JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4291Laag18/100

Beroep tegen containerplaatsing ongegrond wegens te late indiening

ECLI:NL:RVS:2026:4291, Raad van State, 22-07-2026, 202503997/1/R1

Raad van StateUitspraak: 22 juli 2026Publicatie: 22 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:202503997/1/R1
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Ontvankelijkheid
Termijnoverschrijding
Aanwijzingsbesluit
Containerplaatsing
Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 9 mei 2023, gepubliceerd op 12 juli 2024, heeft het college van burgemeester en wethouders van Loon op zand de locatie tegenover het perceel Knotwilg 11 aangewezen voor de plaatsing van een bovengrondse wijkcontainer voor glas en een ondergrondse wijkcontainer voor papier. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. Het college betoogt dat het beroep te laat is ingediend en dat geen zienswijze is ingediend. Het college wijst erop dat het aanwijzingsbesluit op 12 juli 2024 bekend is gemaakt en dat het beroep op 15 juni 2025 als bezwaar bij hem is ingediend. Er zijn volgens het college ook geen redenen om deze termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.

Kern van de zaak

Appellant woont nabij een locatie in Kaatsheuvel waar het college een ondergrondse container heeft aangewezen en geplaatst. Hij heeft op 15 juni 2025 bezwaar gemaakt tegen het plaatsingsbesluit, terwijl het aanwijzingsbesluit al op 30 juli 2024 was gepubliceerd en de containers op 12 maart 2024 waren geplaatst. Het college betoogde dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het beroep ongegrond. Doorslaggevend is dat het aanwijzingsbesluit tijdig en op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt via de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, appellant geen zienswijze heeft ingediend en zijn bezwaar ruim buiten de wettelijke termijn van zes weken is ingediend.

18van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past volledig binnen vaste jurisprudentie over niet-ontvankelijkheid wegens termijnoverschrijding en bevat geen nieuwe rechtsvragen of richtinggevende overwegingen; de feitelijke en juridische situatie is weinig complex.

Belangrijkste punten

  • 1Het ontwerp-aanwijzingsbesluit is op 22 december 2022 bekendgemaakt in het gemeenteblad; appellant heeft geen zienswijze ingediend.
  • 2Het definitieve aanwijzingsbesluit is op 30 juli 2024 gepubliceerd; bezwaar op 15 juni 2025 is ruim te laat.
  • 3De uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb) is gevolgd, waarna rechtstreeks beroep openstond.
  • 4Er zijn geen omstandigheden aangevoerd of gebleken die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken.
  • 5Artikel 6:10 Awb (prematuur bezwaar) biedt geen soelaas, nu het besluit al lang tot stand was gekomen.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt het strikte karakter van bestuursrechtelijke beroepstermijnen bij aanwijzingsbesluiten die via de uniforme openbare voorbereidingsprocedure zijn voorbereid. Niet-tijdige rechtsmiddelaanwending leidt tot ongegrondverklaring zonder inhoudelijke toetsing.

Praktische impact

Omwonenden die willen opkomen tegen de aanwijzing van een containerlocatie, moeten tijdig een zienswijze indienen tijdens de inspraakprocedure en vervolgens binnen zes weken na publicatie van het definitieve besluit beroep instellen, op straffe van verlies van rechtsbescherming.

Onderwerp-impact

Voor gemeenten biedt deze uitspraak bevestiging dat zorgvuldig doorlopen aanwijzingsprocedures voor afvalcontainers na het verstrijken van de beroepstermijn rechtens onaantastbaar zijn, ook als buurtbewoners achteraf bezwaren hebben.

Samenvatting

Deze zaak betreft een bewoner van Kaatsheuvel die opkwam tegen de plaatsing van een ondergrondse afvalcontainer nabij zijn woning aan de Knotwilg. Het college had de aanwijzingsprocedure gevolgd via de uniforme openbare voorbereidingsprocedure: op 22 december 2022 werd een ontwerp-aanwijzingsbesluit gepubliceerd in het gemeenteblad, waarbij de betreffende locatie expliciet was vermeld. Appellant diende geen zienswijze in. Op 9 mei 2023 stelde het college het ontwerp vast, op 30 juli 2024 volgde publicatie van het definitieve aanwijzingsbesluit en op 12 maart 2024 werden de containers daadwerkelijk geplaatst. Pas op 15 juni 2025 maakte appellant bezwaar, ruim meer dan een jaar na de publicatie van het definitieve besluit. De centrale juridische vraag was of dit bezwaar – en het daaruit voortvloeiende beroep – ontvankelijk kon worden geacht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beantwoordt die vraag ontkennend. Op grond van artikel 6:7 Awb bedraagt de bezwaar- en beroepstermijn zes weken, aanvangende de dag na bekendmaking (artikel 6:8 Awb). Nu het aanwijzingsbesluit op de voorgeschreven wijze was bekendgemaakt en appellant geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid een zienswijze in te dienen, was de beroepstermijn al lang verstreken toen hij op 15 juni 2025 bezwaar maakte. Verschoonbare omstandigheden voor de termijnoverschrijding zijn niet gesteld noch gebleken. De Afdeling verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak illustreert het belang van actief gebruik maken van inspraakmogelijkheden tijdens de voorbereidingsfase van aanwijzingsbesluiten. Wie dat nalaat en vervolgens ook de beroepstermijn mist, kan langs juridische weg geen inhoudelijke toetsing meer afdwingen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 27 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied