Inzageverzoek AVG: geen recht op originele documenten
ECLI:NL:RVS:2026:4254, Raad van State, 20-07-2026, 202503193/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 15 april 2025 van de rechtbank Den Haag. In deze uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] gericht tegen het besluit op zijn verzoek om inzage in persoonsgegevens op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), ongegrond verklaard.
Kern van de zaak
Appellant verzocht het Nationaal Agentschap Erasmus+ Jeugd om inzage in zijn persoonsgegevens op grond van de AVG. Het agentschap verstrekte een overzicht, maar niet de originele documenten. Appellant ging in beroep en later in hoger beroep om alsnog de originele documenten te verkrijgen.
Beslissing van de rechter
De Afdeling Bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag en verklaart het hoger beroep ongegrond. Doorslaggevend is dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat verstrekking van de originele documenten onontbeerlijk is voor de uitoefening van zijn AVG-rechten, hetgeen vereist is om het recht op originele documenten te kunnen inroepen.
Impactscore
LaagDe uitspraak bevestigt reeds bestaande rechtspraak zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de praktische betekenis is beperkt tot bevestiging van de heersende leer over de reikwijdte van het AVG-inzagerecht.
Belangrijkste punten
- 1Op grond van de AVG volstaat een overzicht van persoonsgegevens; originele documenten hoeven slechts in uitzonderlijke gevallen te worden verstrekt.
- 2De bewijslast rust op de betrokkene: hij moet aannemelijk maken dat originele documenten onontbeerlijk zijn voor de uitoefening van AVG-rechten.
- 3De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2023:3067) en rechtspraak van het Hof van Justitie EU over de reikwijdte van het inzagerecht.
- 4Appellant heeft niet voldaan aan deze bewijslast, zodat het agentschap kon volstaan met het verstrekte overzicht.
- 5Appellant kan bij bezwaar tegen de inhoud van het overzicht een rectificatieverzoek indienen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de bestaande lijn dat het AVG-inzagerecht geen onbeperkt recht op verstrekking van originele documenten omvat, en dat de betrokkene de noodzaak daartoe moet onderbouwen. Dit sluit aan bij de Afdelingsuitspraak van 9 augustus 2023.
Praktische impact
Betrokkenen die op grond van de AVG om inzage verzoeken, kunnen niet zonder nadere onderbouwing aanspraak maken op originele documenten; een overzicht volstaat in de regel. Bij inhoudelijke geschillen over de juistheid van gegevens is de aangewezen weg een rectificatieverzoek.
Onderwerp-impact
Voor organisaties die Erasmus+-programma's uitvoeren en vergelijkbare overheidsinstanties bevestigt deze uitspraak dat het verstrekken van een gegevensverzicht aan de AVG-inzageverplichting voldoet, tenzij de aanvrager de onontbeerlijkheid van originele documenten onderbouwt.
Samenvatting
In deze zaak verzocht appellant het Nationaal Agentschap Erasmus+ Jeugd om inzage in zijn persoonsgegevens op grond van artikel 15 AVG. Het agentschap verstrekte een overzicht van de verwerkte gegevens, maar weigerde de onderliggende originele documenten te overleggen. Appellant bestreed dit standpunt via beroep bij de rechtbank Den Haag en vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De centrale juridische vraag was of het inzagerecht onder de AVG verder reikt dan het ontvangen van een gegevensverzicht, en of appellant aanspraak kon maken op verstrekking van de originele documenten. De Afdeling beantwoordt deze vraag ontkennend en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en de Afdeling zelf (ECLI:NL:RVS:2023:3067) geldt als uitgangspunt dat een overzicht van persoonsgegevens volstaat om de betrokkene in staat te stellen zijn AVG-rechten uit te oefenen. Slechts in uitzonderlijke gevallen, namelijk wanneer originele documenten onontbeerlijk zijn voor de uitoefening van die rechten, bestaat een verplichting om die documenten te verstrekken. De bewijslast voor deze onontbeerlijkheid rust op de verzoeker. Appellant heeft in deze procedure niet aannemelijk gemaakt dat hij de originele documenten nodig heeft om zijn AVG-rechten te kunnen uitoefenen. De Afdeling oordeelt dan ook dat het agentschap kon volstaan met het verstrekte overzicht. Voor zover appellant het niet eens is met de inhoud van dat overzicht, wijst de Afdeling erop dat hij een rectificatieverzoek kan indienen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.