Beroep tegen containerplaatsing ongegrond wegens te late indiening
ECLI:NL:RVS:2026:4291, Raad van State, 22-07-2026, 202503997/1/R1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 9 mei 2023, gepubliceerd op 12 juli 2024, heeft het college van burgemeester en wethouders van Loon op zand de locatie tegenover het perceel Knotwilg 11 aangewezen voor de plaatsing van een bovengrondse wijkcontainer voor glas en een ondergrondse wijkcontainer voor papier. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. Het college betoogt dat het beroep te laat is ingediend en dat geen zienswijze is ingediend. Het college wijst erop dat het aanwijzingsbesluit op 12 juli 2024 bekend is gemaakt en dat het beroep op 15 juni 2025 als bezwaar bij hem is ingediend. Er zijn volgens het college ook geen redenen om deze termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
Kern van de zaak
Appellant woont nabij een locatie in Kaatsheuvel waar het college een ondergrondse container heeft aangewezen en geplaatst. Hij heeft op 15 juni 2025 bezwaar gemaakt tegen het plaatsingsbesluit, terwijl het aanwijzingsbesluit al op 30 juli 2024 was gepubliceerd en de containers op 12 maart 2024 waren geplaatst. Het college betoogde dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het beroep ongegrond. Doorslaggevend is dat het aanwijzingsbesluit tijdig en op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt via de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, appellant geen zienswijze heeft ingediend en zijn bezwaar ruim buiten de wettelijke termijn van zes weken is ingediend.
Impactscore
LaagDe uitspraak past volledig binnen vaste jurisprudentie over niet-ontvankelijkheid wegens termijnoverschrijding en bevat geen nieuwe rechtsvragen of richtinggevende overwegingen; de feitelijke en juridische situatie is weinig complex.
Belangrijkste punten
- 1Het ontwerp-aanwijzingsbesluit is op 22 december 2022 bekendgemaakt in het gemeenteblad; appellant heeft geen zienswijze ingediend.
- 2Het definitieve aanwijzingsbesluit is op 30 juli 2024 gepubliceerd; bezwaar op 15 juni 2025 is ruim te laat.
- 3De uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb) is gevolgd, waarna rechtstreeks beroep openstond.
- 4Er zijn geen omstandigheden aangevoerd of gebleken die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken.
- 5Artikel 6:10 Awb (prematuur bezwaar) biedt geen soelaas, nu het besluit al lang tot stand was gekomen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt het strikte karakter van bestuursrechtelijke beroepstermijnen bij aanwijzingsbesluiten die via de uniforme openbare voorbereidingsprocedure zijn voorbereid. Niet-tijdige rechtsmiddelaanwending leidt tot ongegrondverklaring zonder inhoudelijke toetsing.
Praktische impact
Omwonenden die willen opkomen tegen de aanwijzing van een containerlocatie, moeten tijdig een zienswijze indienen tijdens de inspraakprocedure en vervolgens binnen zes weken na publicatie van het definitieve besluit beroep instellen, op straffe van verlies van rechtsbescherming.
Onderwerp-impact
Voor gemeenten biedt deze uitspraak bevestiging dat zorgvuldig doorlopen aanwijzingsprocedures voor afvalcontainers na het verstrijken van de beroepstermijn rechtens onaantastbaar zijn, ook als buurtbewoners achteraf bezwaren hebben.
Samenvatting
Deze zaak betreft een bewoner van Kaatsheuvel die opkwam tegen de plaatsing van een ondergrondse afvalcontainer nabij zijn woning aan de Knotwilg. Het college had de aanwijzingsprocedure gevolgd via de uniforme openbare voorbereidingsprocedure: op 22 december 2022 werd een ontwerp-aanwijzingsbesluit gepubliceerd in het gemeenteblad, waarbij de betreffende locatie expliciet was vermeld. Appellant diende geen zienswijze in. Op 9 mei 2023 stelde het college het ontwerp vast, op 30 juli 2024 volgde publicatie van het definitieve aanwijzingsbesluit en op 12 maart 2024 werden de containers daadwerkelijk geplaatst. Pas op 15 juni 2025 maakte appellant bezwaar, ruim meer dan een jaar na de publicatie van het definitieve besluit. De centrale juridische vraag was of dit bezwaar – en het daaruit voortvloeiende beroep – ontvankelijk kon worden geacht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beantwoordt die vraag ontkennend. Op grond van artikel 6:7 Awb bedraagt de bezwaar- en beroepstermijn zes weken, aanvangende de dag na bekendmaking (artikel 6:8 Awb). Nu het aanwijzingsbesluit op de voorgeschreven wijze was bekendgemaakt en appellant geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid een zienswijze in te dienen, was de beroepstermijn al lang verstreken toen hij op 15 juni 2025 bezwaar maakte. Verschoonbare omstandigheden voor de termijnoverschrijding zijn niet gesteld noch gebleken. De Afdeling verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak illustreert het belang van actief gebruik maken van inspraakmogelijkheden tijdens de voorbereidingsfase van aanwijzingsbesluiten. Wie dat nalaat en vervolgens ook de beroepstermijn mist, kan langs juridische weg geen inhoudelijke toetsing meer afdwingen.