JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4219Laag28/100

Woningsluiting na hennepkwekerij ondanks bewonersprotest afgewezen

ECLI:NL:RVS:2026:4219, Raad van State, 20-07-2026, 202601844/1/A3 en 202601844/3/A3

Raad van StateUitspraak: 20 juli 2026Publicatie: 17 juli 2026
Procedure:Voorlopige voorziening+bodemzaak
Zaaknummer:202601844/1/A3 en 202601844/3/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Hennepkwekerij
Voorlopige Voorziening
Artikel 13b Opiumwet
Woningsluiting
Evenredigheid

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij uitspraak van 18 juni 2026 in zaak nr. 202601844/2/A3 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel de burgemeester van Venlo opgedragen bij wijze van voorlopige voorziening niet over te gaan tot sluiting van de woning aan de [locatie] in Venlo totdat de voorzieningenrechter heeft beslist over de opheffing of wijziging van deze voorlopige voorziening. Deze zaak gaat over de tijdelijke sluiting van het huis waarin [verzoekster] woont. De burgemeester wil de woning sluiten omdat de politie in de kelder een in werking zijnde hennepkwekerij heeft gevonden. [verzoekster] vindt weliswaar dat de burgemeester om die reden de bevoegdheid heeft om haar woning te sluiten, maar vindt dat de burgemeester daarvan geen gebruik moet maken. De burgemeester is dat niet met haar eens en de rechtbank heeft haar geen gelijk gegeven.

Kern van de zaak

De burgemeester van Venlo wil de woning van verzoekster tijdelijk sluiten nadat politie in de kelder een in werking zijnde hennepkwekerij met 524 planten aantrof. Verzoekster erkent de bevoegdheid maar betwist de evenredigheid van de sluiting. Zij stapte naar de rechter om de sluiting te voorkomen.

Beslissing van de rechter

Het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de woningsluiting evenredig is gelet op de ernst van de overtreding, het vermoeden van eerdere oogsten en de betrokkenheid van de mede-eigenaar (ex-partner) bij eerdere drugsovertredingen.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past volledig binnen de gevestigde jurisprudentie over artikel 13b Opiumwet-sluitingen en stelt geen nieuwe rechtsregels; de impact is daardoor beperkt tot de directe betrokkenen.

Belangrijkste punten

  • 1Woningsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet was aan de orde na vondst van 524 hennepplanten in de kelder
  • 2Verzoekster betwistte niet de bevoegdheid maar uitsluitend de evenredigheid van de sluiting
  • 3Tijdsverloop van circa zes maanden tussen ontdekking en sluiting deed niet af aan geschiktheid van de maatregel
  • 4Vermoeden van eerdere oogsten en eerdere drugsovertredingen van de mede-eigenaar wogen mee in de beoordeling
  • 5Toets omvatte geschiktheid, noodzaak en evenredigheid (fair balance) conform vaste bestuursrechtelijke methodiek

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat tijdsverloop tussen ontdekking en sluiting alleen bij bijzondere omstandigheden aan evenredigheid in de weg staat. Eerdere drugsovertredingen van mede-eigenaren mogen worden betrokken bij de evenredigheidsbeoordeling.

Praktische impact

Verzoekster moet de woningsluiting ondergaan en kan gedwongen worden elders onderdak te zoeken voor de duur van de sluitingsperiode, ondanks haar eigen gestelde onwetendheid over de hennepkwekerij.

Onderwerp-impact

Deze uitspraak onderstreept dat burgemeesters ook bij bewoners die zelf niet actief bij de overtreding betrokken lijken te zijn, tot sluiting kunnen overgaan als de omstandigheden (ernst, recidive mede-eigenaar) dat rechtvaardigen.

Samenvatting

Deze zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen de tijdelijke sluiting van een woning in Venlo, nadat politie in de kelder een in werking zijnde hennepkwekerij met 524 planten had aangetroffen. De burgemeester besloot op grond van artikel 13b Opiumwet tot sluiting van de woning. Verzoekster erkende dat de burgemeester hiertoe bevoegd was, maar stelde dat de maatregel onevenredig is gelet op haar persoonlijke omstandigheden. De rechtbank had het beroep eerder ongegrond verklaard, waarna verzoekster in hoger beroep ging bij de Raad van State en tevens een voorlopige voorziening vroeg. De voorzieningenrechter van de Raad van State beoordeelde de evenredigheid aan de hand van drie criteria: de geschiktheid van de sluiting als middel, de noodzaak ervan en het evenwicht tussen de nadelige gevolgen voor verzoekster en het door de burgemeester nagestreefde doel. Ten aanzien van de geschiktheid oordeelde de voorzieningenrechter dat het tijdsverloop van ongeveer zes maanden tussen de ontdekking eind oktober 2025 en de voorgenomen sluiting op 23 april 2026 niet zodanig lang was dat de sluiting haar geschiktheid had verloren, mede gezien de ernst van de overtreding en het vermoeden van eerdere oogsten. Over de noodzaak werd overwogen dat de feitelijke beëindiging van de overtreding door wegname van de planten niet afdoet aan de legitimiteit van de woningsluiting, die ook andere doelen dient zoals het tegengaan van herhaling en het herstellen van het woon- en leefklimaat. In de afweging van belangen speelde tevens mee dat de ex-partner van verzoekster mede-eigenaar van de woning is en in de politieregistratie voorkomt wegens eerdere drugsovertredingen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, zodat de woningsluiting doorgang kan vinden. De uitspraak bevestigt de bestaande jurisprudentielijn over artikel 13b Opiumwet zonder nieuwe rechtsnormen te introduceren.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 27 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied