Terugkeerbesluit ongeldig: vreemdeling verblijft in Portugal
ECLI:NL:RVS:2026:4180, Raad van State, 17-07-2026, BRS.26.000184
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 1 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie (EU) binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.
Kern van de zaak
Een Bengaalse student kreeg zijn studievergunning ingetrokken en ontving een terugkeerbesluit van de Nederlandse minister, terwijl hij op dat moment al in Portugal woonde. Hij vocht het terugkeerbesluit en de bijbehorende SIS-signalering aan, omdat hij niet (meer) illegaal op Nederlands grondgebied verbleef.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is gegrond verklaard; het terugkeerbesluit en de SIS-signalering zijn herroepen. De doorslaggevende reden is dat het EU-recht vereist dat een vreemdeling illegaal verblijft op het grondgebied van de lidstaat die het terugkeerbesluit neemt, en dat hieraan in dit geval niet was voldaan omdat appellant al in Portugal verbleef.
Impactscore
HoogDe uitspraak van de hoogste bestuursrechter stelt een duidelijke norm over de territoriale bevoegdheidseis bij terugkeerbesluiten met directe werking voor de uitvoeringspraktijk van het vreemdelingenbeleid en raakt aan de samenwerking tussen EU-lidstaten in het terugkeerbeleid.
Belangrijkste punten
- 1Een terugkeerbesluit vereist illegaal verblijf op het grondgebied van de lidstaat die het besluit neemt op het moment van het nemen ervan.
- 2Verblijf elders in de EU is onvoldoende grondslag voor een Nederlands terugkeerbesluit.
- 3De Afdeling volgt het HvJ EU-arrest M.D. (C-2023:341) en Affum (C-2016:408) en het Terugkeerhandboek.
- 4Het enkele vertrek naar een andere lidstaat sluit de bevoegdheid van Nederland uit om een terugkeerbesluit uit te vaardigen.
- 5De SIS-signalering vervalt nu het onderliggende terugkeerbesluit is herroepen.
Impactanalyse
Juridische impact
De Afdeling bestuursrechtspraak verduidelijkt dat de territorialiteitseis voor terugkeerbesluiten strikt wordt uitgelegd conform EU-recht: verblijf in een andere lidstaat doorbreekt de bevoegdheid van de betreffende lidstaat. Dit schept duidelijkheid over de reikwijdte van de Terugkeerrichtlijn in situaties van intra-EU-mobiliteit.
Praktische impact
Vreemdelingen wier verblijfsvergunning wordt ingetrokken maar die al naar een andere EU-lidstaat zijn verhuisd, kunnen met succes een Nederlands terugkeerbesluit en SIS-signalering aanvechten. De minister zal in dergelijke gevallen moeten coördineren met de betrokken lidstaat.
Onderwerp-impact
Voor de uitvoeringspraktijk van het vreemdelingenbeleid betekent dit dat de minister bij het uitvaardigen van terugkeerbesluiten actief moet nagaan of de betrokkene nog op Nederlands grondgebied verblijft, met mogelijke gevolgen voor de handhavingsefficiëntie.
Samenvatting
Een Bengaalse student ontving in augustus 2022 een Nederlandse verblijfsvergunning voor studie. Nadat de onderwijsinstelling hem had afgemeld wegens onvoldoende studievoortgang, trok de minister de vergunning in met ingang van 1 maart 2023 en vaardigde tegelijkertijd een terugkeerbesluit uit, met een daarbijbehorende signalering in het Schengeninformatiesysteem (SIS). Op het moment van dit besluit verbleef appellant echter al in Portugal. Hij maakte bezwaar en stelde beroep in, maar de rechtbank Den Haag oordeelde dat een vreemdeling niet per se op het grondgebied van de besluitnemende lidstaat hoeft te verblijven; verblijf elders in de EU zou voldoende zijn, mede om te voorkomen dat vreemdelingen het terugkeerbeleid frustreren door simpelweg naar een andere lidstaat te vertrekken. In hoger beroep heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze redenering verworpen. Onder verwijzing naar de arresten van het Hof van Justitie van de EU in de zaken M.D. (2023) en Affum (2016), alsmede de relevante paragrafen van het Terugkeerhandboek, oordeelt de Afdeling dat de Terugkeerrichtlijn vereist dat de betrokken vreemdeling illegaal verblijft op het grondgebied van de lidstaat die het terugkeerbesluit neemt. Nu appellant ten tijde van het besluit al in Portugal woonde en dus niet (meer) illegaal op Nederlands grondgebied verbleef, ontbrak de wettelijke grondslag voor het Nederlandse terugkeerbesluit. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar, en herroept het terugkeerbesluit inclusief de SIS-signalering. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak stelt een heldere grens aan de extraterritoriale werking van nationale terugkeerbesluiten binnen de EU en heeft directe gevolgen voor de uitvoeringspraktijk van het Nederlandse vreemdelingenbeleid.