JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4287Laag32/100

RvS: college moet inzage politiegegevens uitbreiden na hoger beroep

ECLI:NL:RVS:2026:4287, Raad van State, 22-07-2026, 202406048/1/A3

Raad van StateUitspraak: 22 juli 2026Publicatie: 22 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202406048/1/A3

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 23 oktober 2023 heeft het college van procureurs-generaal een verzoek van [appellant] om inzage in de verwerking van zijn persoonsgegevens op grond van de Wet politiegegevens (Wpg) toegewezen. [appellant] heeft op 20 september 2021 een verzoek bij de rijksrecherche ingediend om inzage in zijn persoon betreffende politiegegevens als bedoeld in artikel 25 van de Wpg. Op grond van artikel 1, aanhef en onder f, sub 2, van de Wpg is de verwerkingsverantwoordelijke bij de rijksrecherche het college. Het college heeft aanvankelijk bij besluit van 11 oktober 2021 medegedeeld dat er geen persoonsgegevens van [appellant] zijn verwerkt. Bij besluit van 18 februari 2022 heeft het college het verzoek alsnog toegewezen en [appellant] inzage gegeven in registraties uit het onderzoeksdossier van de strafzaak ‘[strafzaak].

Kern van de zaak

Een appellant verzocht de rijksrecherche (college van procureurs-generaal) om inzage in zijn politiegegevens op grond van artikel 25 Wpg. Na meerdere besluiten en een eerdere rechterlijke vernietiging bleef discussie bestaan over de volledigheid van de zoekslag, met name of ook op telefoonnummers van appellant was gezocht.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam voor zover geen opdracht was gegeven een nieuw besluit te nemen met betrekking tot de drie telefoonnummers van appellant. Het college moet alsnog een nieuw besluit nemen dat ook de zoekslag op deze telefoonnummers omvat.

32van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak betreft een individuele zaak over de volledigheid van een zoekslag bij een inzageverzoek onder de Wpg. Hoewel relevant voor de praktijk van inzageverzoeken, stelt zij geen fundamenteel nieuwe rechtsregels.

Belangrijkste punten

  • 1Appellant heeft recht op inzage in politiegegevens bij de rijksrecherche op grond van artikel 25 Wpg.
  • 2Het college had in eerdere besluiten onvoldoende gemotiveerd waarom niet op alle relevante zoektermen (telefoonnummers) was gezocht.
  • 3De rechtbank oordeelde dat een zoekslag op telefoonnummers geen extra documenten zou opleveren, maar de Afdeling acht dit onvoldoende onderbouwd.
  • 4De Afdeling draagt het college op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak, specifiek ten aanzien van de drie telefoonnummers.
  • 5Beroep tegen het nieuwe besluit staat alleen open bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt dat bestuursorganen bij inzageverzoeken op grond van de Wpg deugdelijk moeten motiveren waarom bepaalde zoektermen (zoals telefoonnummers) niet in de zoekslag worden meegenomen. Onvoldoende motivering leidt tot vernietiging van het besluit.

Praktische impact

Het college moet een aanvullende zoekslag uitvoeren op de telefoonnummers van appellant en opnieuw beslissen over de inzage, wat kan leiden tot openbaarmaking van meer politiegegevens over hem.

Onderwerp-impact

Voor personen die inzage verzoeken in politiegegevens bevestigt deze uitspraak dat bestuursorganen een volledige en gemotiveerde zoekslag moeten verrichten, ook op indirecte identificatoren zoals telefoonnummers.

Samenvatting

Deze zaak draait om het recht op inzage in politiegegevens op grond van artikel 25 van de Wet politiegegevens (Wpg). De appellant diende op 20 september 2021 een inzageverzoek in bij de rijksrecherche, waarvan het college van procureurs-generaal de verwerkingsverantwoordelijke is. Na een aanvankelijke afwijzing, een toewijzing in februari 2022 en een vernietiging door de rechtbank in augustus 2023 nam het college opnieuw een besluit in oktober 2023. Het college stelde dat 53 verwerkingen waren gevonden na een aanvullende zoekslag, maar de rechtbank Amsterdam constateerde dat onvoldoende was gemotiveerd waarom de mailboxen van oud-medewerkers niet waren doorzocht en waarom niet op de bedrijfsnaam van appellant was gezocht. Ten aanzien van de telefoonnummers van appellant oordeelde de rechtbank echter dat een zoekslag daarop geen aanvullende documenten zou opleveren en gaf zij geen opdracht tot een nieuw besluit op dat punt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is het op dit laatste punt niet eens met de rechtbank. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte geen opdracht heeft gegeven een nieuw besluit te nemen met betrekking tot de drie door appellant genoemde telefoonnummers. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt op dit punt vernietigd. Het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij ook de zoekslag op de telefoonnummers betrokken wordt. De uitspraak bevestigt dat bestuursorganen bij Wpg-inzageverzoeken per zoekterm deugdelijk moeten motiveren waarom deze wel of niet wordt gebruikt, ook als het om indirecte persoonsidentificatoren zoals telefoonnummers gaat.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 24 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied