Survivalrunbaan vereist uitgebreide vergunningprocedure, beroep ongegrond
ECLI:NL:RVS:2026:4303, Raad van State, 22-07-2026, 202306494/1/R2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)De stichting heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekendmaken van een volgens hen van rechtswege gegeven omgevingsvergunning. Op 6 december 2022 heeft de stichting een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van vier sport- en speeltoestellen (een survivalrunbaan) met een maximumhoogte van 2,5 meter op het bosperceel met nr. B-1049 aan de Dongensebaan in Teteringen. Op 21 april 2023 heeft het college, nadat de beslistermijn op 16 februari 2023 is verlengd en op 29 maart 2023 met instemming van de stichting is opgeschort, aan de stichting medegedeeld dat ook een omgevingsvergunning is vereist voor het afwijken van het bestemmingsplan en dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure op de aanvraag van toepassing is. De stichting is het daar niet mee eens en vindt dat de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is op de aanvraag.
Kern van de zaak
Een stichting vroeg een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van vier sport- en speeltoestellen (survivalrunbaan) op een bosperceel in Teteringen. Het college stelde dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing was, terwijl de stichting meende dat de reguliere procedure gold en de vergunning van rechtswege was verleend.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de aangevallen uitspraak en verklaart het beroep tegen het besluit van 13 mei 2024 ongegrond. De doorslaggevende reden is dat het college terecht de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing heeft geacht, omdat de survivalrunbaan in strijd is met het geldende bestemmingsplan en een afwijkingsvergunning vereist.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaand recht toe op een specifieke feitelijke situatie en voegt geen nieuwe rechtsnormen toe; het betreft een enkelvoudige kamer en een relatief beperkt geschil over procedurele keuzes bij een kleine recreatieve voorziening.
Belangrijkste punten
- 1De aanvraag dateert van vóór 1 januari 2024, waardoor de Wabo (oud recht) van toepassing blijft op grond van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet.
- 2Het college heeft terecht vastgesteld dat naast de omgevingsvergunning voor het plaatsen van bouwwerken ook een vergunning voor afwijking van het bestemmingsplan vereist is.
- 3De uitgebreide voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb) is van toepassing bij een aanvraag die een bestemmingsplanafwijking vereist, waardoor de vergunning niet van rechtswege kan worden verleend.
- 4De stichting kon geen beroep doen op fictieve vergunningverlening, nu de uitgebreide procedure de toepassing van de positieve fictieve beschikking uitsluit.
- 5De rechtbank had het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard voor het deel dat zag op de fictieve vergunningverlening; de Afdeling bevestigt dit oordeel.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de scheidslijn tussen de reguliere en uitgebreide voorbereidingsprocedure onder de Wabo: zodra een bestemmingsplanafwijking vereist is, is de uitgebreide procedure van toepassing en kan geen beroep worden gedaan op fictieve vergunningverlening. Dit overgangsrechtelijk kader onder de Invoeringswet Omgevingswet wordt hiermee toegepast op aanvragen ingediend vóór 1 januari 2024.
Praktische impact
Voor initiatiefnemers die vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet een vergunning hebben aangevraagd voor activiteiten die afwijken van het bestemmingsplan, geldt dat zij niet kunnen rekenen op een vergunning van rechtswege; de uitgebreide procedure biedt die mogelijkheid niet.
Onderwerp-impact
Voor sport- en recreatieve voorzieningen in bos- of groengebieden met een specifieke bestemming geldt dat plaatsing van speeltoestellen als een survivalrunbaan al snel in strijd kan zijn met het bestemmingsplan, waardoor een volledige afwijkingsprocedure doorlopen moet worden.
Samenvatting
Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 juli 2026 betreft een geschil over de vraag welke voorbereidingsprocedure van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor de plaatsing van een survivalrunbaan op een bosperceel in Teteringen (gemeente Breda). De aanvraag werd op 6 december 2022 ingediend door een stichting, derhalve vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Op grond van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet blijft de Wabo (oud recht) van toepassing totdat het besluit op de aanvraag onherroepelijk is. Het college deelde de stichting mee dat naast de vergunning voor het bouwen ook een vergunning voor afwijking van het bestemmingsplan vereist was, en dat daarom de uitgebreide voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb) van toepassing was. De stichting was van mening dat de reguliere procedure gold, dat de beslistermijn was verstreken en dat de vergunning daardoor van rechtswege was verleend. De rechtbank had het beroep op fictieve vergunningverlening niet-ontvankelijk verklaard, omdat de uitgebreide procedure de toepassing van de positieve fictieve beschikking uitsluit. De Afdeling bevestigt dit oordeel en verklaart ook het beroep tegen het inhoudelijke besluit van 13 mei 2024 ongegrond. De kern van de beslissing is dat de survivalrunbaan in strijd is met het geldende bestemmingsplan, een bestemmingsplanafwijking vereist, en dat de uitgebreide procedure daarvoor de aangewezen route is, waarbij geen ruimte bestaat voor fictieve vergunningverlening. De uitspraak is in lijn met vaste jurisprudentie en heeft beperkte precedentwerking, maar illustreert hoe het overgangsrecht bij de invoering van de Omgevingswet in de praktijk uitpakt voor lopende vergunningaanvragen.