SIS-signalering na intrekking studievisum ondanks vertrek naar Portugal
ECLI:NL:RVS:2026:4177, Raad van State, 17-07-2026, BRS.26.000177
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie (EU) binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.
Kern van de zaak
Een Bengaalse student verloor zijn Nederlandse studieverblijfsvergunning na onvoldoende studievoortgang. De minister vaardigde een terugkeerbesluit uit en signaleerde hem in het Schengen Informatie Systeem (SIS), terwijl appellant inmiddels naar Portugal was verhuisd en daar verblijfsrecht aanvroeg.
Beslissing van de rechter
De uitspraak is onvolledig weergegeven; op basis van de beschikbare tekst behandelt de Raad van State de grief dat voor een geldig terugkeerbesluit niet vereist is dat de vreemdeling op het moment van het besluit op Nederlands grondgebied verblijft, maar wel dat hij op het grondgebied van de EU verblijft. Een definitieve eindbeslissing is op basis van de aangeleverde tekst niet vast te stellen.
Impactscore
MiddelDe zaak stelt een relevante vraag over de territoriale werking van terugkeerbesluiten en SIS-signaleringen binnen de EU, maar de uitspraak is onvolledig weergegeven en de finale beslissing is niet kenbaar; de impact blijft daardoor onzeker en mogelijk beperkt tot individuele gevallen.
Belangrijkste punten
- 1Verblijfsvergunning 'studie' ingetrokken wegens onvoldoende studievoortgang per 1 september 2023
- 2Intrekking fungeert tevens als terugkeerbesluit met SIS-signalering tot gevolg
- 3Appellant verblijft al in Portugal en heeft daar een arbeidsovereenkomst en een verblijfsvergunningaanvraag lopen
- 4Rechtsvraag: vereist een terugkeerbesluit dat de vreemdeling op dat moment in Nederland verblijft, of volstaat verblijf elders in de EU?
- 5Rechtbank oordeelde dat aanwezigheid op EU-grondgebied (niet per se Nederland) voldoende is voor de bevoegdheid tot uitvaardiging terugkeerbesluit
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak raakt aan de territoriale reikwijdte van de Terugkeerrichtlijn (2008/115/EG) en de bevoegdheid van lidstaten om een terugkeerbesluit uit te vaardigen jegens vreemdelingen die al naar een andere lidstaat zijn vertrokken, met directe gevolgen voor SIS-signaleringen.
Praktische impact
Voor vreemdelingen die na intrekking van een verblijfsvergunning naar een andere EU-lidstaat zijn vertrokken, heeft deze benadering verstrekkende gevolgen: een SIS-signalering belemmert hun verblijf en mobiliteit in de gehele Schengenzone, ook terwijl zij in die andere lidstaat rechtmatig verblijf proberen te verkrijgen.
Onderwerp-impact
In het vreemdelingenrecht verduidelijkt deze zaak wanneer een lidstaat bevoegd is een terugkeerbesluit te koppelen aan een SIS-signalering bij een vreemdeling die al buiten het eigen grondgebied maar binnen de EU verblijft.
Samenvatting
Deze zaak betreft een Bengaalse onderdaan die in september 2022 een Nederlandse verblijfsvergunning voor studie ontving. Omdat de onderwijsinstelling hem wegens onvoldoende studievoortgang had afgemeld, trok de minister de vergunning in februari 2024 in met terugwerkende kracht tot 1 september 2023. De intrekking werd gecombineerd met een terugkeerbesluit in de zin van de Terugkeerrichtlijn en een signalering in het Schengen Informatie Systeem (SIS). Appellant betwistte het terugkeerbesluit en de SIS-signalering met name omdat hij al vóór het besluit naar Portugal was verhuisd, daar werkte op basis van een arbeidsovereenkomst van juli 2023 en een Portugese verblijfsvergunning had aangevraagd. De centrale juridische vraag in hoger beroep bij de Raad van State betreft de eerste grief: is het voor de rechtmatigheid van een terugkeerbesluit vereist dat de vreemdeling op het moment van het nemen van dat besluit op Nederlands grondgebied verblijft? De rechtbank had geoordeeld van niet: voldoende is dat de vreemdeling ten tijde van het besluit ergens op het grondgebied van de Europese Unie verblijft, mede gelet op het feit dat een terugkeerbesluit gelding heeft voor het gehele EU-grondgebied. De Raad van State beoordeelt deze grief in het kader van de Terugkeerrichtlijn en de Vreemdelingenwet 2000. Appellant onderbouwde zijn situatie in Portugal met arbeidscontract, loonstroken, belastinggegevens en gemeentelijke verklaringen. De uitspraak is in de aangeleverde tekst onvolledig, waardoor de definitieve conclusie van de Raad van State niet volledig kan worden weergegeven. Op basis van de beschikbare overwegingen lijkt de Raad de reikwijdte van het terugkeerbesluit en de daarmee samenhangende SIS-signalering te toetsen aan het Unierechtelijke kader, met bijzondere aandacht voor de positie van de vreemdeling die al in een andere lidstaat verblijft.