JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4229Laag22/100

Overdracht asielzoekers opgeschort tot hoger beroep beslist

ECLI:NL:RVS:2026:4229, Raad van State, 21-07-2026, BRS.26.003301

Raad van StateUitspraak: 21 juli 2026Publicatie: 20 juli 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.003301
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Hoger Beroep
Voorlopige Voorziening
Overdracht
Asielzoekers
Dublin

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluiten van 9 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Kern van de zaak

Verzoekers (asielzoekers) hebben de voorzieningenrechter van de Raad van State verzocht een voorlopige voorziening te treffen om hun overdracht tegen te houden en opvang en verstrekkingen te waarborgen, in afwachting van de uitkomst van hun hoger beroep tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe: verzoekers mogen niet worden overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist. De doorslaggevende reden is een afweging van de betrokken belangen, waarbij de voorzieningenrechter oordeelt dat de belangen van verzoekers bij schorsing zwaarder wegen.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een procedurele voorlopige voorziening in een individuele asielzaak zonder richtinggevende rechtsoverwegingen; de motivering is uiterst beknopt en er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen: overdracht van verzoekers wordt opgeschort totdat het hoger beroep is beslecht
  • 2Verzoekers hadden tevens verzocht om opvang en verstrekkingen gedurende de procedure
  • 3De beslissing is gebaseerd op een belangenafweging door de voorzieningenrechter
  • 4De minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 934,00 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand
  • 5De uitspraak betreft een voorlopige maatregel en prejudicieert niet op de uitkomst van het hoger beroep

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak bij een belangenafweging in overdrachtszaken bereid is overdracht te schorsen in afwachting van de hoger beroepsprocedure. De uitspraak heeft als voorlopige voorziening geen precedentwerking voor de hoofdzaak.

Praktische impact

Verzoekers kunnen voorlopig in Nederland verblijven en maken aanspraak op opvang en verstrekkingen totdat de Afdeling bestuursrechtspraak in hoger beroep heeft geoordeeld. De minister draagt de proceskosten van € 934,00.

Onderwerp-impact

In vreemdelingenzaken met een overdrachtsbesluit biedt deze uitspraak betrokkenen een tijdelijk beschermingsmiddel via een voorlopige voorziening, wat de praktische betekenis van het instellen van hoger beroep onderstreept.

Samenvatting

In deze zaak verzochten asielzoekers de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen strekkende tot opschorting van hun overdracht en het waarborgen van opvang en verstrekkingen. Aan het verzoek lag een lopend hoger beroep ten grondslag tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie, vermoedelijk een overdrachtsbesluit in het kader van de Dublin-verordening of een vergelijkbare Europees-rechtelijke regeling. De voorzieningenrechter heeft het verzoek ingewilligd op basis van een afweging van de belangen die partijen hebben aangevoerd. Concreet is bepaald dat verzoekers niet mogen worden overgedragen zolang het hoger beroep nog niet is beslecht. De voorzieningenrechter heeft de minister van Asiel en Migratie tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten ten bedrage van € 934,00, volledig toe te rekenen aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is procedureel van aard: zij bevat geen inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van het overdrachtsbesluit en prejudicieert niet op de uitkomst van de hoofdzaak in hoger beroep. Het belang van de uitspraak is dan ook primair praktisch: verzoekers worden beschermd tegen een onomkeerbare feitelijke situatie — namelijk overdracht — totdat de rechter in hogere instantie inhoudelijk heeft geoordeeld. De motivering is uiterst summier, hetgeen gebruikelijk is bij spoedeisende voorlopige voorzieningenprocedures waarbij een volledige beoordeling van de zaak niet mogelijk is. De impact van deze uitspraak is beperkt tot de individuele zaak en heeft geen richtinggevende werking voor het bredere vreemdelingenrecht.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 1 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5123Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5123, Raad van State, 09-09-2026, 202203505/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5312Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5312, Raad van State, 09-09-2026, 202500668/1/A2

Raad van State9 sep 2026OverheidHandhaving
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen