichting van de Staat tot schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn in handhavingsprocedures. Dit is een routinematige toepassing van bestaande jurisprudentielijn.
Praktische impact
ProRail dient de geluidgrenswaarden uit zijn omgevingsvergunning te respecteren en blijft gebonden aan de opgelegde last onder dwangsom. De appellant ontvangt een financiële tegemoetkoming voor de lange procesduur, maar de kern van de handhaving wordt in stand gelaten.
Onderwerp-impact
Voor omgevingsrechtelijke handhavingsprocedures rondom industrieterreinen en spoorinfrastructuur bevestigt deze uitspraak dat herhaalde overtredingen van geluidsnormen leiden tot bestuursdwang en dat de Wabo-regels onverkort van toepassing blijven op vóór 2024 gestarte handhavingstrajecten.
Samenvatting
Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 juli 2026 betreft een handhavingsprocedure rondom het ProRail-emplacement aan de Atoomweg/Uraniumweg op industrieterrein Lage Weide in Utrecht. Een omwonende en garagehouder klaagde over aanhoudende geluid- en stofhinder als gevolg van steenoverslag door een bedrijf dat het emplacement gebruikt. Al in september 2020 constateerde het bevoegd gezag (het college) een overschrijding van de maximale geluidgrenswaarde uit voorschrift 1.2 van de omgevingsvergunning van 2011. Na een waarschuwing in oktober 2020 en een herhaalde overtreding in juli 2021 legde het college op 15 oktober 2021 een last onder dwangsom op aan ProRail. Omdat deze last vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) is opgelegd, bepaalt artikel 4.23 lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet dat de Wabo van toepassing blijft totdat de last volledig is uitgevoerd of opgeheven. De juridische vraag in hoger beroep betrof zowel de rechtmatigheid van de handhavingsbeslissing als een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank op alle inhoudelijke punten. Daarnaast honoreert zij het verzoek om immateriële schadevergoeding: de Staat der Nederlanden wordt veroordeeld tot betaling van € 1.000,00 aan appellant en € 467,00 aan proceskosten voor de behandeling van dit verzoek. De uitspraak is een routinematige toepassing van vaste bestuursrechtelijke jurisprudentie over handhaving van omgevingsvergunningen en de redelijke-termijnvergoeding, zonder nieuwe rechtsvragen te introduceren.