JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4269Laag18/100

Beroep tegen woonzorgplan Wierden ongegrond verklaard

ECLI:NL:RVS:2026:4269, Raad van State, 22-07-2026, 202406442/1/R3

Raad van StateUitspraak: 22 juli 2026Publicatie: 22 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:202406442/1/R3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Zorg
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Omgevingswet Overgangsrecht
Bestemmingsplan
Woonzorgvoorziening
Woon En Leefklimaat
Verstandelijke Beperking

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 24 september 2024 heeft de raad van de gemeente Wierden het bestemmingsplan "Wierden Centrum, herziening Burgemeester J.C. van den Bergplein 32" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op het perceel aan het Burgemeester van den Bergplein 32 in Wierden. Dit perceel is in eigendom van de Hervormde Gemeente Wierden. Op het perceel staan een voormalige pastoriewoning en bijbehorende bebouwing. Stichting Aveleijn wil hier in samenwerking met de Hervormde Gemeente Wierden een woonzorgvoorziening realiseren voor 32 bewoners met een verstandelijke beperking. [appellant] vreest voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat doordat het perceel als gevolg van het plan veel intensiever zal worden gebruikt. [appellant] betoogt dat zijn woon- en leefklimaat wordt aangetast doordat het perceel waarop thans één pastoriewoning staat door tientallen bewoners met uiteenlopende problematieken bewoond zal worden. Hij vreest dat dit zal leiden tot geluidsoverlast en overige hinder.

Kern van de zaak

Een omwonende (appellant) heeft beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan voor het perceel Burgemeester van den Bergplein 32 in Wierden, waar Stichting Aveleijn in samenwerking met de Hervormde Gemeente Wierden een woonzorgvoorziening voor 32 bewoners met een verstandelijke beperking wil realiseren. De appellant vreest aantasting van zijn woon- en leefklimaat door intensiever gebruik van het perceel.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de beroepsgronden van appellant onvoldoende grond bieden om te oordelen dat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in strijd is met het recht of dat de nadelige gevolgen onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een enkelvoudige kamer uitspraak in een specifieke lokale bestemmingsplankwestie zonder nieuwe rechtsvragen; de toepassing van het overgangsrecht Omgevingswet en het toetsingskader zijn vaste rechtspraak.

Belangrijkste punten

  • 1Op de procedure is het oude recht (Wet ruimtelijke ordening) van toepassing, omdat het ontwerpplan vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd (3 augustus 2022).
  • 2Het plan voorziet in een woonzorgvoorziening voor 32 bewoners met een verstandelijke beperking op een voormalig pastorijperceel van de Hervormde Gemeente Wierden.
  • 3De gemeenteraad heeft beleidsruimte bij de vaststelling van een bestemmingsplan en moet betrokken belangen afwegen; de Afdeling toetst slechts of het besluit in overeenstemming is met het recht.
  • 4Appellants vrees voor aantasting van het woon- en leefklimaat door intensiever gebruik van het perceel wordt niet gehonoreerd.
  • 5Het beroep wordt ongegrond verklaard zonder aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet: voor plannen waarvan het ontwerp vóór 1 januari 2024 ter inzage lag, blijft de Wet ruimtelijke ordening van toepassing. Dit is vaste lijn in de rechtspraak van de Afdeling.

Praktische impact

Stichting Aveleijn en de Hervormde Gemeente Wierden kunnen de woonzorgvoorziening voor 32 bewoners met een verstandelijke beperking aan het Burgemeester van den Bergplein 32 in Wierden realiseren. De bezwaren van de omwonende vormen geen belemmering meer voor de uitvoering van het plan.

Onderwerp-impact

Voor de zorgsector bevestigt deze uitspraak dat woonzorgvoorzieningen voor mensen met een verstandelijke beperking ruimtelijk planologisch mogelijk kunnen worden gemaakt, ook in bestaand bebouwd gebied, ondanks bezwaren van omwonenden over leefklimaat.

Samenvatting

In deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 juli 2026 staat het bestemmingsplan 'Wierden Centrum, herziening Burgemeester J.C. van den Bergplein 32' centraal. De gemeente Wierden heeft dit plan vastgesteld om op het perceel van de Hervormde Gemeente Wierden een woonzorgvoorziening mogelijk te maken voor 32 bewoners met een verstandelijke beperking, te realiseren door Stichting Aveleijn. Op het perceel staan een voormalige pastoriewoning en bijbehorende bebouwing. Een omwonende heeft beroep ingesteld bij de Afdeling, omdat hij een aantasting van zijn woon- en leefklimaat vreest als gevolg van het intensievere gebruik van het perceel. De centrale juridische vraag is of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht en of de nadelige gevolgen voor appellant niet onevenredig zijn ten opzichte van de met het plan te dienen doelen. Vooraf stelt de Afdeling vast dat op deze procedure het recht zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft, waaronder de Wet ruimtelijke ordening. Dit volgt uit het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet, omdat het ontwerpplan reeds op 3 augustus 2022 ter inzage is gelegd. De Afdeling hanteert als toetsingskader dat de gemeenteraad beleidsruimte heeft bij de vaststelling van een bestemmingsplan en belangen moet afwegen. De Afdeling toetst niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit rechtmatig is. De Afdeling verklaart het beroep ongegrond. De bezwaren van de appellant over zijn woon- en leefklimaat bieden onvoldoende grond voor het oordeel dat het bestemmingsplan onrechtmatig is vastgesteld of dat de nadelige gevolgen onevenredig zijn. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het plan en daarmee de beoogde woonzorgvoorziening kunnen doorgang vinden.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 23 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied