JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4233Middel38/100

Uitzetting Griekse statushouder geschorst hangende prejudiciële vragen

ECLI:NL:RVS:2026:4233, Raad van State, 22-07-2026, BRS.26.003286

Raad van StateUitspraak: 22 juli 2026Publicatie: 20 juli 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.003286
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Vergunningen
Asiel
Voorlopige Voorziening
Prejudiciele Vragen
Uitzetting
Griekse Statushouders

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 12 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Kern van de zaak

Een vreemdeling met Griekse statushoudersstatus dreigde te worden uitgezet en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening, inhoudende schorsing van de uitzetting en toekenning van opvang en verstrekkingen, hangende het hoger beroep.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter heeft de voorlopige voorziening toegewezen en bepaald dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De doorslaggevende reden is dat de Afdeling op 8 juli 2026 prejudiciële vragen heeft gesteld over Griekse statushouders, waardoor het hoger beroep nader onderzoek vergt dat zich niet leent voor de voorlopige voorziening-procedure.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak heeft beperkte zelfstandige rechtsvormende waarde omdat zij volledig steunt op de al gestelde prejudiciële vragen uit ECLI:NL:RVS:2026:3878; de werkelijke impact hangt af van de beantwoording van die vragen. Voor de betrokken groep Griekse statushouders is de praktische reikwijdte echter relevant.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen: uitzetting geschorst totdat op hoger beroep is beslist
  • 2Grondslag: prejudiciële vragen Afdeling d.d. 8 juli 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:3878) over Griekse statushouders
  • 3Nader onderzoek vereist dat zich niet leent voor de kort-gedingachtige voorlopige voorziening-procedure
  • 4Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot proceskosten van € 934,00 voor beroepsmatige rechtsbijstand
  • 5Verzoek om opvang en verstrekkingen is niet expliciet toegewezen in het dictum

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak illustreert dat lopende prejudiciële vragen van de Afdeling over de rechtspositie van Griekse statushouders als zelfstandige grond kunnen dienen voor het treffen van een voorlopige voorziening in vergelijkbare zaken. Dit kan een reeks parallelle schorsingen in soortgelijke uitzettingszaken tot gevolg hebben.

Praktische impact

Verzoeker wordt vooralsnog niet uitgezet en kan in Nederland verblijven totdat de Afdeling het hoger beroep heeft beslist, wat afhankelijk van de beantwoording van de prejudiciële vragen geruime tijd kan duren.

Onderwerp-impact

Voor Griekse statushouders in Nederland die geconfronteerd worden met uitzetting ontstaat een precedent waarbij de aanhangige prejudiciële procedure bescherming biedt via voorlopige voorzieningen.

Samenvatting

In deze zaak verzocht een vreemdeling met een Griekse statushoudersstatus de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om schorsing van haar dreigende uitzetting en om toekenning van opvang en verstrekkingen, hangende het door haar ingestelde hoger beroep. De zaak staat in de sleutel van een bredere juridische discussie over de rechtspositie van personen die in Griekenland internationale bescherming hebben gekregen maar zich in Nederland bevinden. De voorzieningenrechter heeft de voorlopige voorziening toegewezen en bepaald dat de verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De centrale motivering is gelegen in een eerdere uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:3878), waarin de Afdeling prejudiciële vragen heeft gesteld specifiek over Griekse statushouders. Omdat het hoger beroep in de onderhavige zaak rechtstreeks raakt aan dezelfde juridische vragen, vergt het nader onderzoek dat zich niet goed leent voor de beperkte toetsing die de voorlopige voorziening-procedure biedt. Dit vormt voldoende grond om de uitzetting voorlopig te schorsen. Bij de beoordeling speelt mee dat het opschorten van de uitzetting aansluit bij de onzekere rechtssituatie die door de prejudiciële vragen is gecreëerd: zolang die vragen niet beantwoord zijn, bestaat er onduidelijkheid over de verplichtingen van Nederland jegens Griekse statushouders. De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 934,00. De uitspraak heeft voornamelijk betekenis als signaal dat de prejudiciële procedure over Griekse statushouders ook in individuele uitzettingszaken bescherming kan bieden via voorlopige voorzieningen. De definitieve juridische en beleidsmatige gevolgen zijn afhankelijk van de uitkomst van de nog te beantwoorden prejudiciële vragen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 1 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1439Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1439, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/03570

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
18/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1448Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1448, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/02255

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1466Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1466, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01038

Hoge Raad11 sep 2026ZorgFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied