Uitzetting vreemdeling opgeschort in afwachting hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2026:4228, Raad van State, 22-07-2026, BRS.26.003277
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 22 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Kern van de zaak
Een vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd bij de Raad van State om te voorkomen dat hij wordt uitgezet voordat op dat hoger beroep is beslist, en om opvang en verstrekkingen te ontvangen.
Beslissing van de rechter
De voorzieningenrechter wijst de gevraagde voorlopige voorziening toe: de vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld in de proceskosten van € 934,00, wat impliceert dat het verzoek op voldoende gronden werd ingewilligd.
Impactscore
LaagHet betreft een standaard voorlopige voorzieningsbeslissing in een individuele vreemdelingenzaak zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is in lijn met vaste Afdelingsjurisprudentie en heeft geen bredere precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Voorlopige voorziening toegewezen: uitzetting opgeschort tot beslissing op hoger beroep.
- 2Toetsingsmaatstaf gebaseerd op vaste Afdelingsjurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457).
- 3Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot proceskosten van € 934,00.
- 4Uitspraak betreft enkel een voorlopige maatregel; inhoud van de zaak wordt nog niet beoordeeld.
- 5Opvang en verstrekkingen zijn mede onderdeel van het verzoek, maar de beslissing vermeldt alleen de schorsing van uitzetting expliciet.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak dat een voorzieningenrechter bij voldoende aanleiding een uitzetting kan schorsen hangende hoger beroep, zonder dat de bodemprocedure al is afgerond. De proceskostenveroordeling ten laste van de minister signaleert dat het verzoek gegrond werd bevonden.
Praktische impact
De vreemdeling verkrijgt een tijdelijke verblijfsbescherming en kan niet worden uitgezet gedurende de hoger beroepsprocedure, wat hem feitelijk de mogelijkheid geeft zijn zaak verder te voeren vanuit Nederland.
Onderwerp-impact
In vreemdelingenzaken biedt dit type voorlopige voorziening een cruciaal beschermingsmechanisme dat gedwongen vertrek vóór een inhoudelijke rechterlijke toets voorkomt.
Samenvatting
In deze zaak heeft een vreemdeling de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij niet wordt uitgezet voordat op zijn hoger beroep is beslist, alsmede dat hij recht op opvang en verstrekkingen krijgt. De juridische vraag betreft de toelaatbaarheid van een gedwongen uitzetting hangende een nog niet besliste hogerberoepsprocedure bij de Afdeling. De voorzieningenrechter heeft het verzoek ingewilligd en bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in het hoger beroep. De beslissing is gebaseerd op de vaste uitspraaklijn van de Afdeling, zoals neergelegd in de uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457), waaruit volgt dat bij voldoende aanleiding een voorlopige voorziening kan worden getroffen om een onomkeerbare situatie te voorkomen. Daarnaast is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten ten bedrage van € 934,00, volledig toe te rekenen aan professioneel verleende rechtsbijstand. Deze proceskostenveroordeling bevestigt dat het verzoek op goede gronden is ingediend en gehonoreerd. De uitspraak heeft een beperkt precedentkarakter: zij volgt een gevestigde praktijk en bevat geen nieuwe rechtsvragen. Het belang is primair individueel: de vreemdeling kan zijn hoger beroep afwachten zonder het risico op uitzetting. Over de inhoud van het hoger beroep zelf is nog geen oordeel geveld; die beoordeling volgt in de bodemprocedure.