Integriteitsmelding gemeente geen appellabel besluit
ECLI:NL:RVS:2026:4393, Raad van State, 29-07-2026, 202503012/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Per e-mail van 5 juli 2022 hebben [appellanten] een integriteitsmelding ingediend over de burgemeester en drie wethouders. De raad van de gemeente Bloemendaal heeft in de besloten vergadering van 2 februari 2023 beslist om de integriteitsmelding niet verder te behandelen. Bij afzonderlijke brieven van 17 februari 2023 heeft de burgemeester daarvan aan [appellanten] mededeling gedaan. De gemeente Bloemendaal heeft ter beëindiging van een langlopend conflict vaststellingsovereenkomsten gesloten met twee inwoners. [appellanten] hebben daarover een integriteitsmelding ingediend. Onder verwijzing naar het Protocol Integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers 2022 heeft de burgemeester [appellanten] medegedeeld dat de raad heeft bepaald dat de melding niet verder wordt behandeld en er geen vervolgstappen zullen worden genomen. Het bezwaar dat [appellanten] daartegen hebben ingediend heeft de raad, in navolging van het advies van de bezwarencommissie, niet-ontvankelijk verklaard. De raad heeft geoordeeld dat de beslissing geen wijziging teweegbrengt in de rechtspositie van [appellanten], dan wel in de rechtspositie van andere personen. Aan de beslissing worden geen conclusies verbonden die een bevoegdheid, recht of verplichting voor één of meer anderen doen ontstaan of teniet doen. De juridische status van [appellanten] wordt ook niet (opnieuw) vastgesteld, aldus de raad. Daarom is de beslissing van 2 februari 2023 volgens de raad geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
Kern van de zaak
Twee inwoners van Bloemendaal dienden een integriteitsmelding in over vaststellingsovereenkomsten die de gemeente sloot met andere inwoners ter beëindiging van een conflict. De gemeenteraad deelde mee de melding niet verder te behandelen. Appellanten gingen hiertegen in bezwaar en beroep, stellende dat sprake was van een appellabel besluit.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is ongegrond verklaard; de mededeling van de gemeenteraad dat de integriteitsmelding niet verder wordt behandeld is geen besluit in de zin van de Awb. De doorslaggevende reden is dat de beslissing niet op rechtsgevolg is gericht en geen wijziging brengt in de rechtspositie van appellanten of anderen.
Impactscore
MiddelDe uitspraak betreft een bevestiging van bestaande Awb-rechtspraak over het besluitbegrip en heeft beperkte precedentwerking, maar raakt een maatschappelijk gevoelig thema (integriteit lokaal bestuur) en verduidelijkt de grenzen van rechtsbescherming voor klokkenluiders in de gemeentelijke context.
Belangrijkste punten
- 1Een mededeling dat een integriteitsmelding niet verder wordt behandeld is geen Awb-besluit, omdat rechtsgevolg ontbreekt
- 2Enkel de mededeling dat geen feitelijke handeling zal plaatsvinden, schept geen bevoegdheid, recht of verplichting
- 3Het vermoeden dat gemeenschapsgeld is gebruikt om integriteitsklachten af te kopen is onvoldoende om rechtsgevolg aan te nemen
- 4De beslissing doet geen afbreuk aan de aangifte- of meldplicht ex artikel 162 Sv
- 5Zowel bezwaar, beroep als hoger beroep zijn achtereenvolgens niet-ontvankelijk respectievelijk ongegrond verklaard
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat bestuursorganen die een integriteitsmelding seponeren geen appellabel besluit nemen, waardoor de bestuursrechtelijke weg voor melders is afgesloten. Dit beperkt de rechtsbeschermingsmogelijkheden van burgers die misstanden via integriteitsprocedures aan de orde stellen.
Praktische impact
Inwoners die een integriteitsmelding indienen bij een gemeente kunnen het niet-behandelen daarvan niet via bezwaar en beroep aanvechten. Zij zijn voor eventuele verdere stappen aangewezen op andere wegen, zoals de strafrechtelijke aangifte of politieke controle.
Onderwerp-impact
Voor de bestuurspraktijk rond integriteit van politieke ambtsdragers verduidelijkt deze uitspraak dat het Protocol Integriteitsmeldingen geen besluiten in Awb-zin genereert, hetgeen de accountability van lokale bestuurders via dit kanaal beperkt.
Samenvatting
In deze zaak stonden twee inwoners van de gemeente Bloemendaal centraal die een integriteitsmelding hadden ingediend nadat de gemeente vaststellingsovereenkomsten had gesloten met andere inwoners ter beëindiging van een langlopend conflict. Appellanten vermoedden dat het college van burgemeester en wethouders met gemeenschapsgeld integriteitsklachten had afgekocht. De gemeenteraad deelde op 2 februari 2023 mee dat de melding niet verder zou worden behandeld en dat er geen vervolgstappen zouden worden genomen, zulks onder verwijzing naar het Protocol Integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers 2022. Het bezwaar dat appellanten hiertegen indienden, werd door de raad niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de mededeling geen besluit was in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de mededeling niet op rechtsgevolg was gericht, omdat het slechts de aankondiging betrof dat geen feitelijke handeling zou plaatsvinden. Ook het betoog dat de beslissing afbreuk deed aan de meldplicht van artikel 162 Sv werd verworpen. De Raad van State bevestigt dit oordeel in hoger beroep. De kern van de beslissing is dat de mededeling dat een integriteitsmelding niet wordt behandeld geen wijziging brengt in de rechtspositie van de melders of van anderen, en geen bevoegdheden, rechten of verplichtingen doet ontstaan of tenietdoen. Het door appellanten gestelde vermoeden van onregelmatigheden is onvoldoende om dit anders te beoordelen. Daarmee is de bestuursrechtelijke weg definitief afgesloten voor appellanten. De uitspraak heeft betekenis voor de reikwijdte van rechtsbescherming bij integriteitskwesties in het lokaal bestuur: het seponeren van een melding via het integrititeitsprotocol genereert geen appellabel besluit, wat melders dwingt andere wegen te bewandelen.