Omgevingsvergunning kerk verleend na akoestisch onderzoek
ECLI:NL:RVS:2026:4109, Raad van State, 15-07-2026, 202407090/1/R4
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 1 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Woerden aan [partij] bekendgemaakt dat de door hem op 11 september 2020 aangevraagde omgevingsvergunning voor het wijzigen van de bestemming van het perceel aan de [locatie] in Woerden van ‘maatschappelijk’ naar ‘wonen’ van rechtswege is verleend. [partij] is eigenaar van de woning op het adres [locatie] in Woerden. De woning is eind jaren ’80 gelijk met het kerkgebouw van de Evangeliegemeente met het adres [locatie] gebouwd. De woning en het kerkgebouw staan tegen elkaar aan en waren via twee tussendeuren met elkaar verbonden. De voorganger van de Evangeliegemeente was samen met zijn gezin na de bouw in de woning gaan wonen. De woning diende als pastorie. [partij] is de zoon van de voorganger. Hij is na het overlijden van zijn vader eigenaar van de woning geworden en bewoont de woning zonder dat hij een functie heeft bij de Evangeliegemeente.
Kern van de zaak
Een partij (vermoedelijk omwonenden) vecht in hoger beroep bij de Raad van State de verlening van een omgevingsvergunning aan voor activiteiten van een Evangeliegemeente. De kern van het geschil betreft de geluidsbelasting van kerkelijke activiteiten op de omgeving. Het akoestisch onderzoek is verricht op basis van websiteinformatie over diensten en bijeenkomsten.
Beslissing van de rechter
Op basis van de beschikbare uitspraaktekst lijkt de Raad van State het hoger beroep ongegrond te verklaren, nu het akoestisch rapport van het adviesbureau deugdelijk is bevonden. Doorslaggevend is dat de later door de Evangeliegemeente verstrekte informatie over activiteiten overeenkwam met de aannames in het rapport, en dat uit het onderzoek volgt dat binnen de grenswaarden van het Activiteitenbesluit gebleven kan worden.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaande jurisprudentie toe over de deugdelijkheid van akoestisch onderzoek en het overgangsrecht van de Omgevingswet, zonder nieuwe rechtsnormen te stellen. De casus is casuïstisch van aard en de beschikbare tekst is bovendien onvolledig.
Belangrijkste punten
- 1Aanvraag omgevingsvergunning dateert van 11 september 2020, waardoor de Wabo (pre-2024) van toepassing blijft op grond van overgangsrecht Omgevingswet.
- 2Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd op basis van websiteinformatie van de Evangeliegemeente bij gebrek aan directe medewerking van de gemeente zelf.
- 3De worst-case aanname van maximaal 250 bezoekers is gehanteerd als uitgangspunt voor het geluidsonderzoek.
- 4Later door de Evangeliegemeente verstrekte informatie bleek overeen te komen met de aannames, zodat het rapport niet hoefde te worden aangepast.
- 5Uit het rapport volgt dat met compenserende maatregelen de grenswaarden van het Activiteitenbesluit milieubeheer gehaald kunnen worden en een goed woon- en leefklimaat realiseerbaar is.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een akoestisch onderzoek rechtsgeldig op basis van openbaar beschikbare informatie (website) mag worden opgesteld wanneer de vergunninghouder geen medewerking verleent, mits de later verstrekte informatie de aannames bevestigt. Dit betreft toepassing van de Wabo en het Activiteitenbesluit milieubeheer onder het overgangsrecht van de Omgevingswet.
Praktische impact
Omwonenden die bezwaar maken tegen een omgevingsvergunning voor een kerkgebouw kunnen niet succesvol aanvoeren dat het akoestisch rapport ondeugdelijk is, indien de gehanteerde aannames later door de aanvrager worden bevestigd. Voor kerken en religieuze gemeenten geldt dat het niet tijdig verstrekken van representatieve bedrijfsinformatie niet ten nadele van de vergunningverlening hoeft te werken.
Onderwerp-impact
Bij vergunningverlening voor religieuze instellingen in woonwijken wordt bevestigd dat het worst-case scenario als methodologisch uitgangspunt voor geluidsonderzoek aanvaardbaar is, hetgeen de rechtszekerheid voor zowel aanvragers als omwonenden vergroot.
Samenvatting
Deze uitspraak van de Raad van State van 15 juli 2026 betreft een hoger beroepsprocedure over de verlening van een omgevingsvergunning voor de activiteiten van een Evangeliegemeente. De aanvraag voor de omgevingsvergunning werd ingediend op 11 september 2020, waardoor op grond van het overgangsrecht van de Omgevingswet de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in de versie van vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft. Centraal in de procedure staat een akoestisch rapport dat op verzoek van een derde partij (vermoedelijk de gemeente of een omwonende) is opgesteld door een adviesbureau. Omdat de Evangeliegemeente herhaaldelijk weigerde informatie te verstrekken over haar representatieve bedrijfssituatie, heeft het adviesbureau zich gebaseerd op de informatie die beschikbaar was op de website van de gemeente: godsdienstige vieringen op de eerste vrijdag van de maand van 19:00 tot 22:00 uur en op andere zaterdagen van 11:00 tot 13:30 uur. Aanvullend is uitgegaan van een worst-case scenario met een maximale bezetting van 250 personen. Nadat het rapport was opgesteld, verstrekte de Evangeliegemeente alsnog informatie over haar activiteiten. De Raad van State stelt vast dat deze informatie inhoudelijk overeenkwam met de aannames die het adviesbureau reeds had gehanteerd, zodat er geen aanleiding bestond het rapport aan te passen. Uit het rapport volgt voorts dat met compenserende maatregelen de grenswaarden van het Activiteitenbesluit milieubeheer gerespecteerd kunnen worden en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat realiseerbaar is. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt op basis hiervan dat het akoestisch rapport als deugdelijke grondslag voor de vergunningverlening kan dienen. De uitspraak bevestigt dat het gebruik van openbare informatie bij gebrek aan medewerking van de aanvrager methodologisch aanvaardbaar is, mits de aannames later worden bevestigd.