JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4133Laag28/100

Raad van State wijst hoger beroep toeslagengedupeerden af

ECLI:NL:RVS:2026:4133, Raad van State, 15-07-2026, 202501509/1/A2

Raad van StateUitspraak: 15 juli 2026Publicatie: 15 juli 2026
Procedure:Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Zaaknummer:202501509/1/A2
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Arbeidsrelaties
Overheid
Transport
Peildatum
Toeslagenaffaire
Opeisbaarheid
Wet Hersteloperatie Toeslagen
Pensioenpremies

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 13 februari 2023 heeft de minister van Financiën een aanvraag van [appellanten] om overname van een private schuld afgewezen. [appellanten] zijn erkende gedupeerden van de toeslagenaffaire. Zij hebben de minister verzocht om overname van een schuld van € 97.001,00 aan Pensioenfonds Vervoer. Dit bedrag is samengesteld uit premienota’s over de pensioenpremies die niet zijn afgedragen door de eenmanszaak van [appellant A] [bedrijf], een koeriersbedrijf. De minister heeft de aanvraag om overname van de schuld afgewezen op de grond dat de schuld niet opeisbaar is geworden vóór 1 juni 2021 en daardoor niet aan het in artikel 4.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wht genoemde vereiste voldoet. Een aantal premienota’s dateert weliswaar van 26 mei 2021, maar die hebben als vervaldatum 9 juni 2021. De schuld is volgens de minister pas opeisbaar na verloop van de vervaldatum. De andere premienota’s dateren van na 1 juni 2021.

Kern van de zaak

Erkende gedupeerden van de toeslagenaffaire verzochten de minister om overname van een schuld van ruim €97.000 aan Pensioenfonds Vervoer wegens niet-afgedragen pensioenpremies. De minister wees de aanvraag af omdat de schuld pas na 1 juni 2021 opeisbaar werd, de wettelijke grens van de Wet hersteloperatie toeslagen. Appellanten gingen hiertegen in beroep.

Beslissing van de rechter

De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Doorslaggevend is dat de vervaldata van alle premienota's na 1 juni 2021 liggen en de schuld dus niet tijdig opeisbaar was in de zin van artikel 4.1 lid 2 Wht; het wettelijk verplichte karakter van de pensioenpremies maakt dit niet anders.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past een bestaande wettelijke bepaling strikt toe op een individueel geval en introduceert geen nieuwe rechtsregels; de uitkomst is in lijn met eerdere toepassing van de Wht-peildatum.

Belangrijkste punten

  • 1Artikel 4.1 lid 2 Wht vereist dat private schulden vóór 1 juni 2021 opeisbaar waren voor overname door de minister.
  • 2Een premienota gedateerd 26 mei 2021 heeft een vervaldatum van 9 juni 2021; opeisbaarheid treedt pas in na het verstrijken van die vervaldatum.
  • 3De overige premienota's dateren geheel van na 1 juni 2021 en komen al om die reden niet in aanmerking.
  • 4Het wettelijk verplichte karakter van pensioenpremieafdracht leidt niet tot een eerdere opeisbaarheid; het Uitvoeringsreglement Pensioenfonds Vervoer bepaalt dat betaling plaatsvindt binnen 14 dagen na ontvangst van de nota.
  • 5De uitspraak bevestigt een strikte, temporele uitleg van de opeisbaarheidseis in de herstelregelgeving voor toeslagengedupeerden.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat de peildatum van 1 juni 2021 voor opeisbaarheid in de Wht strikt wordt toegepast: factuurdata zijn niet bepalend, maar de contractuele of wettelijke vervaldatum. Dit sluit aan bij een consistente lijn in de uitvoering van hoofdstuk 4 Wht.

Praktische impact

Toeslagengedupeerden met schulden aan pensioenfondsen of andere schuldeisers waarvan de vervaldata na 1 juni 2021 vallen, kunnen deze schulden niet via de Wht laten overnemen, ook al zijn de onderliggende verplichtingen ouder of wettelijk verplicht.

Onderwerp-impact

Voor gedupeerden in de transportsector met openstaande pensioenpremies bij Pensioenfonds Vervoer biedt de Wht-herstelregeling geen soelaas wanneer de nota's formeel pas na de peildatum opeisbaar werden.

Samenvatting

Deze zaak betreft een hoger beroep bij de Raad van State over de weigering van de minister om een schuld van ruim €97.000 aan Pensioenfonds Vervoer over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Appellanten zijn erkende gedupeerden van de toeslagenaffaire. Hun eenmanszaak, een koeriersbedrijf, had pensioenpremies niet afgedragen, waardoor een schuld ontstond bestaande uit meerdere premienota's. De minister wees de aanvraag af omdat niet aan het wettelijk vereiste was voldaan dat de schuld vóór 1 juni 2021 opeisbaar moest zijn. De nota's die dateerden van 26 mei 2021 hadden een vervaldatum van 9 juni 2021; de overige nota's stamden geheel van na die peildatum. De rechtbank bevestigde dit oordeel en overwoog dat het wettelijk verplichte karakter van de pensioendeelname niet meebrengt dat de schuld eerder opeisbaar werd. Het Uitvoeringsreglement Pensioenfonds Vervoer bepaalt immers dat een werkgever de premie betaalt binnen veertien dagen na ontvangst van de nota, zodat opeisbaarheid pas intreedt na het verstrijken van die termijn. De Raad van State sluit zich aan bij dit oordeel. De kern van de beslissing is de strikte toepassing van de temporele voorwaarde uit artikel 4.1 lid 2 aanhef en onder b Wht: niet de datum van de nota, maar de contractuele of reglementaire vervaldatum bepaalt wanneer een schuld opeisbaar wordt. Nu alle vervaldata na 1 juni 2021 vallen, voldoet de schuld niet aan de wettelijke vereisten voor overname. De uitspraak heeft beperkte precedentwerking maar verduidelijkt wel dat schuldeisers en gedupeerden zich niet kunnen beroepen op de aard of verplichte status van de onderliggende prestatie om de peildatum te omzeilen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 2 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:HR:2026:1437Richtinggevend
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:HR:2026:1437, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/02858

Hoge Raad11 sep 2026OverheidZorg
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1444Hoog
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:HR:2026:1444, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/02787

Hoge Raad11 sep 2026ZorgHandhaving
62/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied