JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4223Laag28/100

Bekostiging basisschool IKC Cadans Berkel per 1 augustus beëindigd

ECLI:NL:RVS:2026:4223, Raad van State, 21-07-2026, 202602062/2/A2

Raad van StateUitspraak: 21 juli 2026Publicatie: 19 juli 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:202602062/2/A2
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vergunningen
Onderwijs
Bekostiging Basisschool
Opheffingsnorm
Nevenvestiging
Fusietoets
Primair Onderwijs

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 30 april 2026 heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de bekostiging van de basisschool IKC Cadans Berkel als zelfstandige school met ingang van 1 augustus 2026 beëindigd. Stichting Onderwijs is het bevoegd gezag van basisschool IKC Cadans Berkel. Bij brief van 10 december 2025 heeft de staatssecretaris Stichting Onderwijs medegedeeld dat IKC Cadans Berkel met ingang van 1 augustus 2026 dient te worden opgeheven dan wel dat de bekostiging dient te worden beëindigd. Dit is een mededeling als bedoeld in artikel 149, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs. De school beschikt vier jaar na de oprichting namelijk niet over de minimale vereiste hoeveelheid leerlingen. Op 1 oktober 2025 zaten 51 leerlingen op IKC Cadans Berkel. Op 30 januari 2026 heeft Stichting Onderwijs de staatssecretaris laten weten dat IKC Cadans Berkel niet wordt voortgezet als zelfstandige school, maar dat zij voornemens is om de school door te laten gaan als nevenvestiging van een andere school. De staatssecretaris heeft de bekostiging van IKC Cadans Berkel met ingang van 1 augustus 2026 beëindigd. Aan deze beslissing heeft zij ten grondslag gelegd dat zij geen positief besluit kan nemen op de verplichte fusietoets omdat de daarvoor aangeleverde stukken onvolledig zijn.

Kern van de zaak

Basisschool IKC Cadans Berkel heeft vier jaar na oprichting slechts 51 leerlingen, ruim onder het wettelijk minimum. De staatssecretaris beëindigde de bekostiging per 1 augustus 2026. Stichting Onderwijs en SARO probeerden de school te redden via een fusie/nevenvestigingsconstructie, maar de aanvraag werd afgewezen wegens onvolledige documentatie.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter van de Raad van State behandelt een voorlopige voorzieningprocedure; het oordeel heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. De bekostigingsbeëindiging per 1 augustus 2026 staat niet ter discussie, nu appellanten daartegen geen gronden hebben aangevoerd; het geschil spitst zich toe op de afwijzing van de nevenvestigingsaanvraag wegens onvolledige fusietoetsstukken.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een voorlopige voorzieningprocedure over één specifieke school op basis van een reeds vaststaande bekostigingsbeëindiging; de uitspraak stelt geen nieuwe rechtsregels en heeft beperkte precedentwerking buiten de directe casus.

Belangrijkste punten

  • 1IKC Cadans Berkel telde op de peildatum (1 oktober 2025) slechts 51 leerlingen, waardoor niet wordt voldaan aan de wettelijke continuïteitseis van artikel 149 Wpo.
  • 2De staatssecretaris heeft de bekostiging per 1 augustus 2026 beëindigd bij besluit van 30 april 2026.
  • 3Een fusieaanvraag van SARO om de school als nevenvestiging van IKC Albert Plesmanschool voort te zetten, werd afgewezen omdat de verplichte fusietoetsstukken onvolledig waren.
  • 4Appellanten hebben geen bezwaar gemaakt tegen de beëindiging van de bekostiging als zelfstandige school, waardoor die beslissing vaststaat.
  • 5Docenten, ouders en leerlingen willen het onderwijs op de locatie behouden, maar juridisch ontbreekt per 1 augustus 2026 een bekostigingsgrondslag.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat een onvolledige fusietoetsaanvraag een zelfstandige weigeringsgrond vormt voor bekostiging van een nevenvestiging, ook als het maatschappelijk belang van continuering van onderwijs groot is. Dit onderstreept het belang van procedurele volledigheid bij fusietrajecten in het primair onderwijs.

Praktische impact

Per 1 augustus 2026 vervalt de bekostiging voor de locatie IKC Cadans Berkel volledig, waardoor leerlingen en docenten naar een andere school moeten worden overgeplaatst of de school alsnog met correcte stukken een nieuwe aanvraag moet indienen.

Onderwerp-impact

Voor het primair onderwijs betekent dit dat schoolbesturen die een opheffing willen voorkomen via een nevenvestigingsconstructie, tijdig en volledig aan de fusietoetsvereisten moeten voldoen; een onvolledige aanvraag kan de volledige opheffing niet tegenhouden.

Samenvatting

IKC Cadans Berkel, een basisschool waarvan Stichting Onderwijs het bevoegd gezag is, voldeed vier jaar na oprichting niet aan het wettelijk vereiste minimale leerlingenaantal. Op de peildatum van 1 oktober 2025 telde de school slechts 51 leerlingen. Op grond van artikel 149 van de Wet op het primair onderwijs deelde de staatssecretaris in december 2025 mee dat de school per 1 augustus 2026 diende te worden opgeheven of de bekostiging moest worden beëindigd. Stichting Onderwijs probeerde de sluiting te voorkomen door de school als nevenvestiging te laten doorgaan, eerst verbonden aan een eigen school in Weesp en later, na intrekking van die aanvraag, via een overdracht aan SARO. SARO diende op 17 april 2026 een aanvraag in om IKC Cadans Berkel te fuseren met de IKC Albert Plesmanschool en als nevenvestiging per 1 augustus 2026 voort te zetten. Bij besluit van 30 april 2026 beëindigde de staatssecretaris de bekostiging per 1 augustus 2026, omdat op de fusietoetsaanvraag geen positief besluit kon worden genomen wegens het ontbreken van vereiste — onder meer onvoorwaardelijke — stukken. In de voorlopige voorzieningprocedure bij de Raad van State voerden SARO en Stichting Onderwijs geen gronden aan tegen de beëindiging van de bekostiging als zelfstandige school, zodat die kwestie vaststaat. Het geschil concentreert zich op de vraag of de staatssecretaris de nevenvestigingsaanvraag terecht heeft afgewezen. De voorzieningenrechter wijst erop dat het oordeel voorlopig van aard is en niet bindend in de bodemprocedure. Hoewel docenten, ouders en leerlingen het onderwijs op de locatie willen behouden, bestaat er per 1 augustus 2026 geen bekostigingsgrondslag meer. De uitspraak illustreert dat bij dreigend verlies van bekostiging een fusietraject procedureel volledig moet worden doorlopen: onvolledige fusietoetsstukken vormen een zelfstandige grond voor afwijzing, ongeacht het maatschappelijk belang van behoud van de school.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 27 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied