JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4216Hoog58/100

Terugkeerbesluit Afghanistan vernietigd wegens artikel 3 EVRM-risico

ECLI:NL:RVS:2026:4216, Raad van State, 17-07-2026, 202408067/1/V1

Raad van StateUitspraak: 17 juli 2026Publicatie: 17 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202408067/1/V1
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Mensenrechten
Overheid
Artikel 3 Evrm
Inreisverbod
Terugkeerbesluit
Artikel 1f
Afghanistan

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 12 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat hij de Europese Unie onmiddellijk moet verlaten (terugkeerbesluit) en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

Kern van de zaak

Een Afghaanse asielzoeker wiens aanvraag kennelijk ongegrond was verklaard op grond van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag, vertrok vrijwillig naar de VS maar vocht het terugkeerbesluit en inreisverbod aan. De minister stelde dat betrokkene met zijn vrijwillig-vertrekverklaring alle beroepen had ingetrokken.

Beslissing van de rechter

De Raad van State behandelt het hoger beroep van de minister tegen de uitspraak waarbij de rechtbank het terugkeerbesluit en inreisverbod vernietigde. De rechtbank had geoordeeld dat het terugkeerbesluit in strijd was met het HvJ EU-arrest AA (C-2023:540), omdat de minister zelf aannemelijk had geacht dat betrokkene bij terugkeer naar Afghanistan een reëel risico liep op schending van artikel 3 EVRM.

58van 100

Impactscore

Hoog

De uitspraak combineert twee juridisch gewichtige vraagstukken (reikwijdte vrijwillig-vertrekverklaring én samenloop 1(F)/artikel 3 EVRM) en past recente HvJ EU-jurisprudentie toe in een categorie zaken die een grote groep Afghaanse 1(F)-gevallen raakt. De uitkomst is echter grotendeels in lijn met bestaande rechtspraak.

Belangrijkste punten

  • 1Vrijwillig-vertrekverklaring beëindigt alleen het beroep tegen de asielaanvraag, niet de beroepen tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod
  • 2Betrokkene behoudt procesbelang bij het beroep tegen het terugkeerbesluit ondanks vrijwillig vertrek naar de VS
  • 3Toepassing van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag sluit niet uit dat artikel 3 EVRM zich verzet tegen het terugkeerbesluit
  • 4HvJ EU-arrest AA (6 juli 2023) verbiedt een terugkeerbesluit als de autoriteit zelf een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM aannemelijk acht
  • 5Vernietiging van het terugkeerbesluit trekt het inreisverbod mee in zijn ondergang

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat een 1(F)-status de toepassing van artikel 3 EVRM niet opzijzet bij terugkeerbesluiten, in lijn met het HvJ EU-arrest AA. De reikwijdte van een vrijwillig-vertrekverklaring ten aanzien van loopende beroepsprocedures wordt daarmee scherp afgebakend.

Praktische impact

Vreemdelingen op wie artikel 1(F) van toepassing is kunnen ondanks ondertekening van een vrijwillig-vertrekverklaring de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit en inreisverbod blijven aanvechten, ook na daadwerkelijk vertrek uit Nederland.

Onderwerp-impact

Voor de uitvoeringspraktijk van de IND betekent dit dat terugkeerbesluiten richting Afghanistan niet kunnen worden gehandhaafd zolang de minister zelf een reëel artikel 3 EVRM-risico aannemelijk acht, ongeacht de 1(F)-uitsluiting.

Samenvatting

Een Afghaanse man diende in september 2021 een asielaanvraag in Nederland in. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond omdat artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag op hem van toepassing was wegens ernstige misdrijven in het verleden. Tegelijk werd een terugkeerbesluit genomen met als beoogd land Afghanistan en een inreisverbod voor tien jaar uitgevaardigd. Nadat betrokkene op 27 juni 2022 een vrijwillig-vertrekverklaring had ondertekend, vertrok hij op 28 juni 2022 naar de Verenigde Staten. Centraal juridisch geschilpunt was of betrokkene met de vrijwillig-vertrekverklaring ook zijn beroepen tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod had ingetrokken. De rechtbank oordeelde van niet: de verklaring beëindigde uitsluitend het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag; voor het terugkeerbesluit en inreisverbod behield betrokkene procesbelang. De minister ging in hoger beroep en betoogde dat de rechtbank ten onrechte had beslist op een ingetrokken beroep. Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat het terugkeerbesluit in strijd was met het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 6 juli 2023 in de zaak AA (C-540/23). Volgens dit arrest mag een terugkeerbesluit niet worden uitgevaardigd als de bevoegde autoriteit zelf aannemelijk acht dat de betrokkene bij terugkeer een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM. Nu de minister dit risico in het besluit had onderkend, was het terugkeerbesluit rechtens onjuist. Als gevolg hiervan kon ook het inreisverbod geen stand houden. De Raad van State behandelt het hoger beroep van de minister, waarbij de uitleg van de vrijwillig-vertrekverklaring en de verhouding tussen 1(F)-uitsluiting en artikel 3 EVRM de kern vormen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 22 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4286Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4286, Raad van State, 22-07-2026, 202504375/1/R2

Raad van State22 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4268Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4268, Raad van State, 22-07-2026, 202407951/1/R2

Raad van State22 jul 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4282Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4282, Raad van State, 22-07-2026, 202500140/1/R4

Raad van State22 jul 2026OverheidVergunningen
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4270Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4270, Raad van State, 22-07-2026, 202402337/1/R3

Raad van State22 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen