Omgevingsvergunning bedrijfsverzamelgebouwen Enschede deels beoordeeld
ECLI:NL:RVS:2026:4406, Raad van State, 29-07-2026, 202402336/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 9 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede aan Harcom Projectontwikkeling B.V. (Harcom) een omgevingsvergunning verleend. Op 13 juli 2021 heeft Harcom een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van drie bedrijfsverzamelgebouwen op het perceel Het Eeftink in Enschede. Het perceel grenst aan de westzijde aan Het Eeftink en aan de oostzijde aan de Gasfabriekstraat. Ten zuiden grenst het aan het perceel van [appellant] en andere, gelegen aan Eeftink-1, en aan de noordzijde aan Allglas Veldman. Het bouwplan voorziet in twee even grote gebouwen die parallel naast elkaar zijn gelegen tussen Het Eeftink en de Gasfabriekstraat (de gebouwen A en B), en een kleiner gebouw (gebouw C) dat is gesitueerd aan de kant van de Gasfabriekstraat. Tussen de gebouwen A en B is aan de kant van Het Eeftink een poort voorzien. [appellant] en andere betogen dat het college ten onrechte niet (kenbaar) heeft getoetst of aan alle in artikel 3, lid 3.4, van de planregels neergelegde zes algemene voorwaarden voor het verlenen van een vergunning voor afwijking van het aantal meters gevel dat in de gevellijn zou moeten worden gerealiseerd is voldaan.
Kern van de zaak
Harcom heeft in 2021 een omgevingsvergunning aangevraagd voor drie bedrijfsverzamelgebouwen op Het Eeftink in Enschede. Omwonenden, waaronder een aangrenzende perceeleigenaar, zijn in beroep gegaan tegen de verleende vergunning. De zaak draait onder meer om afwijking van het bestemmingsplan en de gevellijn op de perceelsgrens.
Beslissing van de rechter
De uitspraak is onvolledig aangeleverd; op basis van de beschikbare tekst kan de eindbeslissing niet met zekerheid worden vastgesteld. Wel is duidelijk dat de Raad van State oud recht (pre-Omgevingswet) van toepassing acht vanwege de aanvraagdatum van 13 juli 2021, en dat de vergunde poort mogelijk strijdig is met het bestemmingsplan.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een relatief routinematige omgevingsvergunningsprocedure op perceelsniveau; de overgangsrechtsoverweging is correct maar niet nieuw. De onvolledigheid van de aangeleverde tekst verhoogt de onzekerheid over de uiteindelijke impact.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht: omdat de vergunningaanvraag dateert van vóór 1 januari 2024, blijft het oude recht (Wabo) van toepassing tot het besluit onherroepelijk is.
- 2De omgevingsvergunning is verleend voor zowel de activiteit 'bouwen' (art. 2.1 lid 1 onder a Wabo) als 'strijdig gebruik' (art. 2.1 lid 1 onder c Wabo).
- 3Op het perceel rust de bestemming 'Bedrijf' en op de perceelsgrens aan Het Eeftink is een gevellijn opgenomen in het bestemmingsplan.
- 4Het college erkent dat de aangevraagde poort niet in overeenstemming is met het bestemmingsplan, wat een afwijkingsbesluit vereiste.
- 5Naburige perceeleigenaren zijn als appellanten bij de procedure betrokken, hetgeen wijst op een geschil over ruimtelijke impact op omliggende percelen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet: aanvragen ingediend vóór 1 januari 2024 worden volledig beoordeeld onder het oude Wabo-regime. Dit biedt duidelijkheid voor lopende procedures over het toepasselijke toetsingskader.
Praktische impact
Voor Harcom en de omwonenden betekent dit dat de vergunningverlening uitsluitend wordt getoetst aan de Wabo en het vigerende bestemmingsplan, zonder dat de nieuwe Omgevingswet-systematiek van toepassing is op deze procedure.
Onderwerp-impact
In het kader van ruimtelijke ordening en bedrijventerreinontwikkeling verduidelijkt deze zaak hoe gevellijnen en bestemmingsplanregels worden gehandhaafd bij de bouw van bedrijfsverzamelgebouwen in een stedelijke omgeving.
Samenvatting
Deze zaak bij de Raad van State betreft een omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Enschede heeft verleend aan Harcom voor de realisatie van drie bedrijfsverzamelgebouwen op het perceel Het Eeftink/Gasfabriekstraat. De vergunning ziet op de activiteiten 'bouwen' en 'strijdig gebruik' in de zin van de Wabo, waarbij het college heeft erkend dat de geplande poort tussen de gebouwen A en B niet in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan 'Het Eeftink - Gasfabriekstraat'. Op de perceelsgrens aan Het Eeftink is namelijk een gevellijn opgenomen. Appellanten, waaronder een aangrenzende perceeleigenaar aan de zuidzijde, zijn in beroep gekomen tegen de vergunde vergunning. De Raad van State stelt als eerste vast dat het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet van toepassing is. Omdat de aanvraag dateert van 13 juli 2021 — vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 — blijft het oude recht, waaronder de Wabo, van toepassing totdat het besluit onherroepelijk wordt. Dit is een procedureel belangrijk uitgangspunt dat bepaalt welk toetsingskader geldt. De inhoudelijke beoordeling van de vergunning, inclusief de vraag of het college terecht een afwijking van het bestemmingsplan heeft toegestaan voor de poort en de verdere bouwplannen, kan op basis van de beschikbare uitspraaktekst niet volledig worden gereconstrueerd. De tekst is onvolledig aangeleverd, waardoor de eindbeslissing en de nadere motivering van de Raad van State onbekend blijven. Voorzichtigheid is dan ook geboden bij het trekken van definitieve conclusies over de uitkomst van deze procedure.