ECLI:NL:RVS:2026:4368, Raad van State, 25-02-2026, 202503738/5/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij uitspraak van 27 augustus 2025 in zaaknummer 202503738/3/A2 heeft de Afdeling zich onbevoegd verklaard om van het door [verzoeker] ingestelde hoger beroep kennis te nemen. Bij uitspraak van dezelfde dag in zaaknummer 202503738/4/A2 heeft de voorzieningenrechter het hangende dat hoger beroep door [verzoeker] gedane verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening daarom als kennelijk ongegrond afgewezen. Omdat met de uitspraak van 27 augustus 2025 op het hoger beroep van [verzoeker] was beslist, is daarmee de procedure ten einde gekomen. Gelet op artikel 8:81, eerste tot en met derde lid, van de Awb staat daarom voor [verzoeker] geen mogelijkheid open om te verzoeken een voorlopige voorziening te treffen.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.