JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4296Laag28/100

Bindend negatief studieadvies na jarenlange achterstand bekrachtigd

ECLI:NL:RVS:2026:4296, Raad van State, 22-07-2026, 202601376/1/A2

Raad van StateUitspraak: 22 juli 2026Publicatie: 22 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:202601376/1/A2
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Onderwijs
College Van Beroep Examens
Hoger Onderwijs
Bindend Negatief Studieadvies
Bsa Norm
Studievoortgang

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij beslissing van 15 augustus 2025 heeft het instellingsbestuur van de School of Business and Economics van de Universiteit van Maastricht (het bestuur) aan [appellante] een bindend negatief studieadvies gegeven. Bij beslissing van 19 maart 2026 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit Maastricht het door [appellante] daartegen gemaakte administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] is in het studiejaar 2019/2020 gestart met de bacheloropleiding Economics and Business Economics. Vanwege persoonlijke omstandigheden van [appellante] is aan haar meerdere keren uitstel verleend voor het voldoen aan de norm voor het bindend studieadvies. In het studiejaar 2024/2025 voldeed zij hier nog steeds niet aan. Het bestuur heeft haar daarom op 15 augustus 2025 een bindend negatief studieadvies gegeven, waarbij zij is uitgesloten van het volgen van de opleiding voor een periode van zes jaar. Het CBE heeft die beslissing in stand gelaten. Volgens het CBE heeft het bestuur zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de beperkte studieresultaten niet uitsluitend voortkomen uit de persoonlijke omstandigheden van [appellante].

Kern van de zaak

Een studente Economics and Business Economics ontving na het studiejaar 2024/2025 een bindend negatief studieadvies (BNSA) met een uitsluiting van zes jaar, nadat zij ondanks meerdere verlengingen en kansen de BSA-norm nog steeds niet had gehaald. Zij ging in beroep tegen de beslissing van het College van Beroep voor de Examens (CBE), dat het BNSA in stand had gelaten.

Beslissing van de rechter

De Raad van State heeft het beroep ongegrond verklaard. Doorslaggevend was dat de structurele achterblijvende studievoortgang, het herhaaldelijk niet halen van de kwantitatieve methoden-vakken, het niet opvolgen van adviezen en het ontbreken van tijdige meldingen niet uitsluitend aan persoonlijke omstandigheden zijn toe te schrijven, waardoor het bestuur in redelijkheid het BNSA heeft kunnen opleggen.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past binnen bestaande jurisprudentie over BNSA-besluiten en stelt geen nieuwe rechtsregels; het betreft een feitelijke toepassing van het bekende toetsingskader in een individuele zaak.

Belangrijkste punten

  • 1Studente startte in 2019/2020 en ontving meerdere malen uitstel van de BSA-norm vanwege persoonlijke omstandigheden.
  • 2Na het studiejaar 2020/2021 werden geen eerstejaarsvakken meer behaald en werd de vereiste 6,5 ECTS voor kwantitatieve methoden nooit gehaald.
  • 3In studiejaren 2021/2022 en 2022/2023 werden minnelijke regelingen getroffen met expliciete verplichtingen, die onvoldoende werden nagekomen.
  • 4De 26 ECTS voor een stage in 2024/2025 telden niet mee voor de BSA-norm.
  • 5Het CBE en de Afdeling concludeerden dat de beperkte resultaten niet uitsluitend voortvloeiden uit persoonlijke omstandigheden, waardoor het BNSA stand houdt.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat onderwijsinstellingen bij structurele, niet uitsluitend door persoonlijke omstandigheden veroorzaakte studievertraging een BNSA mogen opleggen, ook na meermalig verleend uitstel. Het toetsingskader van 'niet uitsluitend door persoonlijke omstandigheden' fungeert als centrale maatstaf.

Praktische impact

De studente blijft gedurende zes jaar uitgesloten van de opleiding Economics and Business Economics. Voor andere studenten onderstreept de uitspraak het belang van het actief opvolgen van studieadviezen en tijdig melden van persoonlijke omstandigheden.

Onderwerp-impact

Onderwijsinstellingen worden bevestigd in hun bevoegdheid om streng op te treden bij langdurige studievertraging, zelfs wanneer er persoonlijke omstandigheden meespelen, mits aannemelijk is dat de voortgang ook los daarvan structureel tekortschoot.

Samenvatting

Deze zaak betreft een studente die in het studiejaar 2019/2020 begon aan de bacheloropleiding Economics and Business Economics. Vanwege persoonlijke omstandigheden ontving zij meerdere malen uitstel voor het voldoen aan de BSA-norm. Ondanks deze coulance bleef haar studievoortgang structureel achter: na het studiejaar 2020/2021 werden geen eerstejaarsvakken meer behaald, de verplichte kwantitatieve methoden-vakken werden consequent niet gehaald, en de in minnelijke regelingen vastgelegde verplichtingen werden onvoldoende nagekomen. Adviezen van de Student en Career Counseling werden niet tijdig opgevolgd. In het studiejaar 2024/2025 behaalde de studente weliswaar 26 ECTS voor een stage, maar dit onderdeel telde niet mee voor de BSA-norm. Op 15 augustus 2025 legde het bestuur haar een bindend negatief studieadvies op, met uitsluiting van de opleiding voor zes jaar. Het College van Beroep voor de Examens liet dit besluit in stand, omdat de beperkte studieresultaten niet uitsluitend konden worden verklaard door de persoonlijke omstandigheden van de studente. De juridische vraag voor de Raad van State was of het CBE in redelijkheid tot dit oordeel had kunnen komen. De Afdeling bestuursrechtspraak beantwoordde die vraag bevestigend en verklaarde het beroep ongegrond. De doorslaggevende overweging was dat de gecombineerde factoren — structurele achterblijvende voortgang, herhaald falen bij QM-vakken, het niet naleven van gemaakte afspraken en het uitblijven van zichtbare verbetering ondanks jarenlang uitstel — aantonen dat de studieproblematiek niet louter aan persoonlijke omstandigheden is toe te schrijven. Daarmee heeft het bestuur rechtmatig gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid tot het opleggen van een BNSA. De uitspraak bevestigt de bestaande lijn dat meermalig verleend uitstel geen vrijwel onbeperkt recht op verdere kansen schept.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 27 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied