JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4310Laag18/100

Uitzetting vreemdeling geschorst in afwachting hoger beroep

ECLI:NL:RVS:2026:4310, Raad van State, 23-07-2026, BRS.26.003163

Raad van StateUitspraak: 23 juli 2026Publicatie: 22 juli 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.003163
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Vergunningen
Hoger Beroep
Asiel
Voorlopige Voorziening
Vreemdelingenrecht
Uitzetting

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 16 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Kern van de zaak

Een vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen die uitzetting voorkomt totdat op zijn hoger beroep is beslist. Tevens verzocht hij om opvang en verstrekkingen. De minister van Asiel en Migratie was de wederpartij.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter heeft de voorlopige voorziening toegewezen: de vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De doorslaggevende reden is dat het aangevoerde aanleiding gaf een voorlopige voorziening te treffen, conform vaste jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457); de minister wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van € 934,00.

18van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is een routinematige voorzieningsbeslissing zonder nieuwe rechtsontwikkeling; zij heeft alleen gevolgen voor de individuele verzoeker en past bestaande jurisprudentie toe.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen: uitzetting geschorst tot beslissing op hoger beroep
  • 2Verzoek om opvang en verstrekkingen meegenomen in het verzoek
  • 3Toepassing van vaste Afdelingsjurisprudentie (RVS:2019:457) als grondslag voor toewijzing
  • 4Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot proceskosten van € 934,00
  • 5Uitspraak betreft een kortgedingachtige voorzieningsprocedure bij de bestuursrechter

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak past de gevestigde lijn toe dat de voorzieningenrechter bij voldoende aanleiding uitzetting schorst in afwachting van hoger beroep; zij voegt geen nieuwe rechtsregel toe. De verwijzing naar ECLI:NL:RVS:2019:457 bevestigt de continuïteit van dit toetsingskader.

Praktische impact

De vreemdeling verkrijgt opschortende werking van de uitzettingsbeslissing en heeft recht op opvang en verstrekkingen gedurende de hoger beroepsprocedure. De minister draagt de proceskosten.

Onderwerp-impact

In asiel- en migratiezaken biedt de voorlopige voorzieningsprocedure een effectief middel om uitzetting tijdelijk te voorkomen; deze uitspraak illustreert dat de drempel voor toewijzing relatief laag kan zijn wanneer voldoende gronden worden aangevoerd.

Samenvatting

In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 juli 2026 een voorlopige voorziening getroffen in een vreemdelingenrechtelijke procedure. De verzoeker, die geconfronteerd werd met een dreigende uitzetting, wendde zich tot de voorzieningenrechter met het verzoek zijn uitzetting te schorsen totdat op zijn hoger beroep zou zijn beslist. Tevens verzocht hij om opvang en verstrekkingen gedurende de lopende procedure. De minister van Asiel en Migratie had een nader stuk ingediend, waarop de gemachtigde van verzoeker had gereageerd. De voorzieningenrechter heeft, gelet op hetgeen door verzoeker is aangevoerd, aanleiding gezien de gevraagde voorlopige voorziening toe te wijzen. Als grondslag verwees de voorzieningenrechter naar de vaste uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457), die het toetsingskader biedt voor dergelijke verzoeken in vreemdelingenzaken. De voorzieningenrechter bepaalde dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep nog niet is beslist. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten ter hoogte van € 934,00, volledig toe te rekenen aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak heeft een beperkte juridische reikwijdte: zij introduceert geen nieuwe rechtsnormen en is uitsluitend relevant voor de individuele verzoeker. Zij illustreert echter wel dat de voorzieningenrechter bereid is uitzetting te schorsen wanneer voldoende gronden worden aangevoerd, en bevestigt de toegankelijkheid van dit rechtsmiddel als waarborg in vreemdelingenrechtelijke geschillen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 31 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1439Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1439, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/03570

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
18/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1448Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1448, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/02255

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1466Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1466, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01038

Hoge Raad11 sep 2026ZorgFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied