Beroep tegen tijdelijke arbeidsmigrantenhuisvesting ongegrond verklaard
ECLI:NL:RVS:2026:3809, Raad van State, 01-07-2026, 202404468/1/R1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Zeewolde het bestemmingsplan "Zeewolde - Bosruiterweg 14" vastgesteld. Het plan maakt op het perceel Bosruiterweg 14 de tijdelijke huisvesting van maximaal 1.000 internationale werknemers mogelijk, waarbij voor die huisvesting een maximale verblijfsduur van twaalf maanden geldt. Het plan maakt het mogelijk om binnen het plangebied gebouwen en overkappingen van ten hoogste 3 m te realiseren, al dan niet in combinatie met bijbehorende voorzieningen zoals een receptie en recreatieve en educatieve voorzieningen. Buitenplaats Horsterwold is een park dat bestaat uit recreatiewoningen aan de Bosruiterweg 25‑31. Het park ligt op ongeveer 500 m afstand hemelsbreed ten noordoosten van het plangebied. De vereniging behartigt de belangen van eigenaren van gronden in het park. [appellant B], [appellant A] en [appellant C] zijn eigenaren van woningen in het park. De vereniging en [appellant B], [appellant A] en [appellant C] (de vereniging en anderen) vrezen voor negatieve ruimtelijke gevolgen in de directe omgeving van het park door het plan.
Kern van de zaak
Omwonenden en een recreatieparkvereniging bij Bosruiterweg 14 tekenden beroep aan tegen een bestemmingsplan dat tijdelijke huisvesting van maximaal 1.000 internationale werknemers mogelijk maakt. Het plangebied ligt op circa 500 meter van recreatiepark Buitenplaats Horsterwold. Appellanten vreesden kennelijk hinder of planologische bezwaren door de grootschalige arbeidsmigrantenopvang.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep ongegrond verklaard. De doorslaggevende reden blijkt uit de uitspraak niet volledig, maar de Afdeling heeft kennelijk geoordeeld dat de raad het bestemmingsplan in redelijkheid heeft kunnen vaststellen en dat de aangevoerde beroepsgronden niet slagen. Er worden geen proceskosten vergoed.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen gevestigde jurisprudentie over tijdelijke bestemmingsplannen en het overgangsrecht van de Omgevingswet, en stelt geen nieuwe rechtsregels; de relevantie is vooral lokaal van aard.
Belangrijkste punten
- 1Op de procedure blijft het oude recht (Wet ruimtelijke ordening) van toepassing, omdat het ontwerpplan vóór 1 januari 2024 (nl. op 20 december 2023) ter inzage is gelegd.
- 2Het plan maakt tijdelijke huisvesting van maximaal 1.000 internationale werknemers mogelijk met een maximale verblijfsduur van twaalf maanden per werknemer.
- 3Buiten het bouwvlak mogen maximaal tien gebouwen worden gerealiseerd met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 4.500 m² en een maximale hoogte van 10 m.
- 4Appellanten zijn eigenaren van recreatiewoningen in park Buitenplaats Horsterwold, gelegen op circa 500 meter hemelsbreed van het plangebied.
- 5Het beroep wordt ongegrond verklaard; er vindt geen proceskostenveroordeling plaats.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepasselijkheid van het overgangsrecht bij de Omgevingswet voor bestemmingsplannen waarvan het ontwerp vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd. Gemeenteraden houden ruimte om via bestemmingsplannen grootschalige tijdelijke arbeidsmigrantenhuisvesting planologisch mogelijk te maken.
Praktische impact
De tijdelijke huisvesting van maximaal 1.000 internationale werknemers op Bosruiterweg 14 kan doorgang vinden; omwonenden en de recreatieparkvereniging hebben geen planologische blokkade weten te bewerkstelligen.
Onderwerp-impact
De uitspraak raakt de bredere maatschappelijke discussie over de huisvesting van arbeidsmigranten: gemeenten krijgen bevestigd dat tijdelijke, grootschalige opvanglocaties via het ruimtelijke-ordeningsinstrumentarium planologisch inpasbaar zijn.
Samenvatting
Op 1 juli 2026 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak in een beroepsprocedure over een bestemmingsplan van de gemeente Epe voor het perceel Bosruiterweg 14. Dit plan maakt de tijdelijke huisvesting van maximaal 1.000 internationale werknemers mogelijk, met een maximale verblijfsduur van twaalf maanden. Binnen het plangebied kunnen gebouwen van maximaal 10 meter hoogte worden gerealiseerd, waarbij buiten het bouwvlak ten hoogste tien gebouwen zijn toegestaan met een gezamenlijk oppervlak van maximaal 4.500 m². Initiatiefnemer is Epe Onroerend Goed B.V.; ten tijde van de planvaststelling werden op het perceel reeds internationale werknemers gehuisvest op basis van een tijdelijke omgevingsvergunning. De appellanten — een vereniging die de belangen behartigt van eigenaren van recreatiewoningen in het nabijgelegen park Buitenplaats Horsterwold, alsmede drie individuele eigenaren — kwamen op tegen dit plan. Hun park ligt op circa 500 meter hemelsbreed ten noordoosten van het plangebied. Een eerste juridisch geschilpunt betreft het toepasselijke recht: omdat het ontwerpplan op 20 december 2023 ter inzage is gelegd — dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 — blijft op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, van toepassing. De Afdeling verklaart het beroep ongegrond. Hoewel de volledige overwegingen in de beschikbare tekst niet zijn opgenomen, heeft de Afdeling kennelijk geoordeeld dat de gemeenteraad het plan in redelijkheid heeft kunnen vaststellen en dat de beroepsgronden van de appellanten niet slagen. Er worden geen proceskosten vergoed. De uitspraak illustreert dat tijdelijke, grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten planologisch mogelijk kan worden gemaakt via een bestemmingsplan onder het oude ruimtelijke-ordeningsrecht.