ECLI:NL:RVS:2026:4306, Raad van State, 22-07-2026, 202601870/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij e-mailbericht van 6 januari 2026 heeft het college aan [appellant] meegedeeld niet mee te willen werken aan het verzoek om te faciliteren dat zijn collegegeld door The United States Department of Veterans Affairs (USDVA) wordt voldaan. Bij beslissing van 26 mei 2026 heeft het college van bestuur van Tilburg University het door [appellant] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat het bericht van 6 januari 2026 geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht is. De keuze om geen overeenkomst met USDVA aan te gaan heeft geen publiekrechtelijke grondslag. Het bericht strekt niet tot het vaststellen van een bevoegdheid, recht, verplichting of status. [appellant] is definitief tot de opleiding toegelaten. Met het al dan niet invullen en ondertekenen van de verklaringen wordt zijn recht om zich als student in te schrijven niet ontnomen of beperkt. Het heeft daarnaast ook geen invloed op de verplichting tot het betalen van het collegegeld. Het aangaan van een overeenkomst met een derde voor de betaling van het collegegeld is privaatrechtelijk van aard. Het college wil deze overeenkomst met USDVA niet te sluiten en is daar wettelijk ook niet toe verplicht. De mededeling van 6 januari 2026 ziet op de praktische wijze van het innen respectievelijk betalen van het collegegeld en is daarmee een mededeling van feitelijke aard. De vraag die voorligt is of het e-mailbericht van 6 januari 2026 een besluit is.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.