Hogeschool Utrecht terecht student uitgesloten wegens plagiaat BIM-model
ECLI:NL:RVS:2026:4399, Raad van State, 29-07-2026, 202601039/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij beslissing van 10 oktober 2025 heeft de examencommissie van het Instituut Associate Degrees het door [appellant] ingeleverde werk voor de toets Assessment BIM-Modelleur, onderdeel van de cursus VT2 BIM2-modelleur, wegens plagiaat ongeldig verklaard en hem uitgesloten van deelname aan toetsen tot en met 31 januari 2026. [appellant] is deeltijdstudent bij de associate degree-opleiding Bouwmanagement aan de Hogeschool Utrecht. In het studiejaar 2024-2025 volgde hij de cursus VT2 BIM2-modelleur. Dit vak is onderdeel van zijn afstudeertraject. Onderdeel van dit vak was een stage bij een stagebedrijf. Aan het eind van die stage moest [appellant] een building information modeling model (BIM-model) inleveren met daarbij behorende tekeningen. Op 7 juli 2025 heeft de examinator bij de examencommissie melding gemaakt van een vermoeden van een onregelmatigheid in het door [appellant] ingeleverde werk. De examencommissie heeft het werk ongeldig verklaard en [appellant] uitgesloten van deelname aan toetsen gedurende twee blokken. Tijdens die periode mag hij wel deelnemen aan het onderwijs dat wordt gegeven. Het CBE heeft in administratief beroep die beslissing in stand gelaten.
Kern van de zaak
Een deeltijdstudent Bouwmanagement aan de Hogeschool Utrecht leverde voor zijn afstudeertoets een BIM-model in met bijbehorende tekeningen. De examinator ontdekte dat deze tekeningen aanzienlijke overeenkomsten vertoonden met werk van een medewerker van het stagebedrijf. De student vermeldde dit gebruik niet, waarna de examencommissie het werk ongeldig verklaarde en hem twee blokken uitsloot van toetsdeelname.
Beslissing van de rechter
Het College van Beroep voor het Examens (CBE) heeft het administratief beroep van de student ongegrond verklaard; de Raad van State heeft dit beroep eveneens verworpen. Doorslaggevend was dat de student aantoonbaar plagiaat had gepleegd in een afstudeertoets en sprake was van herhaalde fraude, waardoor de opgelegde sanctie niet onevenredig werd geacht.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen bestaande jurisprudentie over examenfraudesancties in het hoger onderwijs en stelt geen nieuwe rechtsnormen; de impact is beperkt tot de individuele zaak en vergelijkbare fraudegevallen aan hogescholen.
Belangrijkste punten
- 1Student leverde BIM-tekeningen in die sterk overeenkwamen met werk van een stagebedrijfsmedewerker zonder bronvermelding of verantwoording.
- 2Het nalaten te vermelden van gebruik van andermans werk kwalificeert als fraude in de zin van artikel 4.12 van de onderwijs- en examenregeling HU.
- 3De uitsluiting betrof deelname aan toetsen gedurende twee blokken; deelname aan onderwijs bleef mogelijk.
- 4Verzwarende omstandigheden waren de aard van de toets (afstudeertoets) en het feit dat sprake was van herhaalde fraude.
- 5Het CBE en de Raad van State achtten de sanctie evenredig gelet op deze verzwarende factoren.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat hogescholen bij plagiaat in afstudeertoetsen strenge sancties mogen opleggen en dat herhaalde fraude een legitieme verzwarende factor vormt bij het bepalen van de sanctiezwaarte. Artikel 4.12 van de onderwijs- en examenregeling wordt als voldoende grondslag voor uitsluiting aanvaard.
Praktische impact
Studenten die gebruikmaken van werk van derden bij stagebedrijven moeten dit expliciet vermelden en verantwoorden; nalaten hiervan kan leiden tot uitsluiting van toetsdeelname met aanzienlijke studievertraging als gevolg.
Onderwerp-impact
In het hoger onderwijs onderstreept deze uitspraak het belang van strikte naleving van integriteitsregels bij praktijkgerichte opdrachten en stages, met name in afstudeertrajecten binnen technische opleidingen.
Samenvatting
Een deeltijdstudent aan de associate degree-opleiding Bouwmanagement van de Hogeschool Utrecht raakte in conflict met zijn hogeschool over vermeend plagiaat bij zijn afstudeertoets in de cursus VT2 BIM2-modelleur. Als onderdeel van deze cursus liep hij stage en moest hij een building information modeling (BIM) model met bijbehorende tekeningen inleveren. Op 7 juli 2025 meldde de examinator bij de examencommissie een vermoeden van een onregelmatigheid: de ingeleverde tekeningen vertoonden aanzienlijke overeenkomsten met eerder werk van een medewerker van het stagebedrijf. De student had dit gebruik niet vermeld of verantwoord. De examencommissie verklaarde het werk ongeldig en sloot de student twee blokken uit van toetsdeelname, met behoud van het recht om aan onderwijs deel te nemen. Het College van Beroep voor de Examens (CBE) verklaarde het administratief beroep van de student ongegrond. Het CBE oordeelde dat het nalaten bronvermelding te doen valt onder de fraudedefinitie van artikel 4.12 van de onderwijs- en examenregeling HU. Bovendien achtte het CBE de sanctie niet onevenredig, mede gelet op twee verzwarende omstandigheden: het ging om fraude in een afstudeertoets en er was sprake van herhaalde fraude. De Raad van State heeft in hoger beroep het standpunt van het CBE bevestigd en het beroep van de student verworpen. De uitspraak bevestigt dat hogescholen bij plagiaat in afstudeertoetsen vergaande sancties mogen opleggen en dat herhaalde fraude terecht als verzwarende factor mag worden meegewogen. Voor studenten die bij stages gebruikmaken van bestaand werk van derden geldt een strikte verplichting dit te verantwoorden; het verzuim hiervan vormt op zichzelf reeds fraude.