Beroep ongegrond: BRP-rectificatie identiteitsgegevens Chinese vrouw afgewezen
ECLI:NL:RVS:2026:4332, Raad van State, 29-07-2026, 202500646/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 20 januari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sluis het door [appellante] gemaakte bezwaar tegen het besluit van 30 juni 2020 opnieuw ongegrond verklaard. [appellante] is in de brp opgenomen met de voornaam [voornaam A], geslachtsnaam [naam appellante], nationaliteit onbekend, geboren op [geboortedatum] 1986 in [plaats] (China). Dit is gebeurd op basis van een op 26 oktober 2000 door haar onder belofte afgelegde verklaring tijdens haar asielprocedure in Nederland. Op 13 maart 2019 heeft [appellante] een verzoek om rectificatie gedaan als bedoeld in artikel 2:58, eerste lid, van de Wet Basisregistratie personen (Wet Brp). [appellante] heeft verzocht om deze gegevens te wijzigen in de voornaam [voornaam B], geslachtsnaam [naam], Chinese nationaliteit, geboren op [geboortedatum] 1983 in [plaats], China. Zij heeft hiertoe onder andere kopieën overgelegd van een verlopen Chinees paspoort uit 1996 en een geldig Chinees paspoort uit 2018.
Kern van de zaak
Een vrouw die in de BRP geregistreerd staat met gegevens uit haar asielprocedure uit 2000 verzoekt om rectificatie naar andere persoonsgegevens, onderbouwd met Chinese paspoorten. Het college weigert de wijziging omdat niet is uitgesloten dat de paspoorten toebehoren aan een zus.
Beslissing van de rechter
De Raad van State verklaart het beroep ongegrond. De doorslaggevende reden is dat appellante er niet in is geslaagd voldoende bewijs te leveren dat de overgelegde Chinese paspoorten daadwerkelijk op haar betrekking hebben en niet op een directe verwante zoals een zus.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele zaak over BRP-rectificatie zonder fundamentele nieuwe rechtsvragen; de uitkomst past binnen bestaande jurisprudentie over bewijslastverdeling bij identiteitsvaststelling in de BRP.
Belangrijkste punten
- 1Appellante staat in de BRP geregistreerd op basis van een verklaring uit haar asielprocedure van 2000 en verzoekt rectificatie naar andere persoonsgegevens.
- 2Overgelegde Chinese paspoorten (1996 en 2018) worden aangemerkt als brondocumenten, maar gezichtsvergelijkend onderzoek sluit niet uit dat de afgebeelde persoon een zus is.
- 3In de eerdere uitspraak van 20 december 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4764) oordeelde de Afdeling al dat het college zijn weigering deugdelijk moest motiveren met objectieve gegevens.
- 4Appellante heeft geen aanvullende brondocumenten (zoals een hukou) overgelegd waaruit haar gezinssamenstelling blijkt.
- 5Het beroep wordt ongegrond verklaard; geen proceskostenveroordeling.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat bij BRP-rectificatieverzoeken de bewijslast op de verzoeker rust en dat brondocumenten alleen onvoldoende zijn als de authenticiteit of toerekening aan de verzoeker redelijkerwijs niet kan worden vastgesteld. Het college mag weigering baseren op objectief onderbouwde twijfel over de identiteit.
Praktische impact
Voor appellante betekent de uitspraak dat haar BRP-registratie ongewijzigd blijft op de gegevens uit de asielprocedure van 2000, wat gevolgen heeft voor haar officiële identiteit en de documenten die zij kan verkrijgen.
Onderwerp-impact
In vreemdelingenzaken en bij BRP-rectificaties wordt verduidelijkt dat ook erkende brondocumenten onvoldoende kunnen zijn als verwantschaps- en gezichtsonderzoek de identiteitsband niet eenduidig bevestigen.
Samenvatting
Deze zaak betreft een vrouw die in de Basisregistratie Personen (BRP) is geregistreerd op basis van gegevens die zij tijdens haar asielprocedure in 2000 heeft opgegeven. In 2019 verzocht zij om rectificatie van haar voornaam, geslachtsnaam, nationaliteit en geboortejaar, onderbouwd met kopieën van een verlopen Chinees paspoort uit 1996 en een geldig paspoort uit 2018. Het college weigerde de rectificatie omdat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat de paspoorten daadwerkelijk op appellante betrekking hebben. In een eerdere uitspraak van 20 december 2023 had de Afdeling bestuursrechtspraak al geoordeeld dat de paspoorten als brondocumenten moeten worden aangemerkt, maar dat zowel het gezichtsvergelijkend onderzoek als het verwantschapsonderzoek niet uitsluit dat de afgebeelde persoon een directe verwante – mogelijk een zus – is. De Afdeling had het college toen opgedragen een nieuw besluit te nemen met een deugdelijke motivering, gebaseerd op objectieve gegevens. Appellante had echter geen aanvullende documenten overgelegd, zoals een hukou, waaruit haar gezinssamenstelling had kunnen worden afgeleid. De centrale juridische vraag was of het college op basis van de beschikbare informatie terecht heeft geweigerd de BRP-gegevens te rectificeren. De Raad van State oordeelt van wel en verklaart het beroep ongegrond. Nu appellante geen aanvullend bewijs heeft geleverd dat de twijfel over de toerekening van de paspoorten wegneemt, heeft het college de rectificatie op goede gronden geweigerd. Er worden geen proceskosten vergoed. De uitspraak onderstreept dat bij BRP-rectificaties de bewijslast op de verzoeker rust en dat brondocumenten op zichzelf onvoldoende zijn als de identiteitsband niet eenduidig kan worden aangetoond.