Vuurwapenverlof verzamelaar geweigerd na negatief EdB-advies
ECLI:NL:RVS:2026:4395, Raad van State, 29-07-2026, 202500804/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 28 oktober 2021 heeft de korpschef van politie de aanvraag van [appellant] om verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapens ten behoeve van verzameldoeleinden, afgewezen. [appellant] heeft op 5 januari 2021 een aanvraag ingediend bij de korpschef voor een verlof voor het voorhanden hebben van vuurwapens ten behoeve van verzameldoeleinden. De korpschef heeft deze aanvraag afgewezen. Daarna heeft de minister het administratief beroep ongegrond verklaard, omdat [appellant] niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 3.1.1. ad b, van de Circulaire wapens en munitie (Cwm). De minister heeft aan dat besluit een verklaring van 10 februari 2021 ten grondslag gelegd van de Nederlandse Vereniging ter Bevordering en Instandhouding van Wapenverzamelingen, Edouard de Beaumont (EdB). Volgens die verklaring kan zij geen positief advies geven over [appellant]. Daarnaast beschikt [appellant] niet over een goedgekeurd verzamelplan.
Kern van de zaak
Een particulier verzamelaar vroeg een verlof aan voor het voorhanden hebben van vuurwapens voor verzameldoeleinden. De korpschef en minister weigerden dit verlof omdat de beroepsvereniging EdB een negatief advies gaf. De aanvrager betwistte dit advies en voerde aan dat dyslexie een rol speelde bij de beoordeling.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep van appellant lijkt ongegrond te zijn verklaard; de Raad van State oordeelde dat de minister op basis van het negatieve advies van EdB de weigering van het vuurwapenverlof redelijkerwijs heeft kunnen handhaven. Doorslaggevend was dat appellant de verplichte opleiding niet heeft afgerond, waarbij dyslexie geen doorslaggevende rol bleek te spelen in het oordeel van de mentoren.
Impactscore
LaagDe uitspraak is casuïstisch van aard en bevestigt bestaande jurisprudentie over de motiveringseis bij adviezen in het vergunningenrecht; zij stelt geen nieuwe rechtsregels en heeft beperkte precedentwerking buiten de specifieke context van vuurwapenverloven voor verzamelaars.
Belangrijkste punten
- 1Het verlof voor vuurwapenverzamelaar vereist een positief advies van de branchevereniging EdB op grond van artikel 3.1.1 sub b Circulaire wapens en munitie (Cwm).
- 2Geen van de drie mentoren die appellant begeleidden was bereid een positieve verklaring af te leggen, omdat hij niet in staat bleek een serieus en inhoudelijk betrouwbaar werkstuk te schrijven.
- 3Een eerder besluit van de minister was door de rechtbank vernietigd wegens onvoldoende motivering van het EdB-advies; het nieuwe besluit is na aanvullende informatieopvraging wél toereikend gemotiveerd.
- 4Appellant stelde dat dyslexie ten grondslag lag aan het negatieve oordeel, maar de verslagen van mentoren wezen uit dat spel- en grammaticafouten niet doorslaggevend waren.
- 5De minister mag redelijkerwijs aansluiten bij de door EdB gestelde opleidingsvereisten als voorwaarde voor een positieve verklaring.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat bestuursorganen bij de beoordeling van vuurwapenverloven mogen steunen op adviezen van erkende brancheverenigingen, mits deze adviezen voldoende inzichtelijk en deugdelijk gemotiveerd zijn. Het stelt daarmee duidelijke grenzen aan zowel de motiveringseis als de beleidsruimte van privaatrechtelijke adviesorganen in een publiekrechtelijke context.
Praktische impact
Voor vuurwapenverzamelaars betekent dit dat het succesvol afronden van een door EdB verplichte opleiding, inclusief het schrijven van een werkstuk, een harde voorwaarde blijft voor het verkrijgen van een verlof. Beroep op persoonlijke omstandigheden zoals dyslexie is onvoldoende als de mentoren dit niet als doorslaggevende belemmering hebben aangemerkt.
Onderwerp-impact
Op het gebied van vergunningverlening voor vuurwapens onderstreept deze zaak dat negatieve adviezen van brancheorganisaties standhouden als de motivering transparant en feitelijk onderbouwd is, wat de drempel voor verlofverkrijging door verzamelaars in de praktijk hoog houdt.
Samenvatting
Deze zaak betreft een particulier die in januari 2021 een verlof aanvroeg voor het voorhanden hebben van vuurwapens ten behoeve van verzameldoeleinden. Zowel de korpschef als de minister weigerden dit verlof, omdat de Nederlandse Vereniging EdB geen positief advies gaf zoals vereist op grond van artikel 3.1.1 sub b van de Circulaire wapens en munitie. Een eerste beslissing van de minister sneuvelde bij de rechtbank omdat het advies van EdB onvoldoende inzichtelijk en gemotiveerd was. Na het opvragen van aanvullende informatie bij EdB nam de minister een nieuw besluit. Uit de nadere onderbouwing bleek dat geen van de drie mentoren die appellant hadden begeleid bereid was een positieve verklaring af te leggen, omdat appellant niet in staat was gebleken een serieus en inhoudelijk betrouwbaar werkstuk te schrijven — een verplicht onderdeel van de door EdB aangeboden opleiding. De centrale juridische vraag in hoger beroep was of de minister dit negatieve advies redelijkerwijs aan de weigering ten grondslag mocht leggen, en of de stelling van appellant dat dyslexie de oorzaak was van het negatieve oordeel stand kon houden. De Raad van State volgde de rechtbank in haar oordeel dat de minister de weigering van het verlof op basis van het negatieve EdB-advies redelijkerwijs kon handhaven. Het beroep op dyslexie werd verworpen: uit de verslagen van de mentoren bleek weliswaar dat spel- en grammaticafouten waren opgemerkt, maar dat deze onvolkomenheden niet doorslaggevend waren voor het oordeel van EdB. De minister mocht redelijkerwijs aansluiten bij de door EdB gestelde opleidingsvereisten. De uitspraak bevestigt dat brancheadviezen in het vuurwapenvergunningenrecht kunnen worden gevolgd mits zij transparant en feitelijk zijn onderbouwd, en dat persoonlijke omstandigheden als dyslexie onvoldoende zijn als verweer wanneer de beoordelaars deze factor zelf niet als beslissend hebben aangemerkt.