Raad van State vernietigt Bibob-weigering hostelvergunning Utrecht
ECLI:NL:RVS:2026:3925, Raad van State, 15-07-2026, 202305234/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 20 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtde aanvraag van Sam Companies om een omgevingsvergunning afgewezen. Sam Companies exploiteert het Stone Hostel Utrecht, dat is gelegen op de eerste en tweede verdieping van het pand aan de Biltstraat 31 in Utrecht. De begane grond van het pand heeft het adres Biltstraat 29. Sam Companies heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om het hostel uit te breiden naar de begane grond en om het restaurant te verkleinen. Het college heeft op grond van artikel 2.20, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang gelezen met artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob), geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen. Het college stelt zich op basis van een advies van het Landelijk Bureau Bibob van 7 december 2020 op het standpunt dat er een ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet Bibob.
Kern van de zaak
Sam Companies exploiteert het Stone Hostel Utrecht en vroeg een omgevingsvergunning aan voor uitbreiding naar de begane grond. Het college van B&W Utrecht weigerde de vergunning op basis van een Bibob-advies wegens ernstig gevaar voor misbruik. Sam Companies ging in beroep tegen deze weigering.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep van rechtswege tegen het besluit van 18 augustus 2023 gegrond en vernietigt dit besluit. De doorslaggevende reden is dat het college het Bibob-advies niet aan de besluitvorming ten grondslag mocht leggen en het besluit berustte op een ontoereikende motivering en onvoldoende onderzoek.
Impactscore
MiddelDe uitspraak bevestigt bestaande jurisprudentie over de motiveringseisen bij Bibob-weigeringen en heeft geen nieuwe rechtsontwikkeling tot gevolg, maar is relevant voor de praktijk van vergunningverlening in de horeca- en verblijfssector.
Belangrijkste punten
- 1Het college weigerde de omgevingsvergunning op grond van artikel 2.20 Wabo jo. artikel 3 lid 1 sub b Wet Bibob wegens ernstig gevaar voor misbruik.
- 2De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar vanwege ontoereikende motivering en onvoldoende onderzoek; de Raad van State bevestigt dit oordeel.
- 3Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit op bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard.
- 4Het college wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 2.335,00 aan Sam Companies.
- 5Op de zaak blijft het recht van vóór 1 januari 2024 van toepassing vanwege het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat Bibob-adviezen deugdelijk gemotiveerd en onderbouwd moeten zijn voordat een bestuursorgaan deze aan een vergunningweigering ten grondslag kan leggen. Gebreken in het onderzoek en de motivering van een Bibob-advies leiden tot vernietiging van het weigeringsbesluit.
Praktische impact
Sam Companies krijgt een nieuwe kans op een gemotiveerde beslissing over de uitbreiding van het hostel; het college moet een nieuw besluit op bezwaar nemen met inachtneming van de uitspraak, waarbij alleen beroep bij de Afdeling openstaat.
Onderwerp-impact
Voor de horeca- en verblijfssector verduidelijkt deze uitspraak dat vergunningweigeringen op basis van de Wet Bibob niet lichtvaardig kunnen worden genomen en dat deugdelijk onderzoek een vereiste is.
Samenvatting
Sam Companies exploiteert het Stone Hostel Utrecht op de eerste en tweede verdieping van het pand aan de Biltstraat 31 te Utrecht. Het bedrijf vroeg een omgevingsvergunning aan voor uitbreiding van het hostel naar de begane grond, gecombineerd met verkleining van het restaurant. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht weigerde deze vergunning bij besluit van 20 januari 2021, gebaseerd op een advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB) van 7 december 2020. Het college stelde zich op het standpunt dat er een ernstig gevaar bestond dat de vergunning mede zou worden gebruikt om strafbare feiten te plegen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet Bibob. Na ongegrondverklaring van het bezwaar door het college, stelde Sam Companies beroep in bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond bij uitspraak van 1 juni 2023 en vernietigde het besluit op bezwaar, omdat het college het LBB-advies niet aan de besluitvorming ten grondslag had mogen leggen en het besluit berustte op een ontoereikende motivering en onvoldoende onderzoek. Het college werd opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Het college stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit op bezwaar niet-ontvankelijk is. Het beroep van rechtswege tegen het op 18 augustus 2023 genomen nieuwe besluit wordt echter gegrond verklaard en dat besluit wordt vernietigd. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van Sam Companies ter hoogte van € 2.335,00. Op de zaak is het recht van vóór 1 januari 2024 van toepassing vanwege het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De uitspraak onderstreept dat bestuursorganen Bibob-adviezen slechts aan een vergunningweigering ten grondslag mogen leggen indien het onderliggende onderzoek deugdelijk is en de motivering toereikend.