Uitzetting vreemdeling geschorst hangende hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2026:4031, Raad van State, 14-07-2026, BRS.26.003077
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 3 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Kern van de zaak
Een vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het hoger beroep is beslist, tevens verzoekt hij om opvang en verstrekkingen.
Beslissing van de rechter
De voorzieningenrechter van de Raad van State wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe: de vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van € 934,00. Doorslaggevend is dat de aangevoerde gronden aanleiding geven tot het treffen van een voorlopige voorziening conform vaste jurisprudentie (RvS 20 februari 2019).
Impactscore
LaagHet betreft een procedurale tussenbeslissing (voorlopige voorziening) die de vaste jurisprudentie volgt en geen nieuwe rechtsvragen beantwoordt; de maatschappelijke en juridische reikwijdte is beperkt tot de individuele zaak.
Belangrijkste punten
- 1Voorlopige voorziening toegewezen: uitzetting opgeschort hangende hoger beroep
- 2Verzoek om opvang en verstrekkingen is mede ingediend maar de beslissing beperkt zich tot schorsing van uitzetting
- 3Toetsing conform vaste RvS-lijn (ECLI:NL:RVS:2019:457) voor voorlopige voorzieningen in vreemdelingenzaken
- 4Minister van Asiel en Migratie veroordeeld in proceskosten ad € 934,00 (beroepsmatige rechtsbijstand)
- 5Uitspraak is voorlopig van aard; inhoudelijke beoordeling volgt in de hoofdzaak (hoger beroep)
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de bestaande praktijk dat de Raad van State uitzetting schorst wanneer een vreemdeling hoger beroep instelt en voldoende gronden aanvoert, conform de vaste jurisprudentielijn van februari 2019. Er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld.
Praktische impact
De vreemdeling kan niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt, waardoor hij feitelijke bescherming geniet totdat de Afdeling inhoudelijk heeft beslist. De minister draagt de proceskosten.
Onderwerp-impact
In vreemdelingenzaken biedt een tijdig ingediend verzoek om voorlopige voorziening effectief bescherming tegen uitzetting hangende de procedure, mits voldoende gronden worden aangevoerd.
Samenvatting
In deze zaak heeft een vreemdeling hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie en tegelijkertijd de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om een voorlopige voorziening. Concreet vroeg hij om schorsing van zijn uitzetting totdat op het hoger beroep is beslist, alsmede om opvang en verstrekkingen gedurende die periode. De voorzieningenrechter heeft het verzoek gehonoreerd voor zover het de uitzetting betreft. Op grond van wat door verzoeker is aangevoerd en met verwijzing naar de vaste jurisprudentielijn van de Afdeling (uitspraak van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457) acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening gerechtvaardigd. De beslissing houdt in dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat de Afdeling in de hoofdzaak (het hoger beroep) een definitieve uitspraak heeft gedaan. De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten ten bedrage van € 934,00, volledig toe te rekenen aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is puur procedureel van aard: de voorzieningenrechter beoordeelt uitsluitend of er aanleiding is om de status quo te bewaren totdat de inhoudelijke geschilpunten in het hoger beroep worden behandeld. Er worden geen nieuwe rechtsnormen geformuleerd; de beslissing volgt de gevestigde praktijk in vreemdelingenzaken. De inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep — en daarmee de definitieve rechtspositie van verzoeker — staat nog open. De praktische betekenis is echter wezenlijk: zolang de procedure loopt, is de vreemdeling beschermd tegen gedwongen vertrek.