JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:3965Laag28/100

Alcoholvergunning vergund ondanks bezwaar buurvrouw congresgebouw Utrecht

ECLI:NL:RVS:2026:3965, Raad van State, 08-07-2026, 202505244/1/A3

Raad van StateUitspraak: 8 juli 2026Publicatie: 8 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202505244/1/A3
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Exploitatievergunning
Horeca
Alcoholvergunning
Omwonenden
Alcoholwet

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 7 februari 2023 heeft de burgemeester van Utrecht aan De Stadstuin Events B.V. (de vergunninghouder) een alcoholvergunning verleend. De burgemeester heeft aan de vergunninghouder een alcoholvergunning verleend voor additionele horeca bij Congresgebouw De Vereeniging in proeflokaal de Dom, gevestigd op de Mariaplaats 14 in Utrecht. [appellante] woont vlak naast dit congresgebouw. Zij heeft bezwaar gemaakt tegen de vergunningverlening. Volgens [appellante] zag de aanvraag ook op een exploitatievergunning, en had de burgemeester daarop moeten beslissen. De burgemeester heeft het besluit van 7 februari 2023 gedeeltelijk herroepen, maar voor wat betreft het door [appellante] bestreden onderdeel in stand gelaten. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de aanvraag van de vergunninghouder niet ook zag op een exploitatievergunning. Ter onderbouwing daarvan heeft zij zes bewijsstukken overgelegd, waaruit volgens haar blijkt dat de vergunninghouder een exploitatievergunning heeft aangevraagd. De burgemeester had op grond van artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht dan ook moeten beslissen op deze aanvraag en deze moeten afwijzen.

Kern van de zaak

De buurvrouw van Congresgebouw De Vereeniging in Utrecht maakt bezwaar tegen een aan de vergunninghouder verleende alcoholvergunning voor proeflokaal de Dom. Zij betoogt dat de aanvraag ook een exploitatievergunning omvatte en dat de burgemeester daarop had moeten beslissen. Zowel in bezwaar als bij de rechtbank wordt zij in het ongelijk gesteld.

Beslissing van de rechter

De Raad van State behandelt het hoger beroep van appellante tegen de ongegrondverklaring door de rechtbank. De rechtbank oordeelde terecht dat de aanvraag uitsluitend zag op een alcoholvergunning en dat bezwaargronden over overlast, bestemmingsplan en de exploitatievergunning buiten de reikwijdte van de Alcoholwet vallen en de weigering van de alcoholvergunning niet kunnen dragen.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past binnen bestendige jurisprudentie over de beperkte toetsingsruimte bij de Alcoholwet en heeft geen vernieuwend karakter; de praktische betekenis is beperkt tot de directe betrokkenen en soortgelijke lokale horecakwesties.

Belangrijkste punten

  • 1De aanvraag betrof uitsluitend een alcoholvergunning op grond van de Alcoholwet, niet tevens een exploitatievergunning.
  • 2Weigeringsgronden voor een alcoholvergunning zijn limitatief bepaald in de Alcoholwet; overlast en bestemmingsplan vallen daar niet onder.
  • 3Bezwaren over het ontbreken van een exploitatievergunning dienen via een handhavingsverzoek te worden ingediend, niet in de alcoholvergunningsprocedure.
  • 4Appellante overlegt in hoger beroep zes bewijsstukken ter onderbouwing van haar stelling dat ook een exploitatievergunning was aangevraagd.
  • 5De burgemeester heeft niet onzorgvuldig gehandeld in de vergunningverleningsprocedure.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat de toetsing van een alcoholvergunning strikt beperkt blijft tot de weigeringsgronden van de Alcoholwet, en dat aanpalende kwesties zoals exploitatievergunningen en bestemmingsplanconformiteit via separate procedures moeten worden aangevochten. Dit begrenst de processtrategie van omwonenden bij horeca-vergunningverlening.

Praktische impact

Omwonenden die bezwaar maken tegen horecavergunningen kunnen overlastklachten en gebreken in andere vereiste vergunningen niet inbrengen in een alcoholvergunningsprocedure; zij zijn aangewezen op handhavingsverzoeken of aparte rechtsmiddelen.

Onderwerp-impact

Voor de horecasector en overheidsvergunningverlening bevestigt deze uitspraak de sectorale afbakening van vergunningstelsels: iedere vergunning kent een eigen toetsingskader en procedure.

Samenvatting

Deze zaak betreft een hoger beroep bij de Raad van State van een buurvrouw van Congresgebouw De Vereeniging aan de Mariaplaats 14 in Utrecht. De burgemeester van Utrecht verleende aan de vergunninghouder een alcoholvergunning op grond van de Alcoholwet voor het proeflokaal de Dom bij het congresgebouw. Appellante, die direct naast het pand woont, maakte bezwaar en stelde dat de aanvraag ook betrekking had op een exploitatievergunning, waarop de burgemeester had moeten beslissen. Verder voerde zij aan dat de horeca-exploitatie in strijd is met het bestemmingsplan, overlast veroorzaakt en plaatsvindt zonder de vereiste exploitatievergunning. De burgemeester herriep het oorspronkelijke besluit gedeeltelijk, maar liet het bestreden onderdeel in stand. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de aanvraag uitsluitend zag op een alcoholvergunning. De beroepsgronden over overlast, bestemmingsplan en de exploitatievergunning hielden geen verband met de weigeringsgronden van de Alcoholwet en konden daarom niet leiden tot weigering van de alcoholvergunning. Voor zover appellante meende dat een exploitatievergunning ontbrak, had zij een handhavingsverzoek moeten indienen. In hoger beroep handhaaft appellante haar standpunt en overlegt zij zes bewijsstukken ter onderbouwing van de stelling dat ook een exploitatievergunning was aangevraagd. De Raad van State buigt zich over de vraag of de rechtbank dit standpunt terecht heeft verworpen. De centrale juridische vraag is of de reikwijdte van de aanvraag mede een exploitatievergunning omvatte, en of de overige bezwaargronden in het kader van de Alcoholwet relevant zijn. De uitspraak bevestigt de strikte sectorale afbakening van vergunningstelsels en de beperkte toetsingsruimte bij alcoholvergunningen, wat omwonenden dwingt afzonderlijke rechtsmiddelen in te zetten voor elk vergunningsstelsel.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 16 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:RBGEL:2026:5525Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RBGEL:2026:5525, Rechtbank Gelderland, 13-07-2026, AWB-25_4431 e.a.

Rechtbank Gelderland13 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied