Hoger beroep vreemdelingenbewaring ongegrond verklaard
ECLI:NL:RVS:2026:4008, Raad van State, 13-07-2026, BRS.26.002875
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 11 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.
Kern van de zaak
Een vreemdeling, bijgestaan door advocaat mr. H.J.M. Nijholt, stelde hoger beroep in tegen een rechtbankuitspraak die zijn bewaring rechtmatig had geoordeeld. De zaak betreft een vreemdelingrechtelijke bewaring waarbij de rechtmatigheid daarvan ter discussie staat.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De Afdeling overneemt de motivering van de rechtbank en ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten; de hogerberoepsgronden bevatten geen vragen die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een routinematige bevestiging van een rechtbankuitspraak via verkorte afdoening zonder nieuwe rechtsvragen. De relevantie is beperkt tot de individuele zaak.
Belangrijkste punten
- 1Toepassing van artikel 91 lid 2 Vw 2000: verkorte afdoening omdat geen principiële rechtsvragen spelen
- 2De Afdeling neemt de motivering van de rechtbank integraal over zonder nadere zelfstandige motivering
- 3Ambtshalve toetsing van de bewaring levert geen reden op om deze onrechtmatig te achten
- 4Verwijzing naar HvJ EU 24 maart 2026 (Remling, ECLI:EU:C:2026:243): geen Unierechtelijke uitlegvragen aan de orde
- 5Geen proceskostenveroordeling ten laste van de minister
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak past de standaard verkorte afdoeningsprocedure van artikel 91 lid 2 Vw 2000 toe en bevestigt het kader uit het recente Remling-arrest van het HvJ EU voor de beoordeling of Unierechtelijke vragen om nadere beantwoording vragen. De uitspraak voegt geen nieuw recht toe.
Praktische impact
De vreemdeling blijft in bewaring en krijgt geen proceskostenvergoeding. De hoger beroepsprocedure levert hem geen rechtsbescherming op omdat de hogerberoepsgronden onvoldoende gewicht hebben voor een inhoudelijke behandeling.
Onderwerp-impact
Binnen het vreemdelingenrecht bevestigt deze uitspraak de praktijk van verkorte afdoening van bewaringszaken; dit biedt weinig ruimte voor individuele toetsing in appel tenzij principiële vragen worden opgeworpen.
Samenvatting
In deze vreemdelingrechtelijke zaak stelde een vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.J.M. Nijholt, hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen een uitspraak van de rechtbank die zijn vreemdelingenbewaring rechtmatig had geoordeeld. De centrale vraag was of de bewaring in strijd was met het recht en of de rechtbank tot het juiste oordeel was gekomen. De Afdeling beantwoordt deze vraag ontkennend. Op grond van artikel 91 lid 2 van de Vreemdelingenwet 2000 wordt het hoger beroep zonder nadere motivering afgedaan, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden. De Afdeling overweegt tevens – met verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 24 maart 2026 in de zaak Remling (ECLI:EU:C:2026:243) – dat er ook geen vragen over de uitleg of geldigheid van Unierecht aan de orde zijn die een inhoudelijkere behandeling rechtvaardigen. Daarnaast heeft de Afdeling ambtshalve beoordeeld of er redenen zijn om de bewaring alsnog onrechtmatig te achten. Die redenen zijn niet gevonden. De uitspraak van de rechtbank wordt dan ook integraal bevestigd, waarbij de motivering van de rechtbank onder rechtsoverweging 2.1 volledig wordt overgenomen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en heeft geen precedentwerking. Het betreft een standaardtoepassing van de verkorte afdoeningsprocedure in bewaringszaken, waarbij de drempel voor inhoudelijke behandeling in hoger beroep bewust hoog is gelegd om de rechtspraak hanteerbaar te houden.