JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4221Laag28/100

Raad van State bevestigt: toestemming steward terecht ingetrokken

ECLI:NL:RVS:2026:4221, Raad van State, 22-07-2026, 202601865/1/A3 en 202601865/2/A3

Raad van StateUitspraak: 22 juli 2026Publicatie: 17 juli 2026
Procedure:Voorlopige voorziening+bodemzaak
Zaaknummer:202601865/1/A3 en 202601865/2/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Arbeidsrelaties
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Intrekking
Wpbr
Beveiligingstoestemming
Proportionaliteit
Vapes

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 7 november 2025 heeft de korpschef van politie de aan [bedrijf] verleende toestemming om [wederpartij] beveiligingswerkzaamheden voor haar te laten verrichten, ingetrokken. Op 6 juni 2025 is aan [bedrijf] toestemming verleend om [wederpartij] als steward beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten. De korpschef heeft deze toestemming op 7 november 2025 ingetrokken op grond van artikel 7, vijfde lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, omdat volgens hem de betrouwbaarheid van [wederpartij] niet langer boven iedere twijfel is verheven. De korpschef baseert dit op het feit dat [wederpartij] op 15 oktober 2025 heeft gehandeld in vapes en op 18 september 2025 was aangetroffen met 25 dozen vapes in zijn auto. Tijdens de hoorzitting in bezwaar heeft [wederpartij] erkend dat hij op 18 september 2025 handelde in vapes. De rechtbank heeft geoordeeld dat de korpschef had moeten volstaan met een waarschuwing.

Kern van de zaak

De korpschef trok de toestemming in van een steward-beveiliger ([wederpartij]) om beveiligingswerkzaamheden te verrichten, nadat hij betrapt was op handel in vapes. De rechtbank oordeelde dat een waarschuwing had volstaan; de korpschef ging in hoger beroep bij de Raad van State.

Beslissing van de rechter

De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek van de korpschef af. De Afdeling volgt de redenering van de rechtbank dat de intrekking van de 'oranje pas' geen gevolgen heeft voor de opleiding van [wederpartij], maar laat het oordeel dat een waarschuwing had volstaan in stand.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak betreft een individuele zaak over intrekking van een beveiligingstoestemming en bevat geen nieuwe rechtsnormen. De verduidelijking van het onderscheid tussen oranje en groene pas heeft beperkte bredere juridische betekenis.

Belangrijkste punten

  • 1De toestemming ('oranje pas') voor steward-beveiligingswerkzaamheden werd ingetrokken wegens handel in vapes op grond van artikel 7, vijfde lid, Wpbr.
  • 2De rechtbank oordeelde dat de korpschef had moeten volstaan met een waarschuwing, mede omdat [wederpartij] niet strafrechtelijk is vervolgd en een blanco strafblad heeft.
  • 3De korpschef had [wederpartij] na het incident op 18 september 2025 niet gewaarschuwd alvorens tot intrekking over te gaan.
  • 4De Raad van State volgt het betoog van de korpschef dat intrekking van de oranje pas geen invloed heeft op de groene pas voor de opleiding, maar bevestigt toch de aangevallen uitspraak.
  • 5De korpschef wordt veroordeeld in de proceskosten van € 934,00 en griffierecht van € 596,00.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt het onderscheid tussen de 'oranje pas' (werken als steward) en de 'groene pas' (opleiding) onder de Wpbr en de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Het proportionaliteitsbeginsel blijft een relevante toetsingsmaatstaf bij intrekking van beveiligingstoestemmingen.

Praktische impact

Voor [wederpartij] betekent de bevestiging dat hij niet als steward-beveiliger kan werkzaam zijn bij het betrokken bedrijf. Voor de korpschef benadrukt de uitspraak dat een voorafgaande waarschuwing doorgaans vereist is bij eerste overtredingen zonder strafrechtelijke veroordeling.

Onderwerp-impact

In de beveiligingsbranche onderstreept deze uitspraak dat werkgevers en bevoegde autoriteiten bij intrekking van beveiligingstoestemmingen het proportionaliteitsbeginsel moeten toepassen, met name wanneer betrokkene een blanco strafblad heeft en niet strafrechtelijk is vervolgd.

Samenvatting

Deze zaak betreft de intrekking van de toestemming van een steward-beveiliger om beveiligingswerkzaamheden te verrichten. Op 6 juni 2025 had [bedrijf] toestemming gekregen om [wederpartij] als steward in te zetten. Op 18 september 2025 werd [wederpartij] aangetroffen met 25 dozen vapes in zijn auto, en op 15 oktober 2025 bleek hij opnieuw in vapes te handelen. De korpschef trok op 7 november 2025 de toestemming in op grond van artikel 7, vijfde lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr), omdat de betrouwbaarheid van [wederpartij] niet langer boven iedere twijfel verheven zou zijn. De rechtbank in eerste aanleg oordeelde dat de korpschef had moeten volstaan met een waarschuwing. Daarbij woog mee dat [wederpartij] niet strafrechtelijk is vervolgd, een blanco strafblad heeft en niet eerder was gewaarschuwd na het incident van 18 september 2025. Voorts overwoog de rechtbank dat de intrekking zijn opleiding in gevaar zou brengen. De korpschef ging in hoger beroep bij de Raad van State en betoogde onder meer dat de intrekking van de oranje pas geen invloed heeft op de voor de opleiding benodigde groene pas, en dat het dwingendrechtelijk karakter van de Wpbr geen ruimte laat voor een lichtere maatregel. De Afdeling bestuursrechtspraak volgt de korpschef in het betoog over het onderscheid tussen de oranje en groene pas, en corrigeert daarmee de motivering van de rechtbank op dit punt. Desondanks bevestigt de Raad van State de uitspraak van de rechtbank in haar geheel, omdat het oordeel dat een waarschuwing had volstaan overeind blijft. De korpschef wordt veroordeeld in de proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van het proportionaliteitsbeginsel bij intrekking van beveiligingstoestemmingen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 2 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5123Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5123, Raad van State, 09-09-2026, 202203505/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5312Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5312, Raad van State, 09-09-2026, 202500668/1/A2

Raad van State9 sep 2026OverheidHandhaving
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied