Haas doden met drijfstok geen overtreding Wet natuurbescherming
ECLI:NL:RVS:2026:4127, Raad van State, 15-07-2026, 202408066/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 30 januari 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek van SAR om handhavend op te treden tegen het doden van een haas met een slagwapen, afgewezen. Op 1 december 2022 heeft SAR een verzoek om handhaving gedaan bij het college op grond van de Wet natuurbescherming. De aanleiding voor het verzoek was een door een getuige gemaakt filmpje van een drijver in een jachtveld. Op het filmpje is te zien hoe de drijver een aangeschoten haas met een drijfstok slaat. De haas was door een jager in het jachtveld aangeschoten. De jager was in de veronderstelling dat de haas dodelijk was getroffen. Op het moment dat de drijver bij een controle constateerde dat de haas nog leefde, heeft hij de haas met een drijfstok gedood. Volgens SAR is het gebruik van een slagwapen in de jacht illegaal en is de zorgplicht van de Wnb geschonden, omdat de haas op deze manier onnodig heeft geleden. Het college heeft het verzoek om handhaving afgewezen. Uit een controlerapport van 12 januari 2023 volgt dat er geen overtreding van de Wnb is geconstateerd. In bezwaar heeft het college het primaire besluit gehandhaafd. SAR is het niet eens met de besluitvorming.
Kern van de zaak
Stichting Animal Rights (SAR) verzocht handhaving na een filmpje waarop een drijver een aangeschoten haas doodde met een drijfstok. SAR stelde dat dit een illegaal slagwapen in de jacht betrof en de zorgplicht van de Wet natuurbescherming schond. Het college wees het verzoek af na een controlerapport zonder geconstateerde overtreding.
Beslissing van de rechter
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank dat er geen sprake was van een overtreding van de Wet natuurbescherming. De doorslaggevende reden is dat de drijfstok niet werd gebruikt om de jacht mee uit te oefenen, maar om een reeds aangeschoten dier te doden, wat op grond van vaste rechtspraak niet als verboden gebruik van een slagwapen in de jacht kwalificeert.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen vaste jurisprudentie en heeft een beperkt toepassingsbereik; zij bevestigt bestaand recht zonder nieuwe normen te stellen voor de bredere jacht- of natuurbeschermingspraktijk.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht: omdat het handhavingsverzoek vóór 1 januari 2024 is ingediend, blijft de oude Wet natuurbescherming van toepassing tot het besluit onherroepelijk is.
- 2Het gebruik van een drijfstok om een aangeschoten haas te doden kwalificeert niet als het uitoefenen van de jacht met een slagwapen.
- 3Het college heeft het handhavingsverzoek terecht afgewezen op basis van een controlerapport waaruit geen overtreding bleek.
- 4De zorgplichtbepaling van de Wnb is niet geschonden nu het dier zo snel mogelijk werd gedood nadat het nog levend werd aangetroffen.
- 5Vaste (kantonrechters)rechtspraak speelt een rol bij de uitleg van het begrip 'uitoefening van de jacht' met slagwapens.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt de grens tussen het uitoefenen van de jacht en het doden van reeds aangeschoten dieren in het kader van de zorgplicht onder de Wet natuurbescherming. Dit bevestigt bestaande rechtspraak over de reikwijdte van het verbod op slagwapens bij de jacht.
Praktische impact
Jagers en drijvers krijgen bevestiging dat het met een drijfstok afmaken van aangeschoten wild niet als illegale jacht wordt aangemerkt, mits het gaat om een noodmaatregel om onnodig lijden te beëindigen.
Onderwerp-impact
Voor handhavingsverzoeken op het gebied van dierenwelzijn in de jacht geldt dat het enkele gebruik van een niet-conventioneel middel om aangeschoten dieren te doden niet automatisch een overtreding van de Wet natuurbescherming oplevert.
Samenvatting
Op 1 december 2022 diende Stichting Animal Rights (SAR) een verzoek in bij het bevoegde college om handhaving op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Aanleiding was een filmpje waarop te zien was hoe een drijver een aangeschoten haas met een drijfstok doodsloeg. De haas was eerder door een jager getroffen, die meende dat het dier al dood was. Toen de drijver bij controle constateerde dat de haas nog leefde, doodde hij het dier met zijn drijfstok. SAR stelde dat het gebruik van een slagwapen bij de jacht verboden is en dat de zorgplicht van de Wnb was geschonden omdat de haas onnodig had geleden. Het college wees het handhavingsverzoek af op basis van een controlerapport van 12 januari 2023, waaruit geen overtreding bleek. In bezwaar en vervolgens bij de rechtbank werd dit standpunt bevestigd. De rechtbank oordeelde dat de drijfstok niet was gebruikt om de jacht uit te oefenen, maar om een al aangeschoten dier te doden, en verwees daarbij naar oude maar vaste rechtspraak. De Raad van State bevestigt dit oordeel. Wat betreft het toepasselijke recht oordeelt de Raad dat, nu het handhavingsverzoek vóór 1 januari 2024 is ingediend, de Wnb zoals die gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet van toepassing blijft op grond van het overgangsrecht in de Aanvullingswet natuur Omgevingswet. Inhoudelijk geldt dat het afmaken van een aangeschoten dier met een drijfstok niet kwalificeert als het uitoefenen van de jacht met een slagwapen in de zin van de Wnb. Het verbod op slagwapens ziet op het actief jagen, niet op het beëindigen van het lijden van reeds aangeschoten wild. Het handhavingsverzoek van SAR wordt dan ook afgewezen en de besluitvorming van het college wordt rechtmatig bevonden.