JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4218Laag12/100

Hoger beroep vreemdeling over terugkeersignalering ongegrond verklaard

ECLI:NL:RVS:2026:4218, Raad van State, 17-07-2026, 202400134/1/V3

Raad van StateUitspraak: 17 juli 2026Publicatie: 17 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202400134/1/V3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
Vreemdelingenrecht
Artikel 91 Vw2000
Terugkeersignalering
Evenredigheidsbeoordeling
Korte Motivering

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 15 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

Kern van de zaak

Een vreemdeling heeft via advocaat hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank over een terugkeersignalering. De kern van het geschil betrof de vraag of voorafgaand aan een dergelijke signalering een evenredigheidsbeoordeling moet plaatsvinden. De minister was verwerende partij.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank is bevestigd. De doorslaggevende reden is dat de rechtsvraag over de evenredigheidsbeoordeling bij terugkeersignalering reeds is beantwoord in een parallel arrest (ECLI:NL:RVS:2026:4168), en het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming opwerpt die nadere motivering vereisen.

12van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak heeft nauwelijks zelfstandige juridische betekenis; zij bevestigt slechts de lagere uitspraak met een verkorte motivering en verwijst voor de inhoudelijke rechtsontwikkeling naar een andere uitspraak van dezelfde datum.

Belangrijkste punten

  • 1Het hoger beroep wordt afgedaan met toepassing van artikel 91 lid 2 Vw 2000 (zogenoemde 'korte motivering').
  • 2De rechtsvraag over evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan een terugkeersignalering is op dezelfde dag beantwoord in ECLI:NL:RVS:2026:4168.
  • 3Het hogerberoepschrift bevat geen vragen over uitleg of geldigheid van Unierecht die prejudiciële verwijzing rechtvaardigen (vgl. arrest Remling, ECLI:EU:C:2026:243).
  • 4De uitspraak van de rechtbank wordt integraal bevestigd zonder inhoudelijke heroverweging.
  • 5De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van de verkorte motiveringsgrond ex artikel 91 lid 2 Vw 2000 en sluit aan bij de op dezelfde dag gewezen richtinggevende uitspraak over evenredigheidsbeoordeling bij terugkeersignaleringen. Zelfstandige rechtsontwikkeling vindt hier niet plaats.

Praktische impact

Voor de vreemdeling betekent dit dat de terugkeersignalering in stand blijft. Er bestaat geen aanspraak op vergoeding van proceskosten.

Onderwerp-impact

In vreemdelingrechtelijke procedures over terugkeersignaleringen zal de evenredigheidsbeoordeling voortaan worden beoordeeld aan de hand van de maatstaven uit ECLI:NL:RVS:2026:4168, hetgeen de rechtspraktijk verduidelijkt.

Samenvatting

Op 17 juli 2026 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak in een vreemdelingrechtelijke zaak over een terugkeersignalering. Een vreemdeling, bijgestaan door advocaat Bakker te Voorburg, had hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank die zijn beroep had verworpen. De kern van het hoger beroep betrof de vraag of de minister voorafgaand aan het plaatsen van een signalering inzake terugkeer een evenredigheidsbeoordeling had moeten verrichten. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de aangevallen uitspraak. De uitspraak is daarbij voorzien van een verkorte motivering op grond van artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Dit artikellid bepaalt dat een nadere motivering achterwege kan blijven indien het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord dienen te worden. De Afdeling overweegt dat de centrale rechtsvraag — of een evenredigheidsbeoordeling vereist is voorafgaand aan een terugkeersignalering — op diezelfde dag al uitvoerig is beantwoord in een andere uitspraak, ECLI:NL:RVS:2026:4168 (rechtsoverwegingen 7.1 tot en met 7.4). Het onderhavige hoger beroep geeft geen aanleiding om in dit specifieke geval anders te oordelen. Voorts bevat het hogerberoepschrift geen vragen over de uitleg of geldigheid van Unierecht die aanleiding zouden geven tot prejudiciële verwijzing, waarbij de Afdeling verwijst naar het arrest Remling van het Hof van Justitie van 24 maart 2026. De minister wordt niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak heeft geen zelfstandige precedentwerking; de rechtsontwikkeling wordt gedragen door de op dezelfde dag gewezen parallelle uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 24 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied