JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4267Middel38/100

Huisvesting arbeidsmigranten op bedrijventerrein terecht geweigerd

ECLI:NL:RVS:2026:4267, Raad van State, 22-07-2026, 202307846/1/R3

Raad van StateUitspraak: 22 juli 2026Publicatie: 22 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202307846/1/R3
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Arbeidsrelaties
Overheid
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Arbeidsmigranten
Huisvesting
Bedrijventerrein
Goede Ruimtelijke Ordening
Uitsterfbeleid

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 26 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan Stichting Administratiekantoor medegedeeld dat aan haar een omgevingsvergunning van rechtswege is verleend voor de huisvesting van arbeidsmigranten in het pand aan de Zekkenstraat 31-33 in Hoek van Holland. Stichting Administratiekantoor is eigenaar van het pand op het bedrijventerrein ‘De Zekken’. De kantoorruimte in het pand wil zij gebruiken voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. Ondernemersvereniging Hoek van Holland wil niet dat op het bedrijventerrein woonfuncties worden toegevoegd. Zij vreest namelijk dat de toekomstige bewoners van het pand zullen klagen over geluidsoverlast door de bedrijven op het bedrijventerrein. Ook Autobedrijf Schalkoort B.V., dat is gevestigd op hetzelfde bedrijventerrein, vreest daarvoor.

Kern van de zaak

Stichting Administratiekantoor wil een kantoorpand op bedrijventerrein 'De Zekken' tijdelijk gebruiken voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Het college weigerde de benodigde toestemming. Ondernemersvereniging en een autobedrijf op hetzelfde terrein vreesden dat bewoners zouden klagen over geluidsoverlast van de aanwezige bedrijven.

Beslissing van de rechter

De Raad van State verklaart het hoger beroep van de Stichting ongegrond en bevestigt de weigering van het college. Doorslaggevend is dat de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten het uitsterfbeleid voor (bedrijfs)woningen op het bedrijventerrein doorkruist en bedrijven in hun bedrijfsvoering kan beperken, hetgeen in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak is relevant voor de praktijk rondom huisvesting van arbeidsmigranten en de toepassing van uitsterfbeleid in bestemmingsplannen, maar betreft een bevestiging van eerder recht en bevat geen fundamenteel nieuwe rechtsregel. De impact is daarmee beperkt tot vergelijkbare gevallen.

Belangrijkste punten

  • 1Op het bedrijventerrein 'De Zekken' geldt een uitsterfbeleid voor (bedrijfs)woningen: heringebruikname van een bedrijfswoning is niet meer toegestaan.
  • 2Het doel van dit uitsterfbeleid is een volledige scheiding van wonen en werken op het bedrijventerrein te bewerkstelligen.
  • 3Ook tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten valt onder dit beleid en is daarmee in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
  • 4De aanwezigheid van milieucategorie 3.2-bedrijven op het terrein versterkt het oordeel dat woonfuncties onwenselijk zijn.
  • 5De Stichting heeft in hoger beroep geen nieuwe gronden aangevoerd die de oordelen van de rechtbank onjuist of onvolledig zouden maken.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat uitsterfbeleid voor woonfuncties op bedrijventerreinen ook tijdelijke bewoning – zoals huisvesting van arbeidsmigranten – omvat, en dat colleges op basis hiervan vergunningen kunnen weigeren wegens strijd met een goede ruimtelijke ordening. Dit verduidelijkt de reikwijdte van uitsterfbepalingen in bestemmingsplannen onder het oude ruimtelijkeordeningsrecht.

Praktische impact

Eigenaren van panden op bedrijventerreinen met een uitsterfbeleid voor woonfuncties kunnen hun pand niet (tijdelijk) gebruiken voor bewoning, ook niet voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Bedrijven op dergelijke terreinen worden beschermd tegen de komst van bewoners die hinder van bedrijfsactiviteiten zouden kunnen ondervinden.

Onderwerp-impact

Voor de huisvesting van arbeidsmigranten op bedrijventerreinen stelt deze uitspraak een duidelijke grens: een actief uitsterfbeleid in het bestemmingsplan blokkeert ook tijdelijke woonoplossingen, wat de zoektocht naar geschikte locaties voor arbeidsmigranten verder bemoeilijkt.

Samenvatting

Deze zaak draait om de vraag of het college van Rotterdam terecht heeft geweigerd toe te staan dat Stichting Administratiekantoor een kantoorpand op bedrijventerrein 'De Zekken' tijdelijk in gebruik neemt voor de huisvesting van arbeidsmigranten. De Ondernemersvereniging Hoek van Holland en Autobedrijf Schalkoort vreesden dat toekomstige bewoners zouden klagen over geluidsoverlast, waardoor bedrijven op het terrein in hun bedrijfsvoering zouden worden beperkt. De Raad van State oordeelt dat het college de gevraagde toestemming terecht heeft geweigerd en verklaart het hoger beroep van de Stichting ongegrond. De Afdeling sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en voegt daar een eigen overweging aan toe. Kern van die overweging is dat het bestemmingsplan voor 'De Zekken' een uitsterfbeleid bevat voor (bedrijfs)woningen: heringebruikname van een bedrijfswoning is niet meer toegestaan, met als achterliggende gedachte dat wonen en werken op termijn volledig worden gescheiden op dit bedrijventerrein. De gewenste huisvesting van arbeidsmigranten, ook al betreft het een tijdelijke situatie, doorkruist dit uitsterfbeleid. Het college heeft deze doorkruising onwenselijk mogen achten, mede gelet op de aanwezigheid van milieucategorie 3.2-bedrijven op het terrein. Door toestaan van bewoning zouden die bedrijven immers in hun bedrijfsvoering kunnen worden beperkt. Stichting Administratiekantoor heeft in hoger beroep geen redenen aangevoerd waarom het oordeel van de rechtbank onjuist of onvolledig zou zijn, zodat het hoger beroep feitelijk niet tot een andere uitkomst kan leiden. De uitspraak maakt duidelijk dat uitsterfbepalingen in bestemmingsplannen ook tijdelijke woonvormen omvatten en dat colleges op basis daarvan vergunningen mogen weigeren. Dit heeft gevolgen voor de praktijk van het huisvesten van arbeidsmigranten op bedrijventerreinen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 22 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4286Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4286, Raad van State, 22-07-2026, 202504375/1/R2

Raad van State22 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4268Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4268, Raad van State, 22-07-2026, 202407951/1/R2

Raad van State22 jul 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4282Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4282, Raad van State, 22-07-2026, 202500140/1/R4

Raad van State22 jul 2026OverheidVergunningen
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4270Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4270, Raad van State, 22-07-2026, 202402337/1/R3

Raad van State22 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied