JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4284Laag18/100

Beroep ongegrond: kartonnen doos op papiercontainer terecht bestuursdwang

ECLI:NL:RVS:2026:4284, Raad van State, 22-07-2026, 202506214/1/R4

Raad van StateUitspraak: 22 juli 2026Publicatie: 22 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:202506214/1/R4
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Milieu
Bestuursdwang
Kostenverhaal
Afvalstoffenverordening
Herleidbaarheidsvermoeden
Afvalhandhaving

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 3 december 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen zijn beslissing om op 28 november 2025 spoedeisend bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 10, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening gemeente Groningen 2025 en artikel 10, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Groningen 2025 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 212,10, voor rekening van [appellant] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos die op 28 november 2025 is aangetroffen op een ondergrondse papiercontainer met locatie nummer 3566 aan het Floresplein in Groningen. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn adresgegevens op het adreslabel van de doos staat. [appellant] betoogt dat het college hem ten onrechte als overtreder heeft aangemerkt. Hij voert aan dat de enkele omstandigheid dat de aangetroffen kartonnen doos tot hem herleidbaar is, onvoldoende is om aan te nemen dat hij deze op de ondergrondse papiercontainer heeft geplaatst.

Kern van de zaak

Het college van Groningen paste spoedeisende bestuursdwang toe na het aantreffen van een kartonnen doos op een ondergrondse papiercontainer op 28 november 2025. De doos was herleidbaar tot appellant via zijn adresgegevens op het adreslabel. Appellant betwistte dat hij de overtreder was en vocht het kostenverhaal aan bij de Raad van State.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep ongegrond. Het herleidbaarheidsvermoeden – vaste jurisprudentie dat verkeerd aangeboden afval herleidbaar tot een persoon voldoende grond geeft voor aanmerking als overtreder – werd als doorslaggevend aanvaard en appellant slaagde er niet in dit vermoeden te ontzenuwen.

18van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is een routinematige bevestiging van vaste jurisprudentie over het herleidbaarheidsvermoeden bij afvalhandhaving en stelt geen nieuwe rechtsregels; de feitelijke en juridische reikwijdte blijft beperkt tot de individuele casus.

Belangrijkste punten

  • 1Het herleidbaarheidsvermoeden uit vaste jurisprudentie: als verkeerd aangeboden afval tot een persoon te herleiden is, mag het college die persoon als overtreder aanmerken.
  • 2Appellant voerde aan dat de vervuilde containeromgeving, betrokkenheid van meerdere personen en het ontbreken van getuigenverklaringen het vermoeden ondermijnden, maar dit volstond niet.
  • 3Het college mocht van appellant een concrete en objectief onderbouwde alternatieve verklaring verlangen zonder de bewijslast onevenredig om te keren.
  • 4Het betoog dat het volledige kostenverhaal onevenredig is en dat een individuele belangenafweging ontbreekt, werd verworpen.
  • 5De zaak werd afgedaan door een enkelvoudige kamer en het onderzoek werd gesloten op grond van artikel 8:57, derde lid, Awb (vereenvoudigde behandeling zonder zitting).

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn in de bestuursrechtelijke jurisprudentie dat het herleidbaarheidsvermoeden bij verkeerd aangeboden afval standhoudt tenzij de veronderstelde overtreder het met concrete, objectief onderbouwde feiten weerlegt. Er worden geen nieuwe rechtsregels gesteld.

Praktische impact

Inwoners van Groningen (en vergelijkbare gemeenten) die afval verkeerd aanbieden en daarbij hun adresgegevens achterlaten, lopen een reëel risico op kostenverhaal bij spoedeisende bestuursdwang; een beroep op twijfel over de dader volstaat niet zonder concrete onderbouwing.

Onderwerp-impact

Voor gemeentelijke handhaving van afvalstoffenverordeningen bevestigt deze uitspraak dat het herleidbaarheidscriterium een effectief en houdbaar handhavingsinstrument blijft bij fout aangeboden huishoudelijk afval.

Samenvatting

Op 28 november 2025 trof de gemeente Groningen een kartonnen doos aan op een ondergrondse papiercontainer aan het Floresplein. Op het adreslabel stonden de gegevens van appellant, op grond waarvan het college hem aanmerkte als overtreder van de gemeentelijke Afvalstoffenverordening 2025 en spoedeisende bestuursdwang toepaste door de doos te verwijderen, met kostenverhaal als gevolg. Appellant bestreed bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat hij de overtreding had begaan. Hij voerde aan dat louter herleidbaarheid onvoldoende bewijs oplevert, dat de vervuilde containeromgeving en de aanwezigheid van meerdere personen het vermoeden ontkrachten, dat niemand heeft waargenomen dat hij de doos heeft geplaatst en dat niet is vastgesteld wanneer dit is gebeurd. Daarnaast betoogde hij dat het college de bewijslast feitelijk bij hem had gelegd door een gedetailleerde alternatieve verklaring te verlangen, en dat het volledige kostenverhaal onevenredig is wegens het ontbreken van een individuele belangenafweging. De Afdeling verwierp alle betogen en verklaarde het beroep ongegrond. Zij bevestigde de vaste jurisprudentiële lijn dat verkeerd aangeboden afval dat tot een specifieke persoon herleidbaar is, voldoende grondslag biedt om die persoon als overtreder aan te merken. De door appellant aangevoerde omstandigheden – vervuiling van de omgeving, meerdere aanwezigen, gebrek aan getuigen – waren onvoldoende om dit vermoeden te ontzenuwen. Het vereisen van een concrete en objectief onderbouwde alternatieve verklaring is in overeenstemming met dit bewijskader en vormt geen ontoelaatbare omkering van de bewijslast. Ook het kostenverhaal en de evenredigheidstoets konden de rechterlijke toets doorstaan. De uitspraak bevat geen nieuwe rechtsontwikkeling, maar bevestigt een gevestigde praktijk van gemeentelijke afvalhandhaving.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 27 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied