RvS beoordeelt omgevingsvergunning afvalverwerkingsbedrijf Brunssum
ECLI:NL:RVS:2026:4130, Raad van State, 15-07-2026, 202200049/1/R4
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 1 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Brunssum aan [partij] een omgevingsvergunning verleend op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor de uitbreiding van de inpandige opslag van kunststoffen op het perceel [locatie] 1] in Brunssum. Ten tijde van de besluitvorming exploiteerde tpD Recycling B.V. op het perceel [locatie 1] een afvalverwerkingsbedrijf voor de verwerking van kunststoffen. De locatie [locatie 1] vormde ten tijde van het nemen van het besluit van 1 augustus 2019 samen met de locaties [locatie 2] en [locatie] 3] - [locatie 4] in Brunssum één inrichting in de zin van de Wet milieubeheer (Wm) waartoe ook één of meer IPPC-installaties behoren. [partij] is eigenaar van die percelen. [partij] beschikte destijds over een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, voor een inrichting voor de op- en overslag en het bewerken van een groot scala aan afvalstoffen op die locaties. De Actiegroep bestaat uit omwonenden die al vele jaren overlast ervaren van de activiteiten die tpD Recycling B.V. ontplooide op het perceel [locatie 1]. Zij hadden onder meer overlast van vliegen, ander ongedierte, stank, lozingen en nachtelijk getril en geluid.
Kern van de zaak
tpD Recycling B.V. vroeg in 2018 een omgevingsvergunning aan voor uitbreiding van inpandige opslag van kunststoffen in Brunssum. Omwonenden (de Actiegroep) klaagden al jaren over overlast van vliegen, stank, lozingen en nachtelijk geluid en verzetten zich tegen de vergunningverlening. Het college van B&W verleende en trok diverse besluiten in, wat leidde tot een langlopende juridische procedure.
Beslissing van de rechter
De uitspraaktekst is onvolledig aangeleverd, waardoor de eindbeslissing van de Raad van State niet volledig kan worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare tekst is duidelijk dat het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet van toepassing is (Wabo-regime, aanvraag van 26 oktober 2018) en dat het intrekkingsbesluit van 1 oktober 2019 centraal staat in de beoordeling.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een casuïstische toepassing van bekende overgangsrechtelijke en omgevingsrechtelijke regels zonder fundamentele nieuwe rechtsontwikkeling; de impact is vooral lokaal en branchegericht. De onvolledige tekst verhoogt de onzekerheid over de werkelijke beslissing en reikwijdte.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht: omdat de aanvraag vóór 1 januari 2024 is ingediend, blijft de Wabo (oud recht) van toepassing tot onherroepelijkheid van het besluit.
- 2De inrichting van tpD Recycling B.V. omvatte meerdere locaties in Brunssum en kwalificeerde als één inrichting met IPPC-installaties onder de Wet milieubeheer.
- 3Het college introk op 1 oktober 2019 een eerder vergunningsbesluit, mede na een schorsing door de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg.
- 4Vergunningvoorschrift 1.3 bevat concrete eisen ter voorkoming van vliegenoverlast, waaronder een verplicht ongedierte-/plaagdierbeheersplan.
- 5De Actiegroep van omwonenden speelt een actieve rol als belanghebbende partij vanwege jarenlange overlastervaring.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet voor vóór 2024 ingediende aanvragen, wat relevant is voor alle lopende Wabo-procedures. De beoordeling van IPPC-inrichtingen met meerdere locaties als één inrichting is juridisch relevant voor de reikwijdte van omgevingsvergunningen.
Praktische impact
Voor omwonenden van het afvalverwerkingsbedrijf betekent de procedure dat handhaving van voorschriften (zoals het plaagdierbeheersplan) afdwingbaar is via de vergunningvoorwaarden. Voor het bedrijf brengt de uitspraak duidelijkheid over de toepasselijke rechtsnormen voor de aangevraagde uitbreiding.
Onderwerp-impact
In de afvalverwerkingssector benadrukt deze zaak het belang van adequate vergunningvoorschriften ter bescherming van de leefomgeving bij IPPC-plichtige inrichtingen, en de mogelijkheid voor omwonenden om via de bestuursrechter naleving af te dwingen.
Samenvatting
Deze zaak bij de Raad van State draait om een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van inpandige kunststofopslag door tpD Recycling B.V. op het perceel [locatie 1] in Brunssum. De aanvraag werd ingediend op 26 oktober 2018 door [partij], eigenaar van meerdere percelen die samen één inrichting vormen in de zin van de Wet milieubeheer, inclusief één of meer IPPC-installaties. Een actiegroep van omwonenden — die al jarenlang overlast ervoer van vliegen, ander ongedierte, stank, lozingen en nachtelijk getril en geluid — tekende bezwaar aan tegen de vergunningverlening. De centrale juridische vraag betreft allereerst het toepasselijke recht: omdat de aanvraag is ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, bepaalt artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet dat de Wabo (zoals die gold vóór die datum) van toepassing blijft gedurende de gehele procedure tot onherroepelijkheid van het besluit. Dit overgangsrechtelijk kader is door de Raad van State vastgesteld als uitgangspunt. In de procedure speelde ook het intrekkingsbesluit van 1 oktober 2019 een prominente rol. Na een eerder vergunningsbesluit van 30 april 2019 en een schorsing door de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, trok het college dit besluit in. Als motivering verwees het college naar vergunningvoorschrift 1.3, dat concrete eisen stelt aan de beheersing van vliegenoverlast, waaronder de verplichting tot een ongedierte-/plaagdierbeheersplan. De uitspraaktekst is onvolledig aangeleverd, waardoor de definitieve beslissing van de Raad van State niet volledig kan worden weergegeven. Op basis van de beschikbare overwegingen is de zaak juridisch relevant voor de toepassing van het overgangsrecht Omgevingswet en voor de normering van IPPC-inrichtingen met meerdere locaties in het omgevingsrecht.