JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4280Laag28/100

Beroep tegen verbindingsweg Oirschot ongegrond verklaard

ECLI:NL:RVS:2026:4280, Raad van State, 22-07-2026, 202307520/1/R2

Raad van StateUitspraak: 22 juli 2026Publicatie: 22 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer:202307520/1/R2
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Vergunningen
Milieu
Ruimtelijke Ordening
Omgevingswet Overgangsrecht
Bestemmingsplan
Natuur Netwerk Brabant
Verbindingsweg
Natuurcompensatie

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 26 september 2023 heeft de raad van de gemeente Oirschot het bestemmingsplan "Verbindingsweg Kempenweg - Eindhovensedijk" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de aanleg van een verbindingsweg met een lengte van ongeveer 1,4 km tussen de Kempenweg, de randweg van Oirschot, en de Eindhovensedijk, ten zuiden van de kern van Oirschot. De verbindingsweg is direct ten noorden van en grotendeels evenwijdig aan de A58 voorzien en is grotendeels voorzien binnen het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Ter compensatie van het verlies van het NNB voorziet het plan op een afstand van ongeveer 900 m ten oosten van de aansluiting van de verbindingsweg op de Eindhovensedijk in nieuw aan te leggen natuur. Het doel van de Vereniging Buurtgroep de Kemmer is het beschermen en verbeteren van de leefbaarheid, bereikbaarheid, veiligheid en welzijn van de bewoners en particuliere grondeigenaren van De Kemmer in Oirschot. [appellant] woont aan de [locatie] in Oirschot en heeft grenzend aan zijn woonperceel ook een bosperceel in eigendom. Zijn percelen liggen aan de noordzijde van het plangebied.

Kern van de zaak

De Vereniging Buurtgroep de Kemmer en een omwonende met bosperceel in Oirschot verzetten zich bij de Raad van State tegen een bestemmingsplan dat voorziet in de aanleg van een 1,4 km lange verbindingsweg ten noorden van de A58, grotendeels binnen het Natuur Netwerk Brabant. Appellanten betogen dat alternatieven onvoldoende zijn meegenomen en de natuurcompensatie onjuist plaatsvindt.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het beroep ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de gemeenteraad binnen zijn beleidsruimte heeft gehandeld bij de vaststelling van het bestemmingsplan en de besluitvorming over alternatieven en natuurcompensatie juridisch standhouden.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is casuïstisch van aard en stelt geen nieuwe rechtsregels; zij bevestigt bestaande jurisprudentie over beleidsruimte bij bestemmingsplannen en overgangsrecht Omgevingswet.

Belangrijkste punten

  • 1Op deze procedure blijft oud recht (Wet ruimtelijke ordening) van toepassing, omdat het ontwerpplan op 2 maart 2023 ter inzage is gelegd vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024.
  • 2Het bestemmingsplan voorziet in een verbindingsweg van ~1,4 km tussen Kempenweg en Eindhovensedijk, grotendeels binnen het Natuur Netwerk Brabant (NNB).
  • 3Ter compensatie van het NNB-verlies wordt op circa 900 m afstand nieuw natuur aangelegd.
  • 4Appellanten betogen tevergeefs dat alternatieven onvoldoende zijn onderzocht en de natuurcompensatie onjuist is vormgegeven.
  • 5De gemeenteraad heeft beleidsruimte bij de vaststelling van bestemmingsplannen en de Afdeling toetst terughoudend.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet (art. 4.6 lid 3) en de ruime beleidsruimte van de gemeenteraad bij ruimtelijke ordening. Er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld.

Praktische impact

De verbindingsweg bij Oirschot kan planologisch doorgang vinden; de buurtvereniging en de omwonende grondeigenaar hebben geen verdere planologische belemmering via dit traject kunnen bewerkstelligen.

Onderwerp-impact

Voor vergelijkbare infrastructuurprojecten binnen het Natuur Netwerk Brabant bevestigt de uitspraak dat natuurcompensatie elders een geaccepteerd instrument blijft en dat alternatievenonderzoek niet altijd tot een andere keuze hoeft te leiden.

Samenvatting

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 22 juli 2026 uitspraak gedaan in een beroep van de Vereniging Buurtgroep de Kemmer en een omwonende grondeigenaar tegen het bestemmingsplan van de gemeente Oirschot. Dit plan maakt de aanleg mogelijk van een verbindingsweg van ongeveer 1,4 kilometer tussen de Kempenweg en de Eindhovensedijk, direct ten noorden van de rijksweg A58. Het tracé loopt grotendeels door het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Om het verlies aan NNB te compenseren, voorziet het plan in de aanleg van vervangende natuur op circa 900 meter van de aansluiting op de Eindhovensedijk. Een eerste juridische kwestie betrof het toepasselijke recht. Omdat het ontwerpbestemmingsplan op 2 maart 2023 ter inzage is gelegd, dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, blijft op grond van artikel 4.6 lid 3 van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht — waaronder de Wet ruimtelijke ordening — van toepassing totdat het plan onherroepelijk is. Appellanten betoogden dat de gemeenteraad onvoldoende rekening heeft gehouden met alternatieve tracés en dat de natuurcompensatie op onjuiste wijze plaatsvindt. De Afdeling verwierp deze gronden. Zij overwoog dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsruimte toekomt: de raad wijst bestemmingen aan en stelt regels die hij uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst dat besluit terughoudend. De argumenten over het alternatievenonderzoek en de opzet van de natuurcompensatie boden onvoldoende grond om het besluit onrechtmatig te oordelen. De Afdeling verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten vergoed. De uitspraak is casuïstisch van aard en bevestigt bestaande jurisprudentie over de ruime bestuurlijke beoordelingsruimte in het ruimtelijke-ordeningsrecht en de werking van het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 23 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied