Minister vergoedt proceskosten na inwilliging asielaanvraag
ECLI:NL:RVS:2026:427, Raad van State, 27-01-2026, 202405132/1/V1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan verzoeker is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door haar toedoen is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).
Kern van de zaak
Een asielzoeker trok zijn hoger beroep in nadat de minister zijn asielaanvraag alsnog inwilligde en verzocht de minister te veroordelen in de proceskosten. Het geschil betrof oorspronkelijk het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag door de minister.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe, omdat de minister door het besluit van 22 december 2025 alsnog aan verzoeker is tegemoetgekomen. De proceskosten worden vergoed met wegingsfactor 0,5 wegens de beperkte aard van het hoger beroep (uitsluitend niet-tijdig beslissen).
Impactscore
LaagDe uitspraak is een routinematige proceskostenbeslissing op zaaksniveau zonder nieuwe rechtsontwikkeling; de bredere prejudiciële procedure over de beslistermijn heeft aanzienlijk grotere impact maar wordt hier niet beslecht.
Belangrijkste punten
- 1Hoger beroep ingetrokken na inwilliging asielaanvraag; proceskostenveroordeling ex art. 8:75 Awb gevraagd
- 2Proceskostenveroordeling is mogelijk indien het belang bij uitspraak door toedoen van de minister is vervallen (ECLI:NL:RVS:2020:1855)
- 3Afdeling past wegingsfactor 0,5 toe omdat het hoger beroep uitsluitend over niet-tijdig beslissen ging
- 4Lopende prejudiciële vragen over verlenging beslistermijn (WBV 2022/22 en WBV 2023/3) hebben geen invloed op de proceskostenbeslissing
- 5Minister had alsnog volledig aan aanvraag tegemoetgekomen; verzoeker heeft geen bezwaar gemaakt tegen het besluit van 22 december 2025
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat intrekking van hoger beroep na tegemoetkoming door het bestuursorgaan aanleiding geeft voor proceskostenveroordeling, ongeacht nog lopende prejudiciële procedures over de onderliggende rechtsvraag.
Praktische impact
Asielzoekers die hoger beroep intrekken na een gunstig besluit kunnen aanspraak maken op vergoeding van proceskosten; de wegingsfactor 0,5 bij zaken over niet-tijdig beslissen beperkt de feitelijk uit te keren vergoeding.
Onderwerp-impact
In asielzaken waarbij de beslistermijn in geschil is, blijft de proceskostenkwestie los staan van de nog te beantwoorden Europeesrechtelijke vragen over de geldigheid van termijnverlengingen via WBV's.
Samenvatting
In deze zaak had een asielzoeker hoger beroep ingesteld tegen het uitblijven van een tijdige beslissing op zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. Hangende dit hoger beroep wees de minister op 22 december 2025 alsnog een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd toe. Verzoeker trok hierop zijn hoger beroep in en verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak de minister te veroordelen in de proceskosten op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. De Afdeling stelt voorop dat een proceskostenveroordeling bij intrekking van het hoger beroep mogelijk is wanneer het bestuursorgaan aan de appellant is tegemoetgekomen, of wanneer het belang bij een uitspraak anderszins door toedoen van het orgaan is vervallen. Hieraan is in dit geval voldaan: de minister heeft de asielaanvraag volledig ingewilligd, waardoor het procesbelang is komen te vervallen. De Afdeling gaat ook in op de lopende prejudiciële procedures bij het Hof van Justitie over de rechtmatigheid van de beslistermijnverlengingen via WBV 2022/22 en WBV 2023/3. Het Hof heeft op 8 mei 2025 geantwoord op de vragen over WBV 2022/22; over WBV 2023/3 loopt de procedure nog. De Afdeling overweegt echter uitdrukkelijk dat dit geen invloed heeft op de proceskostenvraag in de onderhavige zaak. De proceskosten worden toegewezen voor één punt (hogerberoepschrift), maar met toepassing van wegingsfactor 0,5, omdat het hoger beroep uitsluitend betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit. Verzoeker heeft geen inhoudelijke bezwaren geuit tegen het besluit van 22 december 2025, zodat ook geen beroep meer openstaat. De uitspraak is een bevestiging van vaste jurisprudentie over proceskostenvergoeding na tegemoetkoming en heeft geen zelfstandige rechtsontwikkelende betekenis.