JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4208Laag18/100

Overdracht asielzoeker opgeschort in afwachting hoger beroep

ECLI:NL:RVS:2026:4208, Raad van State, 17-07-2026, BRS.26.003274

Raad van StateUitspraak: 17 juli 2026Publicatie: 16 juli 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.003274
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Vergunningen
Hoger Beroep
Asielrecht
Voorlopige Voorziening
Opvang
Dublin Overdracht

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 12 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Kern van de zaak

Een asielzoeker verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet zou worden overgedragen (vermoedelijk Dublin-overdracht) voordat op zijn hoger beroep is beslist. Hij verzocht tevens om opvang en verstrekkingen te mogen ontvangen hangende de procedure.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter heeft de gevraagde voorlopige voorziening toegewezen: de overdracht van verzoeker wordt opgeschort totdat op het hoger beroep is beslist. De doorslaggevende reden is dat het hoger beroep nader onderzoek vergt waarvoor de voorlopige voorzieningsprocedure zich niet goed leent, en de belangen van verzoeker zwaar wegen.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele voorlopige voorzieningsbeslissing zonder precedentwerking; de rechtsvraag en de toegepaste maatstaf zijn standaard in de asielrechtpraktijk en stellen geen nieuwe rechtsregels.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen: overdracht opgeschort tot beslissing op hoger beroep
  • 2Hoger beroep vergt nader onderzoek dat zich niet leent voor de spoedprocedure
  • 3Verzoeker heeft ook opvang en verstrekkingen gevraagd tijdens de procedure
  • 4Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot proceskosten van € 934,00
  • 5Vermoedelijk betreft het een Dublin-overdracht aan een andere EU-lidstaat

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de gangbare praktijk bij de Raad van State dat een voorlopige voorziening wordt getroffen wanneer een hoger beroep nader feitelijk of juridisch onderzoek vergt dat in een spoedprocedure niet kan plaatsvinden. De beslissing heeft geen precedentwerking buiten de individuele zaak.

Praktische impact

De asielzoeker wordt niet overgedragen en behoudt zijn verblijf in Nederland totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft geoordeeld, waardoor hij de uitkomst van de hogerberoepsprocedure in Nederland kan afwachten.

Onderwerp-impact

In asiel- en migratiezaken biedt deze uitspraak een tijdelijke bescherming tegen (Dublin-)overdrachten, wat voor betrokkenen ingrijpende praktische gevolgen heeft voor hun verblijfsstatus en recht op opvang hangende de procedure.

Samenvatting

Een asielzoeker – vermoedelijk subject van een Dublin-overdracht aan een andere EU-lidstaat – wendde zich tot de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met een verzoek om een voorlopige voorziening. Hij verzocht om niet te worden overgedragen zolang op zijn ingestelde hoger beroep nog niet is beslist, en vroeg daarnaast om opvang en verstrekkingen hangende die procedure. De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep nader onderzoek vergt. Omdat een voorlopige voorzieningsprocedure zich naar haar aard niet goed leent voor diepgaand feitelijk of juridisch onderzoek, en gelet op de belangen die verzoeker naar voren heeft gebracht, achtte de voorzieningenrechter gronden aanwezig om de gevraagde maatregel te treffen. De overdracht van verzoeker wordt bij wijze van voorlopige voorziening opgeschort totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Daarnaast werd de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker ten bedrage van € 934,00, volledig toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak heeft een beperkte juridische reikwijdte: zij betreft uitsluitend een ordemaatregel in een individuele zaak en stelt geen nieuwe rechtsregels. De toegepaste maatstaf – schorsing bij twijfel over de uitkomst van het hoger beroep en nader benodigde beoordeling – is conform vaste praktijk. Praktisch is de impact voor de betrokken asielzoeker echter aanzienlijk: hij kan de bodembehandeling in Nederland afwachten en wordt niet geconfronteerd met een overdracht aan een andere lidstaat in de tussenliggende periode.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 26 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied