Ontheffing inburgeringsplicht PTSS-statushouder afgewezen door RvS
ECLI:NL:RVS:2026:4110, Raad van State, 15-07-2026, 202505580/1/V6
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 18 december 2023 heeft de minister van Werk en Participatie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een aanvraag van [appellant] om ontheffing van de inburgeringsplicht (de aanvraag) afgewezen. [appellant] is een 37-jarige man uit Libië. Hij is asielstatushouder en is sinds 2017 inburgeringsplichtig. Wegens zijn psychische problematiek heeft [appellant] om ontheffing van zijn inburgeringsplicht gevraagd. Hij lijdt aan een posttraumatische stressstoornis, heeft depressieve klachten, paniekaanvallen en problemen met concentreren, slapen, sociaal contact, informatieverwerking en omgaan met druk. In het besluit van 18 december 2023 heeft de minister de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] volgens het medisch advies van Argonaut van 13 november 2023 in staat is binnen een termijn van vijf jaar het inburgeringsexamen te halen. In de bezwaarfase heeft de medisch adviseur in zijn aanvullend medisch advies van 2 september 2024 opnieuw geconcludeerd dat [appellant] in staat is binnen een termijn van vijf jaar het inburgeringsexamen te halen.
Kern van de zaak
Een 37-jarige Libische asielstatushouder met PTSS, depressie en paniekaanvallen vroeg ontheffing van zijn inburgeringsplicht. De minister weigerde deze ontheffing op basis van medische adviezen van Argonaut, die concludeerden dat hij binnen vijf jaar het inburgeringsexamen kan behalen. De man ging in beroep en hoger beroep.
Beslissing van de rechter
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de minister de ontheffingsaanvraag mocht afwijzen. Doorslaggevend is dat Argonaut in meerdere medische adviezen inzichtelijk heeft onderbouwd dat appellant, mede door de lopende specialistische behandeling, naar verwachting binnen vijf jaar het inburgeringsexamen kan halen.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen bestaande rechtspraak over medische ontheffingen van de inburgeringsplicht en bevat geen fundamenteel nieuwe rechtsnorm; de uitkomst is sterk casuïstisch bepaald.
Belangrijkste punten
- 1Appellant heeft PTSS, depressieve klachten en paniekaanvallen maar is toch inburgeringsplichtig bevonden
- 2Meerdere medische adviezen van Argonaut (november 2023, september 2024, april 2025) komen steeds tot dezelfde conclusie: inburgering binnen vijf jaar haalbaar
- 3Lopende specialistische behandeling verwacht te leiden tot afname van mentale klachten, wat de conclusie schraagt
- 4Toepasselijk recht is de oude Wet inburgering zoals deze gold vóór 1 januari 2022
- 5Rechtbank en RvS achten het medisch advies van Argonaut voldoende inzichtelijk onderbouwd om op te baseren
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat medische adviezen van ingeschakelde adviseurs als Argonaut een stevige basis vormen voor afwijzing van ontheffingsverzoeken, mits voldoende inzichtelijk onderbouwd. Psychische klachten alleen zijn onvoldoende voor ontheffing als behandeling verwacht leidt tot herstel binnen de vijfjaarstermijn.
Praktische impact
Statushouders met psychische problematiek die ontheffing van de inburgeringsplicht aanvragen, zullen moeten aantonen dat hun klachten ook na behandeling blijvend in de weg staan aan inburgering; een lopende behandeling werkt juist tegen ontheffing.
Onderwerp-impact
Voor de inburgeringspraktijk verduidelijkt dit dat de vijfjaarstermijn en behandelprognoses zwaar wegen bij de beoordeling van medische ontheffingsverzoeken onder de oude Wet inburgering.
Samenvatting
Deze zaak betreft een 37-jarige Libische asielstatushouder die sinds 2017 inburgeringsplichtig is en vanwege ernstige psychische klachten — waaronder PTSS, depressie en paniekaanvallen — ontheffing heeft aangevraagd van zijn inburgeringsplicht op grond van de Wet inburgering (oud, vóór 1 januari 2022). De minister wees de aanvraag af, gebaseerd op meerdere medische adviezen van Argonaut. Deze adviezen — uitgebracht in november 2023, september 2024 en april 2025 — concludeerden steeds dat appellant, ondanks zijn klachten, in staat moet worden geacht binnen vijf jaar het inburgeringsexamen te halen. Argonaut baseerde zich daarbij op algemene behandelrichtlijnen en de omstandigheid dat appellant al een specialistische behandeling had gestart, waardoor een afname van de mentale klachten te verwachten viel. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht op dit advies mocht afgaan, omdat Argonaut inzichtelijk had onderbouwd hoe zij tot haar conclusie was gekomen. Ook op de brief van het Leger des Heils van december 2023 — ingediend namens appellant — is Argonaut in het aanvullend advies van april 2025 ingegaan. De Raad van State bevestigt dit oordeel in hoger beroep. De centrale juridische vraag was of de medische adviezen voldoende draagkrachtig waren om de afwijzing van de ontheffingsaanvraag te schragen. De Raad beantwoordt die vraag bevestigend: de adviezen zijn consistent, herhaaldelijk aangevuld naar aanleiding van door appellant ingebrachte informatie, en voldoende inzichtelijk gemotiveerd. Dat appellant ernstige klachten heeft, is op zichzelf onvoldoende voor ontheffing als een behandelprognose aangeeft dat herstel de inburgering binnen de wettelijke termijn alsnog mogelijk maakt. De uitkomst is teleurstellend voor appellant maar past binnen de vaste lijn dat medische adviezen leidend zijn bij dergelijke ontheffingsverzoeken.