Beroep tegen bestemmingsplan voedselbos Echt ongegrond
ECLI:NL:RVS:2026:4071, Raad van State, 22-07-2026, 202503359/1/R1 en 202503359/2/R1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 17 april 2025 heeft de raad van de gemeente Echt-Susteren het bestemmingsplan "Landgoed De Bongerd" vastgesteld. Het plangebied heeft een oppervlakte van bijna 13 hectare en ligt in het zuiden van Echt, tussen de stedelijke bebouwing van Echt aan de noordzijde en de weg naar Ophoven aan de zuidzijde. Aan de west- en oostzijde grenst het plangebied aan agrarische percelen. De gronden van het plangebied liggen gegroepeerd rond de Molenbeek. [partij] is de initiatiefnemer van het plan. Aanleiding voor het plan is het voornemen van [partij] om de agrarische percelen binnen het plangebied om te vormen naar een nieuw agrarisch landgoed met een zogenoemd voedselbos. De gronden hebben met het plan de enkelbestemmingen "Agrarisch met waarden - Landschapswaarden" en "Agrarisch - Landgoed" gekregen. [verzoeker] pacht gronden ten zuiden van het plangebied. Hij exploiteert daar een agrarisch bedrijf. Tussen het plangebied en de agrarische percelen die [verzoeker] exploiteert, ligt alleen de weg naar Ophoven. Hij vreest voor beperkingen aan zijn agrarische bedrijfsvoering door de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt.
Kern van de zaak
Een partij heeft beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan dat agrarische percelen in Echt omvormt tot een agrarisch landgoed met voedselbos. Het plangebied van bijna 13 hectare ligt ten zuiden van Echt en omvat graslanden, voedselbossen, een boomgaard en bijbehorende bebouwing. De initiatiefnemer wil de gronden herontwikkelen conform het vastgestelde landschapsplan.
Beslissing van de rechter
Het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen. De voorzieningenrechter heeft direct uitspraak gedaan in de hoofdzaak na toestemming van partijen, waarbij het oude recht (Wro) van toepassing is omdat het ontwerpplan vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd.
Impactscore
LaagHet betreft een enkelvoudige uitspraak van een voorzieningenrechter in een specifiek lokaal bestemmingsplangeschil zonder nieuwe rechtsvragen; de toepassing van het overgangsrecht Omgevingswet is inmiddels standaard en de beslissing heeft geen precedentwerking buiten dit concrete plan.
Belangrijkste punten
- 1Op deze procedure is het recht vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet (dus de Wro) van toepassing, omdat het ontwerpplan op 17 november 2023 ter inzage is gelegd.
- 2Het plangebied van bijna 13 hectare krijgt de bestemmingen 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' en 'Agrarisch - Landgoed'.
- 3Het gebruik van de gronden is conditioneel: landschappelijke inpassing moet binnen drie jaar na onherroepelijkheid zijn gerealiseerd en duurzaam in stand worden gehouden.
- 4Het plan voorziet in een voedselbos, boomgaard, wandelpaden, bedrijfswoning, schuur en kas voor agrarische activiteiten.
- 5Partijen hebben toestemming gegeven voor directe uitspraak in de hoofdzaak, waardoor de procedure gecombineerd is behandeld.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet: bestemmingsplannen waarvan het ontwerp vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd, worden volledig beoordeeld onder het oude Wro-regime tot onherroepelijkheid. Dit is een bevestiging van vaste lijn, zonder nieuwe rechtsontwikkeling.
Praktische impact
Het bestemmingsplan voor het agrarisch landgoed met voedselbos in Echt blijft in stand, zodat de initiatiefnemer de herontwikkeling van de agrarische percelen kan voortzetten conform het vastgestelde landschapsplan met de daarin opgenomen voorwaarden.
Onderwerp-impact
Voor projecten op het snijvlak van agrarisch gebruik en natuurontwikkeling (voedselbossen, landgoederen) bevestigt deze uitspraak dat bestemmingsplannen met conditionele gebruiksregels en landschappelijke inpassingsvoorwaarden standhouden als het planproces zorgvuldig is doorlopen.
Samenvatting
Deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betreft een beroep tegen het bestemmingsplan 'Agrarisch Landgoed Echt', vastgesteld door de gemeente Echt-Susteren. Het plangebied van bijna 13 hectare ligt ten zuiden van de kern Echt, langs de Molenbeek, en is bestemd voor de omvorming van agrarische percelen naar een agrarisch landgoed met een zogenoemd voedselbos. Het plan voorziet in voedselbossen, notenakkers, een boomgaard, wandelpaden en beperkte agrarische bebouwing (bedrijfswoning, schuur en kas). De gronden hebben de bestemmingen 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' en 'Agrarisch - Landgoed' gekregen. Gebruik van de gronden is alleen toegestaan indien de landschappelijke inpassing uit bijlage 1 van de planregels binnen drie jaar na onherroepelijkheid van het plan is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. Een belanghebbende partij heeft beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Partijen hebben gezamenlijk toestemming gegeven om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak, waardoor beroep en voorlopige voorziening gecombineerd zijn behandeld. Een eerste rechtsvraag betrof het toepasselijke recht: nu de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking is getreden, maar het ontwerpplan al op 17 november 2023 ter inzage is gelegd, bepaalt artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet dat het oude recht (de Wet ruimtelijke ordening) van toepassing blijft tot het plan onherroepelijk is. De voorzieningenrechter heeft het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Het bestemmingsplan blijft daarmee in stand en de initiatiefnemer kan de realisatie van het agrarisch landgoed met voedselbos ter hand nemen, met inachtneming van de gestelde landschappelijke inpassingsvoorwaarden.