Afvalzak naast volle container levert overtreding op
ECLI:NL:RVS:2026:4283, Raad van State, 22-07-2026, 202600745/1/R4
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 17 december 2025 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Almere zijn beslissing om op 16 december 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met Artikel 10 lid 1 van de Afvalstoffenverordening Almere 2024 en Artikel 4 van de Uitvoeringsregeling Almere 2024 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van bestuursdwang, te weten € 97,83 voor rekening van [appellante] komen. [Appellante] betoogt dat zij haar vuilniszak heeft aangeboden bij de ondergrondse afvalcontainers, maar deze niet in de container kon deponeren, omdat alle containers vol waren. In dat verband voert zij aan dat de containers slechts eens per twee weken worden geleegd. Omdat er geen ruimte was in de containers, stelt [appellante] dat zij uit nood de afvalzak naast de container heeft geplaatst. Verder stelt zij dat het onredelijk is om van bewoners te verlangen dat zij hun afval ver weg brengen. Tot slot betoogt [appellante] dat de gemeente ten onrechte ook ander afval aan haar toerekent, zoals een rode plastic tas en losse zakjes.
Kern van de zaak
Het college van Almere paste spoedeisende bestuursdwang toe op appellante wegens het plaatsen van een afvalzak naast een ondergrondse afvalcontainer op 16 december 2025. Appellante stelde dat de container vol was en zij geen andere keuze had. Zij ging in beroep tegen de kostenverhaling van de bestuursdwang.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep ongegrond. Doorslaggevend is dat het plaatsen van afval naast een container te allen tijde verboden is, ook als de container vol was; appellante had het afval moeten bewaren totdat zij het op de juiste wijze kon aanbieden.
Impactscore
LaagHet betreft een enkelvoudige kamer-uitspraak over een alledaagse bestuursdwangkwestie zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is in lijn met bestaande jurisprudentie over afvalstoffenverordeningen.
Belangrijkste punten
- 1Plaatsen van afval naast een ondergrondse container is een overtreding van artikel 10 lid 1 Afvalstoffenverordening Almere 2024, ongeacht de reden.
- 2Een volle container vormt geen rechtvaardigingsgrond voor het naast de container plaatsen van afval.
- 3Bij onmogelijkheid om afval elders aan te bieden, rust op de bewoner de plicht het afval te bewaren tot correcte aanbieding mogelijk is.
- 4Identificatie via een envelop met naam- en adresgegevens in de afvalzak volstaat als bewijs van toeschrijving aan appellante.
- 5De Afdeling heeft het onderzoek gesloten op grond van artikel 8:57 lid 3 Awb, zonder zitting.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat overmacht door een volle afvalcontainer geen verschoningsgrond oplevert voor onjuiste aanbieding van huishoudelijk afval; gemeenten kunnen ook in zulke gevallen bestuursdwang toepassen en kosten verhalen.
Praktische impact
Bewoners kunnen zich niet beroepen op een volle container om afval naast een inzamelvoorziening te plaatsen; zij zijn gehouden afval thuis te bewaren totdat correcte aanbieding mogelijk is, op straffe van kostenverhaling.
Onderwerp-impact
Voor gemeentelijk afvalbeheer onderstreept de uitspraak dat handhaving van afvalstoffenverordeningen standhoudt zelfs bij gebrekkige inzamelcapaciteit, wat druk legt op gemeenten om voldoende leegingsfrequentie te waarborgen.
Samenvatting
Op 16 december 2025 trof de gemeente Almere een afvalzak aan naast een ondergrondse afvalcontainer aan de Jim Hensonstraat. In de zak bevond zich een envelop met de naam- en adresgegevens van appellante, op grond waarvan het college haar verantwoordelijk hield voor het verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval. Het college paste spoedeisende bestuursdwang toe door de afvalzak te verwijderen en verhaalden de kosten hiervan op appellante. Appellante betwistte de opgelegde maatregel en stelde dat de ondergrondse containers vol waren omdat zij slechts eens per twee weken worden geleegd, waardoor zij geen andere keus had dan de zak naast de container te plaatsen. Zij achtte het onredelijk dat van haar werd verlangd haar afval ver weg te brengen, en betwistte ook dat andere aangetroffen afvalstukken aan haar konden worden toegerekend. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat artikel 10 lid 1 van de Afvalstoffenverordening Almere 2024 verplicht tot aanbieding van huishoudelijk afval op de voorgeschreven wijze en plaats. Vast staat dat de afvalzak naast en niet in de container stond, hetgeen een overtreding van dit artikel oplevert. De Afdeling overweegt dat een volle container geen rechtvaardigingsgrond vormt voor het plaatsen van afval naast de container. Indien appellante de zak niet in een andere container kon deponeren, had zij het afval moeten bewaren totdat correcte aanbieding alsnog mogelijk was. Het beroep wordt dan ook ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten vergoed. De uitspraak bevestigt de vergaande handhavingsbevoegdheid van gemeenten bij afvalstoffenverordeningen, ook in situaties waarbij de inzamelcapaciteit tekortschiet.