JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4169Hoog58/100

RvS vernietigt uitspraak: Dublin-overdracht België toch toegestaan

ECLI:NL:RVS:2026:4169, Raad van State, 17-07-2026, BRS.26.000691

Raad van StateUitspraak: 17 juli 2026Publicatie: 15 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:BRS.26.000691
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Dublin Verordening
Interstatelijk Vertrouwensbeginsel
Aida Rapport
Belgie Asielopvang
Dublinclaimanten

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluiten van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Kern van de zaak

Moldavische asielzoekers (gezin met minderjarige kinderen) vroegen een verblijfsvergunning asiel aan in Nederland, maar de minister weigerde de aanvraag in behandeling te nemen omdat België op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. De rechtbank oordeelde dat de minister het interstatelijk vertrouwensbeginsel onvoldoende had gemotiveerd vanwege vermeende systematische uitsluiting van opvang in België.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep van de minister gegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag; de beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard. De doorslaggevende reden is dat de rechtbank ten onrechte uit het AIDA-rapport heeft afgeleid dat gezinnen met minderjarige kinderen met een opvolgende asielaanvraag systematisch van opvang worden uitgesloten in België.

58van 100

Impactscore

Hoog

De uitspraak heeft expliciete precedentwerking voor Dublin-zaken met betrekking tot België en stelt grenzen aan de bewijskracht van AIDA-rapporten, wat van belang is voor een grote groep asielzoekers en de praktijk van de IND; de Raad van State is de hoogste bestuursrechter op dit terrein.

Belangrijkste punten

  • 1België is op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvragen van de Moldavische betrokkenen.
  • 2De overdrachtstermijn aan België was verstreken, maar de minister had nog belang bij het hoger beroep vanwege precedentwerking van de rechtbankuitspraak.
  • 3De rechtbank oordeelde ten onrechte dat het AIDA-rapport (Country Report Belgium 2024 update) aantoont dat gezinnen met minderjarige kinderen systematisch van opvang zijn uitgesloten.
  • 4De RvS verwerpt ook de conclusie van de rechtbank dat alle asielzoekers in België geen toegang hebben tot effectieve rechtsbescherming op basis van de eerder aangehaalde Afdelingsuitspraak.
  • 5Op de zaak is het recht van toepassing dat gold vóór 12 juni 2026, wat de temporele reikwijdte van de beoordeling begrenst.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt de grenzen van het gebruik van AIDA-landenrapporten als bewijs voor het weerleggen van het interstatelijk vertrouwensbeginsel bij Dublin-overdrachten naar België, en bevestigt dat niet zomaar categoriale conclusies mogen worden getrokken voor specifieke subgroepen. Dit heeft precedentwerking voor vergelijkbare Dublin-zaken met betrekking tot België.

Praktische impact

Voor de betrokken Moldavische asielzoekers betekent de uitspraak dat hun beroepen niet-ontvankelijk zijn verklaard en overdracht aan België in beginsel kon plaatsvinden; voor andere asielzoekers in vergelijkbare Dublin-situaties wordt de drempel verhoogd om het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België succesvol te bestrijden.

Onderwerp-impact

In asiel- en vreemdelingenrechtelijke procedures rondom Dublin-overdrachten naar België wordt het gebruik van algemene landenrapporten als AIDA begrensd: rechters mogen daaruit geen vergaande categoriale conclusies trekken zonder specifieke onderbouwing voor de betreffende subgroep.

Samenvatting

Deze zaak betreft een Moldaviërs gezin dat in Nederland asiel aanvroeg, maar wier aanvraag de minister niet in behandeling nam omdat België op grond van de Dublinverordening als verantwoordelijke lidstaat was aangewezen. De rechtbank Den Haag (zittingsplaats Middelburg) had geoordeeld dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom hij in dit geval mocht vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens België. De rechtbank baseerde zich daarbij op het AIDA-rapport 'Country Report: Belgium (2024 update)' van juni 2025, waaruit zij afleide dat Dublinclaimanten met een opvolgende aanvraag – waaronder gezinnen met minderjarige kinderen – vrijwel systematisch van opvang worden uitgesloten. Bovendien concludeerde de rechtbank op basis van een eerdere Afdelingsuitspraak dat asielzoekers in België geen toegang hebben tot effectieve rechtsbescherming om over opvang te klagen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt de rechtbank hierin niet. Zij oordeelt dat de rechtbank ten onrechte uit het AIDA-rapport heeft geconcludeerd dat gezinnen met minderjarige kinderen in de categorie Dublinclaimanten met een opvolgende aanvraag systematisch van opvang zijn uitgesloten. Een dergelijke vergaande categoriale conclusie kan niet zonder meer uit het rapport worden getrokken. Daarmee heeft de rechtbank het interstatelijk vertrouwensbeginsel onvoldoende zwaar gewogen. Hoewel de overdrachtstermijn aan België inmiddels was verstreken, erkende de Afdeling het belang van de minister bij het hoger beroep vanwege de precedentwerking van de rechtbankuitspraak. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen worden alsnog niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak verduidelijkt de bewijsstandaard voor het weerleggen van het interstatelijk vertrouwensbeginsel in Dublin-zaken met betrekking tot België en beperkt de reikwijdte van AIDA-rapporten als bewijs voor systematische schendingen voor specifieke subgroepen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 22 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4286Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4286, Raad van State, 22-07-2026, 202504375/1/R2

Raad van State22 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4268Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4268, Raad van State, 22-07-2026, 202407951/1/R2

Raad van State22 jul 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4282Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4282, Raad van State, 22-07-2026, 202500140/1/R4

Raad van State22 jul 2026OverheidVergunningen
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4270Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4270, Raad van State, 22-07-2026, 202402337/1/R3

Raad van State22 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen