JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4231Laag18/100

Vreemdeling krijgt schorsing uitzetting in afwachting hoger beroep

ECLI:NL:RVS:2026:4231, Raad van State, 24-07-2026, BRS.26.003409

Raad van StateUitspraak: 24 juli 2026Publicatie: 20 juli 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.003409
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Arbeidsrelaties
Overheid
Hoger Beroep
Voorlopige Voorziening
Vreemdelingenrecht
Uitzetting
Opvang

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 18 november 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 29 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Kern van de zaak

Een vreemdeling heeft bij de voorzieningenrechter van de Raad van State een voorlopige voorziening aangevraagd om niet te worden uitgezet en opvang te ontvangen, terwijl zijn hoger beroep tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie nog loopt.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe: de vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Als doorslaggevende reden verwijst de rechter naar hetgeen is aangevoerd, conform de vaste lijn van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2019:457). De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 934,00.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een standaard procedurele tussenmaatstaf in een individuele vreemdelingenzaak zonder nieuwe rechtsvragen; de beslissing herhaalt enkel gevestigde jurisprudentie en heeft geen precedentwerking.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen: uitzetting wordt opgeschort totdat op het hoger beroep is beslist.
  • 2Verzoek omvatte zowel schorsing van uitzetting als toekenning van opvang en verstrekkingen.
  • 3Rechter baseert beslissing op vaste jurisprudentie van de Afdeling (uitspraak 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).
  • 4Minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 934,00 (rechtsbijstand).
  • 5De inhoudelijke motivering is summier; de uitkomst volgt uit de standaard voorzieningenmaatstaf in vreemdelingenzaken.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak past binnen de vaste lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak waarbij bij aangevoerde gronden in vreemdelingenzaken tijdens de hoger beroepsfase een schorsing van uitzetting wordt verleend; er wordt geen nieuw recht gesteld.

Praktische impact

De vreemdeling kan voorlopig in Nederland blijven en heeft recht op opvang en verstrekkingen totdat de Afdeling inhoudelijk heeft beslist op het hoger beroep.

Onderwerp-impact

In asiel- en migratiezaken bevestigt deze beslissing de praktijk dat een lopend hoger beroep gecombineerd met een voorlopige voorzieningverzoek effectief een tijdelijk verblijfsrecht en opvang kan veiligstellen.

Samenvatting

In deze zaak heeft een vreemdeling bij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Het verzoek strekte ertoe dat hij niet zou worden uitgezet voordat op zijn ingestelde hoger beroep is beslist, en dat hem opvang en verstrekkingen zouden worden verleend. De rechtsvraag was of er voldoende grond bestond om de uitzetting voorlopig te schorsen in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep. De voorzieningenrechter heeft het verzoek toegewezen. Onder verwijzing naar de vaste lijn van de Afdeling, zoals neergelegd in de uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457), oordeelde de rechter dat gelet op hetgeen is aangevoerd een voorlopige voorziening op zijn plaats is. De motivering is beknopt en volgt een gestandaardiseerde aanpak die in vergelijkbare vreemdelingenzaken gebruikelijk is bij de voorzieningenrechter van de Afdeling. Als gevolg hiervan is bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat de Afdeling inhoudelijk op het hoger beroep heeft beslist. Tevens is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten, begroot op € 934,00 wegens door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Deze uitspraak heeft beperkte zelfstandige juridische betekenis, nu zij geen nieuwe rechtsnormen introduceert maar slechts de bestaande voorzieningenpraktijk toepast. Praktisch gezien is de beslissing voor de betrokken vreemdeling van groot belang: hij behoudt voorlopig zijn verblijf in Nederland en heeft aanspraak op opvang en verstrekkingen gedurende de hoger beroepsprocedure.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 31 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1439Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1439, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/03570

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
18/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1448Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1448, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/02255

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1466Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1466, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01038

Hoge Raad11 sep 2026ZorgFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied