JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4248Laag18/100

Overdracht asielzoeker opgeschort in afwachting hoger beroep

ECLI:NL:RVS:2026:4248, Raad van State, 23-07-2026, BRS.26.003330

Raad van StateUitspraak: 23 juli 2026Publicatie: 21 juli 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.003330
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Hoger Beroep
Dublin Verordening
Voorlopige Voorziening
Schorsing
Overdracht Asielzoeker

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 25 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Kern van de zaak

Een asielzoeker verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij niet wordt overgedragen (vermoedelijk in het kader van de Dublin-verordening) voordat op zijn hoger beroep is beslist, en dat hij recht heeft op opvang en verstrekkingen gedurende die periode.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter heeft de gevraagde voorlopige voorziening toegewezen: verzoeker mag niet worden overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist. De minister van Asiel en Migratie is tevens veroordeeld in de proceskosten van € 934,00. De doorslaggevende reden is gelegen in de Afdelingsuitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457), waaruit blijkt dat in dit soort zaken een voorlopige voorziening wordt getroffen.

18van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is een routinematige toepassing van vaste Afdelingsjurisprudentie in een individueel geval en heeft geen precedentwerking; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen: overdracht wordt opgeschort tot beslissing in hoger beroep
  • 2Verzoek ziet vermoedelijk op een Dublinclaim waarbij verzoeker dreigt te worden overgedragen aan een andere lidstaat
  • 3De voorzieningenrechter verwijst naar vaste Afdelingsjurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457) als grondslag
  • 4Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot proceskosten van € 934,00 voor rechtsbijstand
  • 5De uitspraak is beperkt tot een voorlopige voorziening; de bodemprocedure (hoger beroep) loopt nog

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn van de Afdeling dat bij dreigende overdracht in Dublin-zaken standaard een schorsende voorlopige voorziening wordt getroffen in afwachting van de hoger beroepsprocedure. Dit biedt rechtszekerheid voor asielzoekers in vergelijkbare situaties.

Praktische impact

Verzoeker kan vooralsnog in Nederland blijven en heeft recht op opvang en verstrekkingen. De minister mag de overdracht niet uitvoeren zolang het hoger beroep niet is afgerond, wat de procedure kan verlengen.

Onderwerp-impact

In het vreemdelingenrecht verstevigt deze uitspraak de beschermingspositie van asielzoekers die in hoger beroep gaan tegen een overdrachtsbesluit, doordat opschorting als standaarduitkomst wordt bevestigd.

Samenvatting

In deze zaak heeft een asielzoeker de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek hield in dat hij niet zou worden overgedragen aan een andere staat — vermoedelijk in het kader van de Dublin-verordening — totdat op zijn hoger beroep zou zijn beslist, en dat hij gedurende die periode recht zou hebben op opvang en verstrekkingen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek ingewilligd. Op grond van de vaste rechtspraak van de Afdeling, zoals neergelegd in de uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457), wordt in dit type zaken standaard een schorsende voorlopige voorziening getroffen. De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,00, volledig toe te rekenen aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is uitdrukkelijk een voorlopige maatregel: zij schort de overdracht op in afwachting van de uitkomst van de lopende hoger beroepsprocedure. Over de rechtmatigheid van het overdrachtsbesluit zelf wordt in deze uitspraak geen oordeel gegeven; dat is voorbehouden aan de behandeling van het hoger beroep ten gronde. Praktisch gezien betekent dit dat verzoeker voorlopig in Nederland kan verblijven en aanspraak kan maken op opvang en verstrekkingen. Juridisch gezien voegt de uitspraak weinig nieuws toe aan het bestaande recht: zij bevestigt de staande Afdelingspraktijk van automatische schorsing bij dreigende overdracht in hoger beroepzaken. De maatschappelijke impact is beperkt tot de individuele situatie van verzoeker, al onderstreept de uitspraak het belang van effectieve rechtsbescherming in het vreemdelingenrecht.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 31 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5123Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5123, Raad van State, 09-09-2026, 202203505/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5312Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5312, Raad van State, 09-09-2026, 202500668/1/A2

Raad van State9 sep 2026OverheidHandhaving
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen