Bestemmingsplan Stedelijk Leidschendam-Voorburg grotendeels in stand
ECLI:NL:RVS:2026:4394, Raad van State, 29-07-2026, 202202275/3/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij tussenuitspraak van 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2049, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 17 januari 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "herstelbesluit Stedelijk" te herstellen. De raad heeft bij besluit van 22 februari 2022 het bestemmingsplan "Stedelijk" vastgesteld. Het plan voorziet in een actueel planologisch-juridische regeling voor het stedelijk gebied van de gemeente Leidschendam-Voorburg. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de beroepen tegen het besluit van 17 januari 2023 behandeld. Naar aanleiding van de beroepen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen heeft de Afdeling gebreken in dit besluit geconstateerd. [appellant sub 1] betoogt dat met het besluit van 8 juli 2025 niet voldaan is aan de opdracht van de tussenuitspraak. Hij wijst erop dat het perceel Liguster 202 in Leidschendam ten onrechte buiten het plangebied is gehouden. Hiermee is volgens hem nog steeds geen oplossing geboden voor hinder die omwonenden in de huidige situatie al ondervinden van het verkeer afkomstig van het winkelcentrum.
Kern van de zaak
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan 'Stedelijk' van de gemeente Leidschendam-Voorburg, vastgesteld op 22 februari 2022 en na een herstelbesluit opnieuw vastgesteld op 17 januari 2023. De Afdeling bestuursrechtspraak had eerder in een tussenuitspraak meerdere gebreken geconstateerd, waarna de raad op 8 juli 2025 een nieuw herstelbesluit nam.
Beslissing van de rechter
Het herstelbesluit van 8 juli 2025 blijft grotendeels in stand; de Afdeling voorziet zelf voor het onderdeel betreffende de zinssnede in artikel 1.132 van de planregels en bepaalt dat de uitspraak in de plaats treedt van dat deel van het herstelbesluit. De doorslaggevende reden is dat de raad de eerder geconstateerde gebreken voor het overige voldoende heeft hersteld.
Impactscore
LaagHet betreft een gemeente-specifieke bestemmingsplanprocedure zonder richtinggevende rechtsvragen; de uitspraak past bestaande rechtspraak over de bestuurlijke lus en zelf voorzien toe zonder nieuwe normen te stellen.
Belangrijkste punten
- 1Op de procedure blijft het oude recht (Wro) van toepassing vanwege het overgangsrecht bij inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024.
- 2De Afdeling had in de tussenuitspraak vijf concrete gebreken geconstateerd, waaronder onvoldoende motivering verkeersafwikkeling bij winkelcentrum Liguster 202 en strijd met het rechtszekerheidsbeginsel in de planregels over bijbehorende bouwwerken.
- 3Het herstelbesluit van 8 juli 2025 is de tweede poging van de raad om de gebreken te herstellen na het eerdere herstelbesluit van 17 januari 2023.
- 4De Afdeling past zelf voorzien toe voor het onderdeel over artikel 1.132 van de planregels (zinssnede), waarbij de uitspraak in de plaats treedt van het besluit.
- 5De raad wordt opgedragen de aangewezen onderdelen van de uitspraak binnen vier weken te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan op de landelijke voorziening.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van de bestuurlijke lus en zelf voorzien in complexe bestemmingsplanprocedures onder de Wro, en verduidelijkt dat gebrekkige planregels door de rechter zelf kunnen worden gecorrigeerd. Het overgangsrecht bij de Omgevingswet wordt hier opnieuw bevestigd voor lopende procedures.
Praktische impact
Het bestemmingsplan 'Stedelijk' van Leidschendam-Voorburg treedt na jaren van procedures en twee herstellingen grotendeels in werking, wat duidelijkheid biedt aan bewoners, ondernemers en de gemeente over de ruimtelijke regels in het stedelijk gebied.
Onderwerp-impact
Voor de ruimtelijke ordening in Leidschendam-Voorburg betekent dit dat de planologische regeling voor het stedelijk gebied, inclusief de regels over bijbehorende bouwwerken, detailhandel en speeltuinbestemming, nu rechtsgeldig is vastgesteld.
Samenvatting
De Raad van State heeft op 29 juli 2026 uitspraak gedaan in de langlopende procedure over het bestemmingsplan 'Stedelijk' van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Dit bestemmingsplan voorziet in een actuele planologisch-juridische regeling voor het gehele stedelijk gebied van de gemeente. Na de oorspronkelijke vaststelling op 22 februari 2022 volgde een eerste herstelbesluit op 17 januari 2023, waartegen meerdere appellanten beroep instelden. In een tussenuitspraak constateerde de Afdeling bestuursrechtspraak vijf concrete gebreken: onvoldoende motivering van de verkeersafwikkeling bij winkelcentrum Liguster 202, onduidelijkheid over de locatie van bijbehorende bouwwerken in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, een onzorgvuldige regeling voor detailhandel, het ten onrechte ontbreken van de aanduiding 'speeltuin' bij Rozenlaan 16a, en een vijfde gebrek. De raad trachtte deze gebreken te herstellen met een nieuw besluit van 8 juli 2025. De Afdeling oordeelt dat dit herstelbesluit grotendeels slaagt. Voor het onderdeel betreffende een specifieke zinssnede in artikel 1.132 van de planregels voorziet de Afdeling echter zelf: de uitspraak treedt op dat punt in de plaats van het besluit van 8 juli 2025. Op de gehele procedure blijft het oude recht onder de Wet ruimtelijke ordening van toepassing, nu de beroepsprocedure voor 1 januari 2024 – de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet – was gestart. De raad wordt opgedragen de aangewezen onderdelen binnen vier weken te verwerken in het elektronisch beschikbare plan. Hiermee komt na ruim vier jaar een einde aan een complexe bestemmingsplanprocedure, waarbij het plan uiteindelijk met beperkte correcties in stand blijft.