Correctieverzoek justitiële documentatie afgewezen door Raad van State
ECLI:NL:RVS:2026:4255, Raad van State, 20-07-2026, 202502433/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 20 maart 2025 van de rechtbank Amsterdam. In deze uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen de afwijzing van zijn verzoek om correctie van de justitiële documentatie ongegrond verklaard.
Kern van de zaak
Een burger verzocht de minister van Justitie en Veiligheid om correctie van zijn justitiële documentatie. De minister wees dit verzoek af. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de minister op grond van artikel 3, eerste lid Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) justitiële gegevens uitsluitend kan wijzigen indien deze feitelijk onjuist zijn, en de minister alleen hoeft te controleren of de gegevens overeenkomen met de door het Openbaar Ministerie opgegeven gegevens — een inhoudelijke heroverweging is niet mogelijk.
Impactscore
LaagDe uitspraak bevestigt bestaande jurisprudentie en rechtspraktijk rondom de Wjsg zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de impact is beperkt tot bevestiging van een reeds bekende lijn.
Belangrijkste punten
- 1Correctie van justitiële gegevens is alleen mogelijk bij feitelijke onjuistheid (art. 3 lid 1 Wjsg).
- 2De minister toetst uitsluitend of de gegevens overeenkomen met de door het OM aangeleverde gegevens; inhoudelijke herbeoordeling is uitgesloten.
- 3Een correctieverzoek kan niet dienen als verkapt rechtsmiddel tegen de inhoud van justitiële beslissingen.
- 4De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam in zijn geheel.
- 5Geen proceskostenveroordeling voor de minister.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de beperkte reikwijdte van het correctierecht onder de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens: burgers kunnen via een correctieverzoek geen inhoudelijke heroverweging van justitiële registraties afdwingen. Dit sluit aan bij bestaande jurisprudentie over de Wjsg.
Praktische impact
Burgers die het niet eens zijn met de inhoud van hun justitiële registratie kunnen via een correctieverzoek bij de minister geen inhoudelijke toetsing verkrijgen; enkel aantoonbare feitelijke onjuistheden komen voor correctie in aanmerking.
Onderwerp-impact
Voor personen met justitiële documentatie beperkt deze uitspraak de mogelijkheden om via de bestuursrechtelijke weg invloed uit te oefenen op hun registratie, wat gevolgen kan hebben voor onder meer VOG-aanvragen en andere situaties waarbij justitiële gegevens een rol spelen.
Samenvatting
In deze zaak stelde een burger hoger beroep in bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 maart 2025. De rechtbank had zijn beroep ongegrond verklaard nadat de minister van Justitie en Veiligheid zijn verzoek om correctie van de justitiële documentatie had afgewezen. De centrale juridische vraag was of de minister gehouden was de justitiële gegevens te wijzigen naar aanleiding van het correctieverzoek van appellant. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De Afdeling overweegt daartoe dat de minister op grond van artikel 3, eerste lid van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) justitiële gegevens uitsluitend kan aanpassen indien deze feitelijk onjuist zijn. De minister is bij de behandeling van een correctieverzoek niet bevoegd om de gegevens inhoudelijk opnieuw te beoordelen; zijn taak beperkt zich tot het controleren of de geregistreerde gegevens overeenstemmen met hetgeen het Openbaar Ministerie heeft opgegeven. Nu de minister deze controle heeft uitgevoerd en de gegevens correct bleken te zijn, was er geen grond voor wijziging. Deze uitspraak onderstreept dat het correctierecht onder de Wjsg een beperkt karakter heeft. Een correctieverzoek biedt geen toegang tot een inhoudelijke heroverweging van de registratie en kan niet worden gebruikt als alternatief rechtsmiddel om de juistheid van een strafrechtelijke beslissing ter discussie te stellen. Voor burgers met een justitiële registratie betekent dit dat zij voor inhoudelijke bezwaren tegen hun registratie aangewezen zijn op andere, doorgaans strafrechtelijke, rechtsmiddelen. De proceskosten worden niet vergoed aan appellant.